← Terug naar de interactieve trainingLESMATERIAAL · 60 SLIDES
Gebruikersinterviews voorbereiden en oefenen met AI
Alle lessen bij elkaar. Gebruik de afdrukfunctie van je browser om dit materiaal als PDF te bewaren. Antwoorden staan direct onder de opdrachten.
1 / 60 · Inzicht
Een beter gesprek begint vóór het eerste interview
AI kan je helpen een gesprek voor te bereiden en lastige formuleringen te oefenen. De waarde zit niet in een lange vragenlijst, maar in vragen waarmee iemand zijn eigen ervaring kan vertellen.
Voor wie deze training is
Je wilt een dagelijkse werkwijze beter begrijpen voordat je iets verandert. Je hoeft geen onderzoeker te zijn. Gebruik een toegestane AI-chat of oefen op papier; er is geen betaald account, opname of upload nodig.
Wat je maakt
In ongeveer drie uur maak je een gespreksleidraad van dertig minuten, een notitieblad en een pilotplan. We oefenen met een fictieve gedeelde beamer. Je benadert tijdens deze cursus geen echte deelnemers.
Eerst zelf ervaren
Je vergelijkt vragen, probeert een rollenspel en ontdekt hoe kleine woorden het gesprek kunnen sturen. Daarna maak je het pakket klaar voor menselijke controle.
2 / 60 · Voorbeeld
Twee vragen openen een heel ander gesprek
Stel dat jij wilt begrijpen hoe een collega een gedeelde beamer ophaalt. Lees deze twee openingen. Ze gaan over hetzelfde onderwerp, maar geven de ander niet dezelfde vrijheid.
De richting ligt al vast
“Hoe vervelend vind je het dat de beamer altijd zoek is?” Deze vraag neemt al aan dat hij altijd zoek is én dat dit vervelend is.
De ervaring krijgt ruimte
“Kun je me meenemen naar de laatste keer dat je de gedeelde beamer nodig had?” De ander kan beschrijven wat er werkelijk gebeurde, ook als het soepel ging.
Wat je daarvan leert
De tweede opening levert niet automatisch een beter onderzoek op. Zij geeft je wel een concreet vertrekpunt zonder het probleem alvast namens de ander in te vullen.
3 / 60 · Aan de slag
Herschrijf een vraag die het antwoord al suggereert
Je collega stelt voor te beginnen met: “Vind je ook dat we dringend een reserveringsapp nodig hebben?” Je wilt eerst de huidige werkwijze begrijpen.
Laat de ervaring nog open
Onderstreep eerst woorden die een probleem of gevoel al als feit neerzetten. Schrijf daarna een vraag waarop iemand ook een soepele, onverwachte of mislukte ervaring kan vertellen.
Je bent een kritische gesprekspartner bij het ontwerpen van interviewvragen. Herschrijf deze vraag zonder de oplossing of een probleem als feit te nemen: “Vind je ook dat we dringend een reserveringsapp nodig hebben?” Geef drie varianten over een concrete recente ervaring en benoem per variant welke aanname is verwijderd.
Opdracht: Maak een neutrale openingsvraag en leg uit welke aanname je verwijdert.
Voorbeeldantwoord
Een mogelijke vraag: “Kun je vertellen over de laatste keer dat je de gedeelde beamer wilde gebruiken?” Ik verwijder de aannames dat een app nodig is en dat het urgent is. Pas als de ervaring duidelijk is, kan ik vragen welke informatie iemand toen zocht. Ik vraag nog niet of mijn oplossing wordt goedgekeurd.
4 / 60 · Inzicht
Dit is de opdracht van Team Esdoorn
Vanaf nu ontwerp je een gesprek voor het fictieve Team Esdoorn. De brief B1 is onze vaste opdracht, geen verslag van echt onderzoek. Lees eerst wat bekend is en wat nog openstaat.
De volledige brief B1
B1 — fictieve onderzoeksbrief van Team Esdoorn.
Het team deelt een beamer voor interne bijeenkomsten. We willen begrijpen hoe collega’s bij een concrete recente gelegenheid de beamer vonden, ophaalden en terugbrachten.
We weten nog niet welke stappen mensen gebruiken, wat daarbij wel of niet duidelijk is en of zij omwegen nodig hebben. Er is nog geen bewezen probleem en er is geen oplossing gekozen.
De voorgestelde gesprekspartners zijn collega’s die in de afgelopen vier weken de gedeelde beamer hebben opgehaald of dit hebben geprobeerd. Ook een poging die niet lukte kan relevant zijn. Er zijn nog geen deelnemers benaderd of afspraken gemaakt.
We ontwerpen een gesprek van dertig minuten. Het gaat niet om een beoordeling van medewerkers. We vragen niet naar klantinformatie of persoonlijke dossiers en maken in dit plan geen audio- of video-opname.
Wie de gesprekken uitvoert, waar notities worden bewaard, wie toegang krijgt en hoe lang gegevens worden bewaard, moet de verantwoordelijke nog vastleggen voordat echte uitnodigingen worden verstuurd. Dit oefenpakket is geen compleet privacy- of toestemmingsdocument.
Jouw rol in deze oefening
Je ontwerpt het gesprek en de voorbereiding. Je beslist niet alvast dat de kast, collega’s of software het probleem zijn. Het resultaat is een voorstel voor een proef, niet een onderzoeksrapport.
5 / 60 · Aan de slag
Scheid een onderzoeksvraag van een oplossing
Gebruik B1 uit slide 4. Een teamlid zegt: “We moeten bewijzen dat een reserveringsapp tijd bespaart.” Dat is nog geen open onderzoeksvraag.
Begin bij wat onbekend is
Een onderzoeksvraag gaat over wat het team wil leren. De vragen die je hardop aan een deelnemer stelt zijn meestal concreter en eenvoudiger.
Opdracht: Schrijf één hoofdvraag, twee deelvragen en één vraag die voorlopig buiten de opdracht valt.
Voorbeeldantwoord
Hoofdvraag: “Hoe vinden, halen en retourneren collega’s de gedeelde beamer bij een recente gelegenheid?” Deelvragen: “Welke informatie en mensen gebruiken zij onderweg?” en “Op welke momenten is iets duidelijk of onduidelijk?” Buiten scope: “Welke leverancier van reserveringssoftware kopen we?” We hebben nog geen oplossing gekozen en geen tijdwinst gemeten.
6 / 60 · Inzicht
Een aanname is een startpunt, geen bevinding
Misschien vermoed je dat de beamer vaak niet terugkomt. Dat kan een reden zijn om onderzoek te doen, maar nog geen uitkomst. Maak dit onderscheid zichtbaar in je voorbereiding.
Van stelling naar te onderzoeken vraag
“Collega’s brengen hem niet terug” wordt bijvoorbeeld: “Hoe verliep het terugbrengen de laatste keer?” Zo kan een ervaring je vermoeden bevestigen, nuanceren of tegenspreken.
Waarom deze bron erbij staat
De Britse overheidsdienst GOV.UK beschrijft bij onderzoeksplanning hoe onbewezen aannames onderzoeksvragen kunnen worden. We gebruiken dat praktische principe; we doen niet alsof B1 al met gebruikers is onderzocht.
GOV.UK — onderzoeksvragen en aannames (gecontroleerd: 2026-10-29)
7 / 60 · Aan de slag
Maak een kleine aannamenlijst
Voor B1 hoor je drie losse uitspraken: “Iedereen zoekt lang”, “Niemand kent de kast” en “Een app lost dit op”. Je moet een gesprek kunnen voorbereiden zonder deze uitspraken te geloven.
Maak een vermoeden onderzoekbaar
Zet bij elke aanname wat je nog niet weet en welke concrete ervaring daar licht op kan werpen. Zo maak je zichtbaar wat later nog onderzocht moet worden, zonder je vermoeden alvast te bevestigen.
Opdracht: Zet elke uitspraak om in een open vraag voor de voorbereiding en geef aan wat nog onbekend blijft.
Voorbeeldantwoord
“Iedereen zoekt lang” → “Welke stappen volgde iemand bij een recente poging, en welke tijdsaanduidingen weet die nog?” “Niemand kent de kast” → “Waar begon iemand met zoeken en waarom daar?” “Een app lost dit op” → “Welke informatie ontbrak op welk moment, als er iets ontbrak?” De omvang, oorzaak en beste oplossing zijn nog onbekend. Drie aannames zijn geen drie bewezen problemen.
8 / 60 · Inzicht
AI kan je voorbereiding verbreden, niet mensen vervangen
Een AI-chat kan alternatieve vragen, een volgorde of een oefenrol voorstellen. Daarmee oefen je je eigen aanpak. Een overtuigend verzonnen antwoord is nog geen ervaring van een collega.
Een bruikbare opdracht geven
Noem je onderzoeksvraag, fictieve context, gewenste vorm en grenzen. Vraag bijvoorbeeld vijf neutrale vragen over de laatste concrete keer, met per vraag een korte uitleg.
Wat de bron wel ondersteunt
OpenAI, de maker van ChatGPT, adviseert in zijn helpcentrum duidelijke context en gericht bijstellen. Dat helpt bij het formuleren van de opdracht. Het maakt een door AI gespeelde collega niet tot een echte onderzoeksdeelnemer.
OpenAI — duidelijke opdrachten en gericht verbeteren (gecontroleerd: 2026-10-29)
9 / 60 · Aan de slag
Vraag om vijf bruikbare startvragen
Je wilt met AI meedenken over B1, maar niet meteen vijftig vragen krijgen. Schrijf eerst zelf een opdracht; de prompt is starthulp.
Geef AI een afgebakende vraagtaak
Beschrijf in je opdracht wat je wilt leren, welke casus geldt en welke formuleringen je wilt vermijden. Lees de vijf voorstellen daarna zelf na: een nette lijst kan nog steeds sturende of dubbele vragen bevatten.
Help mij vijf neutrale startvragen ontwerpen over hoe een collega de gedeelde beamer bij een recente gelegenheid vond, ophaalde en terugbracht. Neem geen probleem of oplossing aan. Vraag naar concrete gebeurtenissen. Geef alleen vragen met een korte toelichting, geen verzonnen deelnemersantwoorden.
Opdracht: Maak een opdracht voor vijf neutrale vragen en twee expliciete grenzen.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeldopdracht: “Help mij een interview voorbereiden over hoe collega’s een gedeelde beamer vinden, ophalen en terugbrengen. Geef vijf eenvoudige startvragen over een concrete recente keer. Neem niet aan dat het misgaat en stel nog geen app voor. Geef geen verzonnen antwoorden of bevindingen.” Mogelijke vragen zijn: “Wanneer had je hem voor het laatst nodig?”, “Waar begon je?”, “Wat deed je daarna?”, “Welke informatie gebruikte je?” en “Hoe ging het terugbrengen?” Ik kies en verbeter zelf.
10 / 60 · Kennischeck
Wat heb je na een AI-rollenspel geleerd?
Je hebt met een chatbot geoefend en merkt dat één vraag lastig te beantwoorden is.
Welke conclusie past daarbij?
- Alle collega’s vinden die vraag onduidelijk.
- Mijn vraag verdient een betere formulering; dit rollenspel is nog geen gebruikersbewijs.
- De organisatie heeft nu voldoende interviews gedaan.
Antwoord: B. Je hebt een aanwijzing over je eigen voorbereiding. Je hebt nog geen echte collega gesproken en weet niet hoe mensen werkelijk handelen. Houd oefenmateriaal apart van onderzoeksnotities.
11 / 60 · Inzicht
Vraag naar een gebeurtenis, niet naar een ideaal
“Hoe hoort het lenen te gaan?” kan een procedure opleveren. Voor B1 wil je juist begrijpen hoe een concrete poging verliep. Begin daarom met één gebeurtenis en bouw die samen op.
Maak het moment herkenbaar
Vraag naar de laatste keer die iemand zich herinnert. Als dat niet lukt, laat iemand een andere recente gelegenheid kiezen en noteer dat. Dwing geen datum of detail af.
Gebruik een gesprek, geen kruisverhoor
GOV.UK beschrijft interviews als een manier om concrete verhalen te begrijpen, met open vragen en vervolgvragen. Onze beameropdracht is een eigen oefencasus; de bron schrijft geen verplichte vragenlijst voor.
GOV.UK — gesprekken over concrete ervaringen (gecontroleerd: 2026-10-29)
12 / 60 · Aan de slag
Maak een algemene vraag concreet
Je conceptvraag is: “Hoe regelen jullie normaal gesproken een beamer?” Het antwoord kan een nette samenvatting van de procedure worden.
Kies één herkenbaar moment
Een vraag over hoe iets meestal gaat kan algemene indrukken opleveren in plaats van een navolgbare gebeurtenis. Zoek daarom een formulering die de gesprekspartner helpt één concrete keer terug te halen, zonder het verloop alvast te bepalen.
Opdracht: Schrijf een startvraag en twee vervolgvragen waarmee je één gebeurtenis reconstrueert.
Voorbeeldantwoord
Start: “Denk aan de laatste keer dat je de gedeelde beamer wilde gebruiken. Waarvoor had je hem toen nodig?” Vervolg: “Wat deed je als eerste?” en “Wat gebeurde daarna?” Als iemand algemeen blijft, vraag ik: “Kun je daar één moment uit die keer bij noemen?” Ik vul niet zelf in dat zoeken of wachten plaatsvond.
13 / 60 · Voorbeeld
Een korte vraag kan meer ruimte geven
Je oefenpartner zegt: “Ik vroeg het toen aan een collega.” Je kunt nu allerlei verklaringen suggereren, of eerst begrijpen wat die persoon bedoelt.
Te veel invullen
“Dus het systeem werkte niet en daarom moest je iemand lastigvallen?” voegt een systeem, storing en negatief oordeel toe.
Een gerichte vervolgroute
“Wat vroeg je aan die collega?” Daarna eventueel: “Wat deed je met dat antwoord?” Je volgt de genoemde handeling zonder er een oorzaak bij te verzinnen.
Waarom dit bij B1 past
B1 vraagt hoe iemand informatie en materiaal vond. De vraag sluit aan op die taak en op woorden die de ander zelf gebruikte.
14 / 60 · Aan de slag
Knip een dubbele vraag in tweeën
Een conceptvraag luidt: “Waar vond je de beamer en waarom was dat lastig?” Deze vraag vraagt twee dingen en neemt moeite aan.
Vraag niet twee antwoorden tegelijk
Markeer eerst de verschillende onderwerpen die in de oorspronkelijke zin verstopt zitten. Zet ze vervolgens in een logische volgorde, zodat je kunt luisteren naar het eerste antwoord voordat je verder vraagt.
Opdracht: Maak twee vragen die je na elkaar kunt stellen. Geef ook een route als het helemaal niet lastig was.
Voorbeeldantwoord
Eerst: “Waar vond je de beamer die keer?” Daarna: “Hoe kwam je erachter dat hij daar stond?” Als iemand zelf een onduidelijk moment noemt, vraag ik: “Wat was daar onduidelijk aan?” Als alles soepel ging, vraag ik: “Wat hielp om hem te vinden?” Ik hoef geen probleem uit het gesprek te trekken.
15 / 60 · Inzicht
Gebruik woorden van de ander als aanknopingspunt
Doorvragen is niet zo veel mogelijk vragen stellen. Je kiest iets wat nog onduidelijk is en laat de ander dat toelichten. Eén vraag tegelijk maakt dat gemakkelijker.
Drie soorten vervolgvragen
Volgorde: “Wat gebeurde daarna?” Betekenis: “Wat bedoel je hier met ‘geregeld’?” Concrete onderbouwing: “Kun je een voorbeeld uit die keer geven?” Kies wat op dat moment ontbreekt.
Vermijd een verhoor over schuld
Een reeks “waarom deed je dat?” kan als beoordeling voelen. “Wat maakte dat je toen daarvoor koos?” kan ruimte geven, maar ook die formulering moet passen bij het gesprek. Je onderzoekt de werkwijze, niet of iemand goed genoeg werkte.
16 / 60 · Aan de slag
Kies een vervolg zonder de oorzaak te verzinnen
In een fictief oefenfragment zegt iemand: “De kast was leeg, dus ik vroeg het aan Sam.” Meer weet je nog niet.
Volg wat werkelijk is gezegd
Zoek in het gegeven antwoord een stap of woord waarover je meer wilt weten. Controleer je vervolgvraag op een verborgen oorzaak: vraag om verduidelijking, niet om bevestiging van jouw verklaring.
Opdracht: Schrijf twee passende vervolgvragen en één vraag die je bewust niet stelt.
Voorbeeldantwoord
Passend: “Wat bedoel je met leeg: wat verwachtte je daar te vinden?” en “Wat vertelde Sam je toen?” Niet: “Waarom had Sam hem niet teruggezet?” Daarin wordt Sam zonder bewijs verantwoordelijk gemaakt. In echte notities vervang ik een onnodige naam door een rol, zoals collega, volgens de afgesproken werkwijze.
17 / 60 · Inzicht
Laat een stilte even bestaan
Een interviewer kan uit ongemak te snel een antwoord aanvullen. Dan hoor je mogelijk je eigen woorden terug. Oefen daarom ook met wachten, samenvatten en controleren.
Wachten zonder druk
Geef iemand even tijd. Als de vraag niet duidelijk lijkt, bied aan haar anders te formuleren. Stilte is niet automatisch weerstand, onkunde of instemming.
Samenvatten als vraag
“Als ik je goed begrijp, keek je eerst in de kast en vroeg je daarna een collega. Klopt die volgorde?” is een controle, geen eindconclusie. Laat de ander corrigeren.
18 / 60 · Aan de slag
Repareer een invullende samenvatting
Je schreef: “Dus je was gefrustreerd omdat niemand verantwoordelijkheid neemt.” Het oefenfragment bevat alleen een lege kast en een vraag aan een collega.
Maak je samenvatting corrigeerbaar
Vergelijk ieder onderdeel van je samenvatting met wat de gesprekspartner daadwerkelijk heeft verteld. Houd eigen verklaringen buiten de terugkoppeling en maak het gemakkelijk om jouw weergave te verbeteren.
Opdracht: Schrijf een brongetrouwe samenvatting met een controleerbare vervolgvraag.
Voorbeeldantwoord
“Ik hoor dat de beamer niet in de kast stond en dat je daarna een collega vroeg waar hij was. Heb ik dat goed begrepen?” Daarna: “Wat deed je na dat antwoord?” Ik laat frustratie en verantwoordelijkheid weg: die zijn niet genoemd. Als beleving relevant blijkt, vraag ik er later open naar zonder alvast een emotie te noemen.
19 / 60 · Inzicht
Houd ook ruimte voor een ervaring die je verrast
Je kunt een gesprek onbedoeld zo sturen dat je alleen bevestiging vindt. In B1 is een soepele poging net zo relevant als een ingewikkelde poging.
Zoek niet alleen de hobbel
Vraag ook wat duidelijk was en wat hielp. Een bestaande werkwijze kan iets waardevols hebben dat je met een nieuwe oplossing zou verliezen.
Blijf bij de reikwijdte
Eén verhaal laat één ervaring zien. Je kunt er gerichte vervolgvragen uit halen, maar nog niet zeggen hoe vaak iets bij alle collega’s voorkomt. Deze cursus bereidt gesprekken voor; hij berekent geen organisatiebrede percentages.
20 / 60 · Kennischeck
Welke vervolgvraag houdt het gesprek open?
Een deelnemer zegt: “Ik liep eerst naar de kast en vroeg daarna een collega.”
Wat vraag je het best om de route te begrijpen?
- Wat gebeurde er toen je bij de kast kwam?
- Waarom is die kast zo slecht georganiseerd?
- Zou onze nieuwe app dat probleem oplossen?
Antwoord: A. De vraag naar wat bij de kast gebeurde sluit aan op een genoemde stap. De andere vragen voegen een oordeel of oplossing toe. Je kunt daarna verder vragen op wat de deelnemer werkelijk vertelt.
21 / 60 · Inzicht
Een leidraad is een route, geen afvinklijst
Je hebt nu losse vragen. Maak er een gesprek van dat bij B1 past. Een gespreksleidraad bevat een opening, onderwerpen, mogelijke vervolgvragen en een afronding.
Kies wat echt nodig is
In dertig minuten kun je niet alles bespreken. Onze kern is één recente poging: aanleiding, stappen, informatie, eventuele omwegen en terugbrengen. Andere onderwerpen parkeer je als vervolg.
Houd het gesprek beweeglijk
Gebruik de tijd als richtlijn. Als een antwoord een belangrijk detail oplevert, mag je daarop doorgaan. Sla dan een minder belangrijke vervolgzin over, niet de uitleg over deelname of de afronding.
22 / 60 · Aan de slag
Kies de onderwerpen die binnen B1 passen
Je hebt zes ideeën: laatste keer lenen, route naar de beamer, terugbrengen, salaris, beoordeling van collega’s en favoriete softwareleverancier.
Houd de onderzoeksvraag als grens
Leg elk voorgesteld onderwerp naast B1 en vraag welk onbekend onderdeel van de beamerervaring ermee duidelijker wordt. Schrap interessante zijpaden als ze binnen dit gesprek geen noodzakelijke bijdrage leveren.
Opdracht: Kies de kernonderwerpen en leg uit waarom de overige onderwerpen niet in deze leidraad horen.
Voorbeeldantwoord
Kern: laatste keer lenen, route naar de beamer en terugbrengen. Daarbij vraag ik naar informatie, hulpmiddelen en eventuele omwegen. Salaris en beoordeling van collega’s zijn niet nodig voor B1 en kunnen gevoelig zijn. Een favoriete leverancier hoort bij een latere oplossingskeuze, niet bij het begrijpen van de huidige gebeurtenis.
23 / 60 · Voorbeeld
Een dertigminutenroute met een duidelijk eindpunt
Voor B1 kiezen we onderstaande verdeling als ontwerpvoorstel. Het is geen universele ideale interviewduur en er zijn nog geen echte gesprekken gepland.
De zes tijdvakken
0–3 minuten: introductie en deelnameafspraken.
3–7 minuten: de laatste concrete gelegenheid kiezen.
7–17 minuten: stappen van vinden, ophalen en terugbrengen reconstrueren.
17–23 minuten: onduidelijkheden, hulp en eventuele omwegen verkennen.
23–27 minuten: samenvatting controleren en ontbrekende punten vragen.
27–30 minuten: afronden, vervolg uitleggen en bedanken.
De rekensom
3 + 4 + 10 + 6 + 4 + 3 = 30 minuten. De opening en afsluiting zijn onderdeel van die dertig minuten, niet iets dat er ongemerkt bijkomt.
24 / 60 · Aan de slag
Maak tijd vrij zonder het gesprek langer te maken
Een collega wil vijf minuten extra besteden aan voorbeelden van omwegen. Het programma op slide 23 duurt al dertig minuten.
Win tijd terug zonder uitloop
Geef bij een langer gespreksblok aan waar je elders minuten vrijmaakt. Tel daarna alle blokken opnieuw op en controleer of opening, terugkoppeling en afsluiting nog uitvoerbaar zijn.
Opdracht: Maak een onderbouwde keuze die binnen dertig minuten blijft. Laat je nieuwe som zien.
Voorbeeldantwoord
Ik voeg niet zomaar vijf minuten toe. Voor deze eerste proef houd ik de zes tijdvakken gelijk en beperk ik het aantal detailvragen binnen 7–17 tot de belangrijkste route. Als ik toch herschik, kan bijvoorbeeld 3 + 4 + 8 + 8 + 4 + 3 = 30. Dan krijgt omwegen twee minuten extra, geen vijf. Voor vijf extra minuten moet ik bewust vijf minuten elders weghalen of vooraf een langere afspraak maken. Ik laat de deelnameuitleg en afronding niet verdwijnen.
25 / 60 · Inzicht
Vertel vooraf wat je gaat doen
Een deelnemer moet begrijpen waar het gesprek over gaat en kunnen kiezen of die wil meedoen. Onze conceptopening is geen compleet toestemmingsformulier en vervangt de afspraken van de eigen organisatie niet.
Wat je vóór een echte uitnodiging afspreekt
Leg doel, rolverdeling, notities, gebruik en toegang, bewaartermijn en contact voor vragen vast met de verantwoordelijke. In B1 zijn deze punten deels nog open. Verzin geen termijn of beloof geen anonimiteit die je niet kunt waarmaken.
De praktische bron
GOV.UK beschrijft het vooraf informeren van deelnemers, vrijwilligheid en duidelijkheid over gegevensgebruik. We gebruiken dit als zorgvuldige voorbereidingscheck, niet als Nederlands juridisch modeldocument.
GOV.UK — deelnemers vooraf informeren (gecontroleerd: 2026-10-29)
26 / 60 · Aan de slag
Schrijf een opening die niet te veel belooft
Je bereidt de opening voor B1 voor. Het gesprek duurt dertig minuten en er is geen opname voorzien. Gegevensafspraken moeten vóór een echt gesprek nog worden vastgesteld.
Schrijf een opening die je kunt waarmaken
Gebruik begrijpelijke woorden voor doel, verloop en keuzevrijheid van de deelnemer. Controleer vervolgens welke gegevensafspraken nog ontbreken, zodat je geen bescherming of werkwijze belooft die nog niet is vastgesteld.
Opdracht: Maak een conceptopening en noem apart welke informatie eerst aangevuld moet worden.
Voorbeeldantwoord
Concept: “Dank dat je wilt meedenken. We willen begrijpen hoe het vinden, ophalen en terugbrengen van de gedeelde beamer voor jou verliep. Het gaat om de werkwijze, niet om een beoordeling van jou. We hebben dertig minuten. Je kunt een vraag overslaan of stoppen. In dit voorstel maken we geen opname. Voordat we beginnen, bespreken we de afgesproken notities en het gebruik ervan. Welke vragen heb je daarover?”
Nog aanvullen vóór gebruik: wie uitvoert, wie notities ziet, opslag, bewaartermijn en contact voor vragen. Ik zeg niet “alles is volledig anoniem” of “dit blijft voor altijd privé”.
27 / 60 · Inzicht
Kies deelnemers op ervaring, niet op het gewenste antwoord
B1 noemt collega’s die de beamer de afgelopen vier weken hebben opgehaald of dit hebben geprobeerd. Dat is een praktische selectie voor onze vraag, geen representatieve steekproef van de hele organisatie.
Ook een mislukte poging telt mee
Wie stopte met zoeken kan iets vertellen dat een succesvolle gebruiker niet meemaakt. Sluit iemand niet uit omdat die geen positief verhaal heeft.
Geen werving tijdens deze oefening
Je schrijft alleen een voorstel voor wie relevant kan zijn. Aantal gesprekken, benadering, ondersteuning en planning worden later met de verantwoordelijke bepaald. Je maakt geen echte afspraken.
28 / 60 · Aan de slag
Maak een uitnodigingsconcept zonder mensen al te benaderen
Je wilt een korte uitnodiging voorbereiden voor mensen die bij B1 passen. Er is nog geen datum, plaats of goedgekeurde gegevensuitleg.
Houd ontbrekende afspraken zichtbaar
Maak duidelijk voor welke ervaring je iemand wilt uitnodigen en wat het gesprek inhoudt. Laat nog onbekende praktische afspraken herkenbaar open in plaats van namen, data of toezeggingen te verzinnen.
Opdracht: Schrijf een concept met het doel en de selectie, en zet ontbrekende praktische informatie in een interne lijst.
Voorbeeldantwoord
Concept: “We bereiden gesprekken voor over het vinden, ophalen en terugbrengen van de gedeelde beamer. Heb je dat in de afgelopen vier weken gedaan of geprobeerd? Dan horen we graag over één concrete ervaring, ook als het niet lukte. Het voorgestelde gesprek duurt dertig minuten en deelname is vrijwillig.”
Interne lijst: datum, locatie of belvorm, uitvoerder, eventuele ondersteuning, gegevensuitleg en contact ontbreken nog. Het concept wordt niet verstuurd voordat die punten zijn vastgesteld. Ik vul geen verzonnen boekingslink in.
29 / 60 · Inzicht
Denk ook aan de omstandigheden van het gesprek
Een goede vragenlijst helpt weinig als iemand je niet kan verstaan of zich gehaast voelt. Kijk vóór de proef wat de gekozen deelnemers nodig hebben.
Praktische voorbereiding
Bespreek een rustige plek of geschikte belvorm, verstaanbaarheid, eventuele ondersteuning en of de deelnemer de uitleg begrijpt. Vraag naar behoeften zonder zelf een beperking of voorkeur toe te schrijven.
Geen verborgen opname
Automatisch transcriberen is ook een manier om gegevens te verwerken. In ons plan blijft dat uit. Wil de organisatie later opnemen of een transcriptietool gebruiken, dan vraagt dat eerst passende afspraken en controle van het toegestane gebruik.
30 / 60 · Kennischeck
Welke voorbereiding ontbreekt nog?
Je hebt een mooie leidraad en een uitnodiging, maar niemand heeft beslist wie de notities mag zien.
Wat is een passende vervolgstap?
- Nu uitnodigen en later wel iets afspreken.
- AI laten kiezen wie toegang krijgt.
- Eerst de gegevens- en uitvoeringsafspraken vastleggen met de verantwoordelijke.
Antwoord: C. Een goede leidraad maakt open praktische en gegevensafspraken niet vanzelf goed. Je bereidt die afspraken voor, maar verzint ze niet en geeft AI geen bevoegdheid om ze namens de organisatie vast te stellen.
31 / 60 · Inzicht
Oefen de interviewer, niet een verzonnen markt
AI kan een oefenpartner spelen die kort antwoordt of zegt iets niet te weten. Jij oefent luisteren, doorvragen en niet invullen. Het resultaat zegt iets over deze oefening, niet over echte gebruikers.
Houd twee soorten materiaal apart
Bewaar rollenspellen onder “oefenmateriaal”. Zet ze niet tussen echte interviewnotities en tel ze niet mee als deelnemers. Een realistische stijl verandert die status niet.
Wat je wel kunt beoordelen
Je kunt kijken of je één vraag tegelijk stelde, een aanname toevoegde, een concreet vervolg vond en ruimte liet voor correctie. Dat zijn eigenschappen van jouw vragen en optreden.
32 / 60 · Aan de slag
Maak een rolopdracht met duidelijke grenzen
Je wilt straks R1 gebruiken, de fictieve rolkaart op de volgende slide. De AI moet niet spontaan een compleet levensverhaal maken.
Begrens de oefenrol
Benoem welke informatie de oefenpartner wel mag gebruiken en hoe die met ontbrekende details moet omgaan. Daarmee oefen je jouw vragen zonder dat een steeds rijker verzonnen verhaal de oefening overneemt.
Opdracht: Schrijf vier regels voor het rollenspel: rol, beurtwisseling, onbekend en status van de uitkomst.
Voorbeeldantwoord
Rol: speel alleen de collega uit R1. Beurtwisseling: antwoord kort op één vraag en wacht op de volgende. Onbekend: zeg “Dat staat niet in mijn rolkaart” als een detail ontbreekt. Status: alle antwoorden blijven oefenfictie, geen onderzoeksbevinding. Ik voeg toe dat de AI geen nieuwe namen, emoties of gebeurtenissen mag verzinnen. Ook met deze opdracht controleer ik de output zelf.
33 / 60 · Inzicht
De volledige rolkaart voor je oefengesprek
Gebruik deze kaart om je interviewvaardigheid te oefenen. De tijdstippen zijn geschreven voor de cursus. Je hoeft geen echte collega of diens gegevens in een chat te zetten.
R1: het fictieve verloop
R1 — uitsluitend fictieve rolkaart voor een oefengesprek.
Je speelt een collega van Team Esdoorn die op 22 oktober 2026 een beamer nodig had voor een interne bijeenkomst om 10.00.
Om 9.30 keek je in de gedeelde kast; daar stond geen beamer. Om 9.35 vroeg je een collega waar hij was. Die verwees naar een andere kamer. Om 9.40 vond je daar de beamer. Een kabel ontbrak. Om 9.45 leende je een kabel van diezelfde collega. De bijeenkomst begon om 10.00 op tijd. Om 11.00 bracht je de beamer terug naar de gedeelde kast.
Wat je voelde, waarom de beamer elders stond, of er een registratiesysteem was en wat anderen meestal doen, staat niet op deze rolkaart. Zeg bij zulke vragen: Dat staat niet in mijn rolkaart. Verzin geen extra gebeurtenis, emotie, persoon of onderzoeksbevinding.
Vertel alleen het deel waarnaar de interviewer vraagt. Deze rol is geen echte gebruiker en levert geen bewijs over Team Esdoorn.
Niet alles staat op de kaart
Juist bij ontbrekende details kun je oefenen met niet aandringen of invullen. “Dat weet ik niet” is een toegestaan antwoord, geen fout die de interviewer moet wegwerken.
34 / 60 · Aan de slag
Voer drie beurten uit zonder de rol te laten uitweiden
Gebruik R1 uit slide 33. Stel eerst een vraag over de laatste gelegenheid, vraag daarna naar de eerste stap en vervolgens naar wat daarna gebeurde. Op papier kun je de rolkaart met een oefenpartner gebruiken.
Luister ook in een rollenspel
Stel één vraag, lees het antwoord en kies pas dan je volgende stap. Controleer na elke beurt of de AI binnen de rolkaart blijft, zodat je jouw interviewvaardigheid oefent en niet onbedoeld nieuwe casusfeiten verzamelt.
Speel uitsluitend de fictieve collega uit R1 hieronder. Beantwoord één interviewvraag per beurt, kort, en wacht dan. Gebruik alleen feiten uit R1. Bij ontbrekende informatie zeg je: “Dat staat niet in mijn rolkaart.” Verzin geen emoties, oorzaken of extra gebeurtenissen. Deze oefening is geen gebruikersinterview en de antwoorden zijn geen onderzoeksbewijs. Wacht nu op mijn eerste vraag.
R1 — uitsluitend fictieve rolkaart voor een oefengesprek.
Je speelt een collega van Team Esdoorn die op 22 oktober 2026 een beamer nodig had voor een interne bijeenkomst om 10.00.
Om 9.30 keek je in de gedeelde kast; daar stond geen beamer. Om 9.35 vroeg je een collega waar hij was. Die verwees naar een andere kamer. Om 9.40 vond je daar de beamer. Een kabel ontbrak. Om 9.45 leende je een kabel van diezelfde collega. De bijeenkomst begon om 10.00 op tijd. Om 11.00 bracht je de beamer terug naar de gedeelde kast.
Wat je voelde, waarom de beamer elders stond, of er een registratiesysteem was en wat anderen meestal doen, staat niet op deze rolkaart. Zeg bij zulke vragen: Dat staat niet in mijn rolkaart. Verzin geen extra gebeurtenis, emotie, persoon of onderzoeksbevinding.
Vertel alleen het deel waarnaar de interviewer vraagt. Deze rol is geen echte gebruiker en levert geen bewijs over Team Esdoorn.
Opdracht: Schrijf je drie vragen en noteer per beurt welke informatie uit R1 het antwoord mag bevatten.
Voorbeeldantwoord
Vraag 1: “Wanneer had je de gedeelde beamer die keer nodig?” Antwoord uit R1: 22 oktober, voor de bijeenkomst om 10.00. Vraag 2: “Wat deed je als eerste om hem te vinden?” Antwoord: om 9.30 in de gedeelde kast kijken; geen beamer. Vraag 3: “Wat deed je daarna?” Antwoord: om 9.35 een collega vragen, die naar een andere kamer verwees. Ik hoef nog niet het hele verhaal over de kabel te horen. Als de AI alles ineens vertelt, stuur ik bij op beurtwisseling; dat is een oefenbevinding, geen gebruikersinzicht.
35 / 60 · Voorbeeld
Een geloofwaardig antwoord kan buiten de rolkaart vallen
Stel dat de AI tijdens het rollenspel zegt: “Ik was woedend, want dit gebeurt elke week.” Dat klinkt menselijk, maar R1 bevat geen emotie en geen frequentie.
Wat je controleert
Je vergelijkt het antwoord met R1. “Woedend” en “elke week” zijn nieuwe claims. Je gebruikt ze niet om je onderzoeksvraag of conclusies over het team te onderbouwen.
Hoe je het gesprek herstelt
Zeg: “Die details staan niet in R1. Antwoord opnieuw met alleen de gegeven gebeurtenis.” Noteer in je oefenlog dat de rol buiten de kaart trad. De nieuwe versie wist niet uit dat de eerste output onbetrouwbaar was.
36 / 60 · Aan de slag
Reageer als je vraag een emotie voorschrijft
In je rollenspel vroeg je: “Hoe boos was je toen de kast leeg bleek?” De AI antwoordt: “Dat staat niet in mijn rolkaart.”
Haal je eigen emotie uit de vraag
Vergelijk de emotie in je vraag met wat werkelijk in de rolkaart of het voorafgaande antwoord staat. Herformuleer zo dat de gesprekspartner zelf kan beschrijven wat relevant was, ook als dat iets anders is dan jij verwacht.
Opdracht: Maak een betere vraag en leg uit wat je in je oefenlog zet.
Voorbeeldantwoord
Betere vraag voor de route: “Wat deed je nadat je zag dat de beamer niet in de kast stond?” Voor een later echt gesprek, als beleving relevant is, kan “Hoe was dat voor jou?” ruimte laten, zonder boosheid voor te schrijven. In het oefenlog zet ik: mijn oorspronkelijke vraag nam boosheid aan; vervangen door een vraag naar de volgende handeling. Ik schrijf niet dat echte collega’s boos zijn.
37 / 60 · Inzicht
Vraag feedback op je vragen, niet op een nepuitkomst
Na het rollenspel kun je AI laten aanwijzen waar jouw formulering stuurde. Geef een beoordelingskader, zodat de feedback niet alleen “goed gedaan” wordt.
Drie concrete criteria
Eén vraag tegelijk; geen probleem of emotie als feit toevoegen; vervolg sluit aan op het vorige antwoord. Vraag om de exacte vraagzin en een voorgestelde verbetering.
Controleer de feedback zelf
AI kan ook een neutrale vraag onterecht afkeuren of een aanname missen. De bruikbare stap is vergelijken met je criteria en R1. Een hoog cijfer van de chatbot is geen certificaat van interviewvaardigheid.
38 / 60 · Aan de slag
Maak een klein oefenlog met een echte verbetering
Gebruik het fictieve oefenvoorbeeld uit slide 36: jouw vraag schreef boosheid voor, de rolkaart bevatte geen emotie.
Maak de verbetering zichtbaar
Bewaar naast je aangepaste vraag ook de oorspronkelijke formulering en een korte reden voor de wijziging. Zo kun je later herkennen welk vraaggedrag je wilt verbeteren in plaats van alleen een mooiere zin te onthouden.
Opdracht: Maak vier regels: oorspronkelijke vraag, risico, nieuwe vraag en wat je opnieuw gaat proberen.
Voorbeeldantwoord
Oorspronkelijk: “Hoe boos was je toen de kast leeg bleek?” Risico: emotie wordt voorondersteld. Nieuw: “Wat deed je nadat je zag dat de beamer niet in de kast stond?” Opnieuw proberen: één beurt met dezelfde R1 en nagaan of de vraag naar een concrete handeling leidt. Status: verbetering van een oefenvraag, geen gemeten effect bij gebruikers. Ik bewaar ook de oude vraag zodat de verandering zichtbaar blijft.
39 / 60 · Inzicht
Een proef met een collega heeft een ander doel dan onderzoek
Na AI-oefenen kan een collega je leidraad helpen uitproberen. Zo’n pilot is een kleine proef van je aanpak: passen de vragen, de volgorde en de tijd? Dat is nog niet automatisch een echte onderzoeksronde.
Spreek het proefdoel uit
Laat een oefenpartner weten of die een fictieve rol speelt of over een eigen ervaring vertelt. Meng die twee niet ongemerkt. Een eigen ervaring kan persoonlijke informatie bevatten; daarvoor gelden de vooraf afgesproken werkwijzen.
Wat je noteert
Voor de pilot noteer je bijvoorbeeld een onduidelijke vraag, een abrupte overgang en een tijdsoverschrijding. Je concludeert niet dat alle gebruikers een bepaald probleem hebben omdat je oefenpartner dat zei.
40 / 60 · Kennischeck
Waar hoort een AI-rollenspel thuis?
Je map bevat een leidraad, een chat met de fictieve R1 en later mogelijk echte interviewnotities.
Wat is de juiste indeling?
- Alles samenvoegen en de AI-chat als extra deelnemer tellen.
- Het rollenspel apart als oefenmateriaal bewaren en niet als gebruikersbewijs tellen.
- Alleen de geloofwaardigste AI-antwoorden als citaten gebruiken.
Antwoord: B. De herkomst bepaalt de betekenis. Een door AI gespeelde rol is geen mens die iets heeft meegemaakt. Je kunt de oefening wel gebruiken om je vragen en gespreksaanpak te verbeteren.
41 / 60 · Inzicht
Een notitie moet laten zien wat voor informatie zij bevat
Tijdens een echt gesprek kun je niet alles letterlijk vastleggen. Maak daarom duidelijk onderscheid tussen wat iemand zei, wat jij zag of hoorde en wat jij daaruit vermoedt.
Drie verschillende labels
Citaat: woorden die je betrouwbaar letterlijk hebt vastgelegd. Parafrase of waarneming: je eigen beschrijving van wat is gezegd of zichtbaar gebeurde. Interpretatie: jouw mogelijke uitleg. Zet onzekerheid erbij als je de precieze woorden niet weet.
Waarom deze bron nuttig is
GOV.UK bespreekt het vastleggen van onderzoek en zorgvuldig omgaan met notities. We gebruiken dit als aanleiding om herkomst en gegevensafspraken zichtbaar te maken. In deze cursus zijn de voorbeelden fictief en maken we geen opname.
GOV.UK — zorgvuldig noteren en opnemen (gecontroleerd: 2026-10-29)
42 / 60 · Aan de slag
Scheid een citaat van jouw verklaring
Oefenfragment N1 is door de cursusmaker geschreven: “Ik keek in de kast. Daar stond hij niet.” Een notulist voegt toe: “De collega kent de procedure niet.”
Bewaar bron en interpretatiestatus
Controleer welke woorden letterlijk zijn gegeven en welke verklaring jij eraan toevoegt. Zet die informatie apart, zodat een latere lezer niet jouw interpretatie voor een uitspraak van de gesprekspartner aanziet.
Opdracht: Maak een notitieregel met letterlijk fragment, beschrijving en interpretatie. Markeer wat niet bewezen is.
Voorbeeldantwoord
Citaat uit fictief N1: “Ik keek in de kast. Daar stond hij niet.” Beschrijving: in het oefenverhaal keek de persoon in de kast en trof daar geen beamer aan. Interpretatie: mogelijk was de vindplaats onduidelijk; dat is een vraag, geen conclusie. “Kent de procedure niet” is niet aangetoond en neem ik niet als feit over. Alle drie blijven gelabeld als oefenmateriaal, niet als echte interviewdata.
43 / 60 · Voorbeeld
Een eenvoudig notitieblad voorkomt verborgen conclusies
Je wilt tijdens de latere pilot snel kunnen noteren zonder meteen een themarapport te schrijven. Dit voorbeeld laat de herkomst naast de inhoud staan.
Velden van het notitieblad
Gesprekscode en status: oefening, pilot of echt gesprek.
Onderwerp of vraagnummer.
Type: letterlijk citaat, parafrase/waarneming of interpretatie.
Inhoud en eventuele onzekerheid.
Vervolgvraag of controlepunt.
Een ingevulde oefenregel
Code OEF-01; vraag “Wat deed je eerst?”; type parafrase; inhoud “R1 keek om 9.30 in de gedeelde kast; daar stond geen beamer”; bron R1; controlepunt “oorzaak onbekend”. Een naam of persoonlijke achtergrond is voor deze oefenregel niet nodig.
44 / 60 · Aan de slag
Schrijf een notitie zonder een exact citaat te verzinnen
Je herinnert je na een oefengesprek dat de partner eerst een collega vroeg en daarna de beamer vond, maar je weet de precieze woorden niet meer.
Maak van een parafrase geen citaat
Een verkorte notitie bevat niet automatisch de precieze woorden van de spreker. Behoud daarom de betekenis én de onzekerheid over de formulering, zonder ontbrekende woorden met aanhalingstekens alsnog exact te laten lijken.
Opdracht: Maak een bruikbare notitie en zeg wat je niet mag toevoegen.
Voorbeeldantwoord
OEF-02, type parafrase uit mijn herinnering: “De oefenpartner beschreef navraag bij een collega en daarna het vinden van de beamer.” Onzekerheid: exacte woorden en tijdstippen niet vastgelegd. Controlepunt: vergelijk met de gebruikte rolkaart of vraag tijdens de oefening om verduidelijking. Ik zet er geen aanhalingstekens omheen en laat AI geen zogenaamd letterlijk citaat reconstrueren.
45 / 60 · Inzicht
Laat AI alleen werken met passende, gecontroleerde notities
AI kan helpen een eigen notitieformat te ordenen of ontbrekende velden aan te wijzen. Dat betekent niet dat je echte gesprekken zonder meer in een chat moet plakken.
Voor deze training gebruiken we fictie
Gebruik R1, N1 of zelfbedachte gegevens. Zet echte namen, klantdetails en gevoelige verhalen niet in deze oefenprompts. Bij echt onderzoek volg je de vooraf gecontroleerde organisatieafspraken voor tools en gegevens.
Ordenen is niet aanvullen
Een bruikbare opdracht is: “Houd typen en onzekerheden intact; markeer ontbrekende gegevens.” Niet: “Maak er een compleet interviewverslag van”, als daarvoor informatie ontbreekt. Een verzorgd verslag mag geen nieuwe feiten krijgen.
46 / 60 · Aan de slag
Geef een veilige ordeningsopdracht voor fictieve notities
Je hebt de fictieve N1-regel en een open vraag naar de vindplaats. Je wilt een overzicht maken, geen nieuwe analyse.
Laat AI ordenen zonder aanvullen
Benoem welke fictieve invoer de AI mag gebruiken en welke veranderingen wel en niet gewenst zijn. Controleer het resultaat daarna op nieuwe gevoelens, oorzaken of conclusies die niet in die invoer stonden.
Orden alleen deze fictieve oefennotities in: code, type, inhoud, onzekerheid, vervolgvraag. Behoud citaten letterlijk; maak geen nieuwe citaten of feiten. N1, geschreven oefenfragment: “Ik keek in de kast. Daar stond hij niet.” Open vraag van de interviewer: hoe wist de persoon waar hij daarna moest zoeken? Oorzaak van de lege kast: onbekend.
Opdracht: Schrijf een prompt die herkomst, citaatstatus en onbekende informatie bewaart.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeld: “Orden onderstaande fictieve oefennotities in kolommen code, type, inhoud, onzekerheid en vervolgvraag. Behoud letterlijke citaten exact. Maak van parafrases geen citaten. Voeg geen oorzaken, emoties of antwoorden toe. Schrijf onbekend waar informatie ontbreekt.” De output blijft een oefenoverzicht; ik controleer iedere regel aan mijn invoer.
47 / 60 · Inzicht
Controleer een samenvatting voordat zij overtuigt
Een samenvatting kan netjes klinken en toch meer zeggen dan de notities. Controleer vooral woorden als altijd, iedereen, daardoor en bewezen.
Een te grote sprong herkennen
“Iedereen verliest tijd omdat de kast slecht beheerd wordt” volgt niet uit één fictief fragment over een lege kast. Het bevat een frequentie, een tijdseffect en een oorzaak die niet zijn vastgesteld.
Maak de beperking onderdeel van de tekst
Schrijf bijvoorbeeld: “In het fictieve oefenfragment staat dat de beamer niet in de kast stond. De oorzaak is niet bekend.” Dat is minder spectaculair, maar wel controleerbaar. Echte bevindingen komen pas uit passend uitgevoerd onderzoek.
48 / 60 · Aan de slag
Herstel een verslag dat oefenfictie als onderzoek verkoopt
Een AI-samenvatting luidt: “Uit ons onderzoek blijkt dat medewerkers dagelijks tijd verliezen door ontbrekende kabels. Een reserveringsapp is noodzakelijk.” De enige invoer was R1.
Herstel ook de status van het bewijs
Let niet alleen op onjuiste details, maar ook op woorden die een oefengesprek tot echt onderzoek promoveren. Je herschrijving moet voor een volgende lezer duidelijk maken wat er wel is gedaan en welke kennis nog ontbreekt.
Opdracht: Schrijf een eerlijke vervanging en benoem drie onbewezen claims die je verwijdert.
Voorbeeldantwoord
Vervanging: “In onze fictieve R1-oefening vond het personage de beamer in een andere kamer en leende daarna een kabel. We gebruikten dit verhaal om onze vragen te oefenen. Er zijn geen echte gebruikersbevindingen verzameld.” Verwijderd: dagelijks/frequentie, medewerkers als algemene groep en app als noodzakelijke oplossing. Ook ‘onderzoek blijkt’ vervalt. De bijeenkomst in R1 begon op tijd; een vertraging mag ik niet toevoegen.
49 / 60 · Inzicht
Houd een open vraag open tot je haar hebt onderzocht
Na een pilot kan je lijst met vragen langer zijn geworden. Dat is niet erg. Maak zichtbaar wat je weet over je leidraad en wat je nog niet weet over de echte werkwijze.
Twee aparte lijsten
Over de aanpak: was de vraag duidelijk, paste de volgorde, bleef je binnen de tijd? Over het onderwerp: hoe vinden echte collega’s materiaal en wat helpt of hindert hen? Een rollenspel kan de eerste lijst ondersteunen, niet de tweede beantwoorden.
Bewaar versies
Geef de leidraad een versie en noteer waarom je iets wijzigde. Zo kan een volgende interviewer dezelfde aanpak gebruiken zonder te denken dat een open hypothese al een bewezen probleem is.
50 / 60 · Kennischeck
Wat mag je een letterlijk citaat noemen?
Je hebt alleen een ruwe parafrase onthouden. AI maakt daar een mooie zin van.
Wat doe je met die zin?
- Tussen aanhalingstekens zetten omdat zij aannemelijk klinkt.
- Aan een fictieve deelnemersnaam koppelen.
- Niet als letterlijk citaat gebruiken; de herkomst en parafrasestatus behouden.
Antwoord: C. Een letterlijk citaat vraagt betrouwbare vastlegging van de woorden. AI kan ontbrekende woorden niet achteraf tot bewijs maken. Een parafrase blijft een parafrase, met onzekerheid waar nodig.
51 / 60 · Inzicht
Maak nu één bruikbaar voorbereidingspakket
Je hebt vragen, een tijdschema, oefenervaringen en een notitieformat. De volgende stap is samenvoegen, zodat een collega weet wat wel klaar is en welke afspraken nog openstaan.
Wat in het pakket hoort
B1 en de onderzoeksvraag; de leidraad met tijdvakken; de voorgestelde deelnemerscriteria; de nog aan te vullen deelname- en gegevensuitleg; het notitieblad; het pilotplan; een versielog.
Wat er niet in hoort als bevinding
R1-rollenspellen zijn apart oefenmateriaal. Er is nog geen bewijs over de echte vindroute, knelpunten of beste oplossing. Je levert voorbereiding op, geen afgerond onderzoek.
52 / 60 · Aan de slag
Schrijf je complete dertigminutenleidraad
Gebruik B1 en de tijdroute uit slide 23. Schrijf eerst zelf een compacte maar uitvoerbare leidraad. Op de volgende slide staat een volledig voorbeeld.
Werk vanuit de onderzoeksvraag
Je wilt een concrete ervaring begrijpen, niet je favoriete oplossing verkopen. Kies vervolgvragen tijdens het gesprek op basis van wat daadwerkelijk wordt verteld.
Opdracht: Geef per tijdvak het doel, een startvraag en waar nodig een vervolg. Neem de opening en afronding mee.
Voorbeeldantwoord
0–3: leg doel, duur, vrijwilligheid en de vooraf vastgestelde gegevensafspraken uit. Vraag: “Welke vragen heb je voordat we beginnen?”
3–7: “Denk aan de laatste keer dat je de gedeelde beamer nodig had of probeerde op te halen. Waarvoor was dat?” Vraag daarna zo nodig afzonderlijk: “Wanneer was dat ongeveer?”
7–17: “Wat deed je als eerste?” Vraag vervolgens: “Wat gebeurde daarna?” en “Hoe liep de poging af?” Alleen als ophalen werkelijk gebeurde: “Hoe ging het ophalen?” Alleen als terugbrengen werkelijk gebeurde: “Hoe ging het terugbrengen?” Als ophalen niet lukte: “Wat deed je in plaats daarvan?”
17–23: “Welke informatie gebruikte je?” Als iets onduidelijk was: “Wat deed je toen?” Als het soepel ging: “Wat hielp?”
23–27: vat de route kort samen. Vraag eerst “Klopt deze volgorde?” en daarna “Wat heb ik verkeerd begrepen of nog gemist?”
27–30: “Is er nog iets belangrijks over die keer?” Leg het afgesproken vervolg uit en bedank.
Som: 3 + 4 + 10 + 6 + 4 + 3 = 30 minuten. Gebruik de opening pas echt nadat de open gegevens- en uitvoeringsafspraken uit B1 zijn aangevuld.
53 / 60 · Voorbeeld
De volledige leidraad als werkdocument
Dit is een uitgewerkt voorstel voor B1. Het document is klaar om intern te beoordelen en in een afgesproken pilot uit te proberen; het is niet automatisch vrijgegeven voor echte deelnemers.
0–3 minuten — starten
Leg uit wie je bent en dat je het vinden, ophalen en terugbrengen van de gedeelde beamer wilt begrijpen, niet de medewerker beoordelen. Benoem dertig minuten en vrijwillig meedoen, overslaan of stoppen. Bespreek de vooraf vastgestelde notitie- en gegevensafspraken; in dit plan geen opname. Vraag: “Welke vragen heb je voordat we beginnen?”
3–7 minuten — een concrete keer kiezen
“Denk aan de laatste keer dat je de gedeelde beamer nodig had of probeerde op te halen. Waarvoor was dat?” Vraag zo nodig wanneer het ongeveer was. Laat onbekende details onbekend.
7–17 minuten — de route reconstrueren
“Wat deed je als eerste?” “Wat gebeurde daarna?” “Welke informatie of hulp gebruikte je toen?” “Hoe liep de poging af?” Vraag alleen naar ophalen als dat werkelijk gebeurde: “Hoe ging het ophalen?” Vraag alleen naar terugbrengen als dat werkelijk gebeurde: “Hoe ging het terugbrengen?” Als ophalen niet lukte: “Wat deed je in plaats daarvan?” Stel één vraag tegelijk en sluit aan op de beschreven volgorde.
17–23 minuten — verduidelijken en verdiepen
“Was er in die route iets dat voor jou onduidelijk was?” Indien ja: “Kun je dat moment beschrijven?” en “Wat deed je toen?” Indien nee: “Wat hielp om het zo te laten verlopen?” Vraag niet alvast naar frustratie of een app.
23–27 minuten — samen controleren
Vat de genoemde stappen en open punten in eigen woorden samen. “Klopt deze volgorde?” “Wat heb ik verkeerd begrepen of nog gemist?” Geef ruimte voor correctie; corrigeer je notitie zichtbaar.
27–30 minuten — afronden
“Is er over die concrete keer nog iets belangrijks dat we niet hebben besproken?” Leg alleen het afgesproken vervolg uit en bedank. Geen belofte van een oplossing of besluit. Vraag kort of de gesprekspartner iets aan de aanpak wil meegeven.
Tijd en status
3 + 4 + 10 + 6 + 4 + 3 = 30 minuten. De tijdvakken zijn een richtlijn voor deze proef. Deelnemers, uitvoerder, planning en gegevensafspraken zijn nog niet vastgesteld; er zijn geen echte interviews uitgevoerd.
54 / 60 · Aan de slag
Controleer of iedere vraag een functie heeft
Lees jouw leidraad of het voorbeeld op slide 53. Een collega wil toevoegen: “Welke app zou jij kopen?”
Geef iedere vraag een duidelijke functie
Koppel elke vraag aan iets dat je volgens B1 wilt begrijpen en aan een passend moment in de leidraad. Controleer ook of de formulering antwoordruimte laat, zodat relevantie niet ten koste gaat van een open gesprek.
Opdracht: Koppel drie bestaande vragen aan B1 en beslis wat je met de extra vraag doet.
Voorbeeldantwoord
“Wat deed je als eerste?” helpt de vindroute begrijpen. “Welke informatie of hulp gebruikte je toen?” maakt gebruikte middelen en mensen zichtbaar. “Hoe ging het terugbrengen?” dekt het einde van de taak. “Welke app zou jij kopen?” laat ik in deze ronde weg: B1 gaat over de huidige concrete ervaring, niet over leverancierskeuze. Een later onderzoek kan een andere vraag hebben, maar dat verandert deze ronde niet ongemerkt.
55 / 60 · Voorbeeld
Een pilotplan zonder verzonnen uitkomsten
Je wilt de leidraad eerst uitproberen. Het onderstaande plan is een voorstel; geen collega heeft al toegezegd en er is nog geen pilotresultaat.
Vooraf
Laat de verantwoordelijke het doel, de selectie en de gegevensafspraken controleren. Kies vervolgens een geschikte oefenpartner en spreek af of die R1 speelt of een eigen ervaring beschrijft. Leg de status vast. Maak nog geen opname.
Tijdens de proef
Gebruik de leidraad en houd de tijd per blok bij. Noteer alleen wat nodig is: onduidelijke vragen, abrupte overgangen, eigen invullingen en tijdsverloop. Vraag na afloop wat aan de vraagstelling onduidelijk was.
Na de proef
Vergelijk de werkelijke duur met dertig minuten. Pas gerichte vragen of overgangen aan en bewaar versie en reden. Vul geen voorbeeldtijden in alsof zij gemeten zijn. Bespreek of de aanpak klaar is voor een echte ronde en wat eerst nog moet gebeuren.
56 / 60 · Aan de slag
Maak een pilotlog zonder al een resultaat in te vullen
Je bereidt het logblad voor de proef op slide 55 voor. De proef is nog niet uitgevoerd.
Laat onuitgevoerde resultaten leeg
Een pilotlog helpt je straks waarnemingen en aanpassingen vastleggen, maar is vooraf nog geen verslag. Maak lege resultaatvelden en eventuele fictieve voorbeelden duidelijk van elkaar te onderscheiden.
Opdracht: Maak een leeg maar bruikbaar format met minstens vijf velden en geef één duidelijk fictief voorbeeld apart.
Voorbeeldantwoord
Leeg format: leidraadversie; datum/uitvoerder nog in te vullen; oefenvorm; tijd per blok; vraag of overgang; waarneming; voorgestelde wijziging; hercontrole; status. Status nu: gepland, niet uitgevoerd.
Apart fictief voorbeeld, alleen om het format te begrijpen: “Vraag bevatte twee onderwerpen; voorstel: splitsen in twee vragen.” Dit voorbeeld is geen gemeten pilotbevinding en krijgt geen echte deelnemercode. De werkelijke tijdvelden blijven leeg tot de proef plaatsvindt.
57 / 60 · Inzicht
Maak de overdracht eerlijk over wat nog ontbreekt
Een bruikbaar pakket vertelt niet alleen wat erin zit, maar ook wat de volgende eigenaar nog moet beslissen. Daarmee voorkom je dat iemand een oefenversie als onderzoeksresultaat doorstuurt.
Drie statussen naast elkaar
Gereed als concept: B1, vragen, tijdroute en notitieformat. Nog afstemmen: deelnemers, uitvoering, gegevensafspraken en planning. Niet gedaan: echte interviews, analyse van gebruikerservaringen en een besluit over een oplossing.
Een duidelijke vervolgstap
Vraag de verantwoordelijke om de open afspraken te beoordelen en een pilot te organiseren als dat passend is. Je maakt daarmee geen afspraak namens iemand en geeft geen toestemming om echte gegevens in AI te zetten.
58 / 60 · Aan de slag
Schrijf een overdracht die een collega kan gebruiken
Je rondt het pakket voor Team Esdoorn af. De collega moet weten welk materiaal oefenfictie is en wat er nog niet is uitgevoerd.
Maak concept en open besluiten herkenbaar
Een collega moet kunnen zien welke stukken bruikbaar zijn en welke afspraken nog ontbreken vóór uitvoering. Beschrijf daarom de status en de eerstvolgende controle concreet, zonder een pilot of interview als al uitgevoerd te presenteren.
Opdracht: Schrijf een korte overdrachtsnotitie met inhoud, status, open punten en volgende stap.
Voorbeeldantwoord
“Hierbij het conceptpakket voor gesprekken over het vinden, ophalen en terugbrengen van de gedeelde beamer: B1, leidraad van 30 minuten, voorgestelde selectie, notitieblad en pilotplan. R1 en AI-rollenspellen zijn apart gemarkeerd oefenmateriaal, geen gebruikersbewijs. Echte interviews en de pilot zijn nog niet uitgevoerd. Open: uitvoerder, deelnemers, planning, notitiegebruik, toegang, opslag, bewaartermijn en contact. Graag deze afspraken eerst beoordelen en aanvullen; daarna kan een afgesproken pilot worden voorbereid. Er is geen app of andere oplossing gekozen.”
59 / 60 · Reflectie
Neem één echte onderzoeksvraag mee, niet een verzonnen antwoord
Kies een kleine dagelijkse werkwijze uit je eigen werk die je beter wilt begrijpen. Neem de aanpak mee, maar vervang Team Esdoorn niet zomaar door echte namen in dezelfde chat.
Jouw eerstvolgende stap
Schrijf op welke concrete ervaring je wilt begrijpen, wie die ervaring kan hebben en welke aanname je wilt openhouden. Bepaal met de verantwoordelijke of gesprekken passend zijn en welke afspraken nodig zijn.
Wat je al kunt doen zonder onderzoek te claimen
Oefen je vragen met zelfbedachte informatie, controleer je taal en maak een conceptleidraad. Noem het voorbereiding totdat er echt, passend uitgevoerd onderzoek heeft plaatsgevonden.
60 / 60 · Kennischeck
Wanneer is je voorbereidingspakket bruikbaar?
Je hebt de zestig slides doorlopen en een complete conceptleidraad gemaakt.
Welke omschrijving is eerlijk?
- We hebben een gecontroleerd voorbereidingspakket; open afspraken en een echte proef volgen nog.
- We weten nu wat alle gebruikers willen.
- AI heeft de echte interviews alvast vervangen.
Antwoord: A. Een goede voorbereiding is een concreet resultaat. Zij is geen vervanging van gesprekken met mensen. Houd oefenfictie, nog te nemen besluiten en werkelijk verzameld bewijs herkenbaar gescheiden.
Bronnen
Bijgewerkt: 2026-10-29. Erik van der Veen · erikvanderveen.nl