← Terug naar de interactieve trainingLESMATERIAAL · 60 SLIDES
Van spreadsheet naar inzicht met AI
Alle lessen bij elkaar. Gebruik de afdrukfunctie van je browser om dit materiaal als PDF te bewaren. Antwoorden staan direct onder de opdrachten.
1 / 60 · Inzicht
Een tabel wordt interessant als je er een vraag aan stelt
Je hebt een lijst met cijfers. Daar kan meer in zitten dan je op het eerste gezicht ziet: een verschil, een ontbrekend gegeven of een betere vraag voor je team. In deze training ontdek je hoe AI je helpt die stap te zetten.
Welkom, ik ben Erik
Ik ben Erik van der Veen, AI-trainer en online marketeer. We beginnen met een kleine, herkenbare klus. Niet met ingewikkelde statistiek of alle knoppen van Excel, maar met een vraag die je wilt beantwoorden. Je probeert eerst iets en bouwt daarna je eigen aanpak op.
Het resultaat van deze training
Je maakt een korte beslisnotitie met een opgeschoonde tabel, controleerbare berekeningen, een passende grafiek en een concrete vervolgstap. Onze fictieve organisatie Werkplaats organiseert zes oefensessies. We gebruiken uitsluitend verzonnen aantallen.
Zo kun je meedoen
Reken op ongeveer drie uur, inclusief oefenen. Papier en een rekenmachine zijn genoeg. Een spreadsheet of toegestane AI-chat kan helpen, maar een betaald account, bestandsupload of programmeerkennis is niet nodig. Een spreadsheet is een digitaal werkblad met rijen en kolommen.
2 / 60 · Aan de slag
Ontdek wat twee rijen al vertellen
Je helpt een fictieve coördinator die wil zien hoeveel inschrijvingen tot aanwezigheid leidden. Begin met twee kleine voorbeelden, zonder een ingewikkeld bestand te openen.
Ik leer tabellen begrijpen. Dit zijn fictieve sessies: T01 heeft 10 inschrijvingen en 8 aanwezigen. T02 heeft 30 inschrijvingen en 24 aanwezigen. Geef twee eenvoudige observaties en één vervolgvraag. Leg aantallen en verhoudingen uit in gewone taal.
Opdracht: Bekijk T01: 10 inschrijvingen, 8 aanwezig. Bekijk T02: 30 inschrijvingen, 24 aanwezig. Schrijf twee dingen die je ziet en één vraag die je hierna zou willen stellen. Gebruik eventueel de prompt.
Voorbeeldantwoord
Je ziet dat T02 drie keer zoveel inschrijvingen en drie keer zoveel aanwezigen heeft als T01. Bij beide sessies is 8 van 10, oftewel 80%, aanwezig: 8/10 en 24/30 zijn dezelfde verhouding.
Een goede vervolgvraag is: “Geldt deze verhouding ook voor de andere sessies?” Je ontdekt zo dat een groter aantal niet automatisch een hoger aanwezigheidspercentage betekent.
3 / 60 · Voorbeeld
Dezelfde cijfers kunnen drie gesprekken starten
De coördinator ziet dezelfde twee rijen als jij. Welke vraag je stelt, bepaalt wat een bruikbaar antwoord is.
Hoeveel werk is er?
Voor de hoeveelheid stoelen of materiaal kijk je eerst naar aantallen. T02 had 24 aanwezigen, T01 had er 8. Dat zijn verschillende hoeveelheden werk, ook als de verhoudingen gelijk zijn.
Welk deel kwam opdagen?
Voor aanwezigheid ten opzichte van inschrijving vergelijk je 8/10 met 24/30. Beide zijn 80%. Je verandert niet de data; je kiest een andere vraag.
Wat willen we hierna weten?
Een vervolgvraag kan zijn of het verschil in groepsgrootte gepland was. Dat antwoord staat niet in deze twee rijen. AI kan helpen vragen bedenken, terwijl jij bepaalt welke vraag relevant is.
4 / 60 · Aan de slag
Kies een vraag die bij de beslissing past
Je collega vraagt om “iets interessants” uit de tabel. Je maakt de opdracht concreter door eerst te kiezen waarvoor het resultaat dient.
Opdracht: Koppel elke bedoeling aan een vraag: A stoelen voorbereiden; B aanwezigheid vergelijken met inschrijving; C begrijpen waarom mensen afwezig waren. Geef ook aan welke bedoeling met alleen aantallen niet te beantwoorden is.
Voorbeeldantwoord
A: “Hoeveel aanwezigen waren er per sessie?” Dat helpt bij een eerste terugblik op aantallen stoelen. Voor toekomstige planning is aanvullende informatie nodig.
B: “Welk deel van de inschrijvingen was aanwezig per sessie?” Dat levert een verhouding op.
C: “Welke redenen voor afwezigheid zijn geregistreerd?” Die informatie staat niet in deze tabel. Je kunt dus geen oorzaak vaststellen met alleen de aantallen.
De winst zit in het onderscheid: eerst de vraag scherp maken, daarna pas een berekening laten uitvoeren.
5 / 60 · Inzicht
We onderzoeken zes fictieve oefensessies
Vanaf nu help je Werkplaats met één doorlopende casus. De coördinator wil een terugblik op aanwezigheid en een verstandige vervolgstap, niet meteen een ranglijst van goede en slechte trainingen.
Wat is één rij?
Eén rij hoort bij één sessie. Een sessie heeft een code, een vorm, een aantal inschrijvingen en een aantal aanwezigen. Het gaat om totalen per sessie, niet om een lijst met individuele mensen.
Wat lever je uiteindelijk op?
Je vergelijkt de bekende aanwezigheid van online- en locatiesessies. Je vermeldt welke gegevens ontbreken en schrijft wat je wel en niet uit de vergelijking kunt afleiden. Het eindresultaat is een korte notitie voor de coördinator.
Een eerste taalafspraak
We tellen inschrijvingen. Dezelfde persoon kan zich voor meerdere sessies hebben ingeschreven. Zonder persoonsinformatie kun je niet zeggen hoeveel unieke mensen er in totaal meededen.
6 / 60 · Aan de slag
Maak van “analyseer dit” een bruikbare opdracht
Je hebt nog geen berekening nodig om AI goed te sturen. Stel eerst vast wat de coördinator wil weten en welke vorm het antwoord moet krijgen.
Opdracht: Herschrijf “Analyseer onze trainingen” naar een opdracht met doel, gewenste uitkomst en één afbakening. Gebruik de fictieve Werkplaats-casus.
Voorbeeldantwoord
Een mogelijke opdracht: “Help me de aanwezigheid bij zes fictieve Werkplaats-sessies te begrijpen. Maak straks een overzicht van inschrijvingen en bekende aanwezigen per vorm, met de berekening van de verhouding. Sluit af met een notitie van maximaal vijf zinnen voor de coördinator. Zeg apart welke gegevens ontbreken; verklaar nog niet waarom mensen wel of niet kwamen.”
Waarom dit helpt: het doel en de lezer zijn duidelijk. De afbakening voorkomt dat een mooie verklaring de feitelijke vraag verdringt.
7 / 60 · Inzicht
Laat AI helpen bij kijken, ordenen en uitleggen
Je hoeft AI niet alleen te vragen om een eindantwoord. Je kunt het ook inzetten als meedenker bij de stappen die eraan voorafgaan.
Een praktische rolverdeling
Vraag AI bijvoorbeeld om kolomnamen begrijpelijk te maken, een berekening stap voor stap uit te schrijven of een korte notitie te formuleren. Jij bepaalt de vraag en vergelijkt de uitkomst met de gegevens. In deze cursus oefen je beide rollen.
Wat ChatGPT kan ondersteunen
OpenAI, de maker van ChatGPT, beschrijft in zijn helpcentrum analyse van bestanden, tabellen en grafieken. Welke bestandsmogelijkheden je ziet, hangt onder meer af van model, abonnement en werkomgeving. Onze kleine tabel kun je ook als tekst gebruiken; uploaden is niet verplicht.
Lees OpenAI’s uitleg over gegevensanalyse met ChatGPT (gecontroleerd: 2026-10-29)
8 / 60 · Aan de slag
Vraag om twee versies van dezelfde uitleg
Een collega vindt “80 procent” lastig. Je wilt de uitkomst niet veranderen, maar wel begrijpelijker maken.
Leg dit fictieve resultaat op twee manieren uit: sessie T01 heeft 10 inschrijvingen en 8 aanwezigen. Schrijf één zin zonder rekenjargon en één zin met de berekening. Houd de betekenis gelijk en spreek over inschrijvingen, niet over alle medewerkers.
Opdracht: Leg T01, 8 aanwezigen op 10 inschrijvingen, op twee manieren uit: één zin voor een collega zonder rekenkennis en één zin met de berekening. Vergelijk beide op betekenis.
Voorbeeldantwoord
Zonder rekenjargon: “Van elke tien inschrijvingen leidden er bij T01 acht tot aanwezigheid.”
Met berekening: “De aanwezigheid bij T01 is 8 gedeeld door 10, maal 100: 80%.”
Beide gaan over dezelfde sessie en dezelfde noemer: de tien inschrijvingen. “Acht van de tien mensen in onze organisatie kwamen” zou iets anders zeggen; de tabel gaat niet over de hele organisatie.
9 / 60 · Kennischeck
Welke vraag helpt je echt verder?
Je wilt aanwezigheid bij sessies vergelijken. Kies een vraag die de cijfers een helder doel geeft.
Welke opdracht is het meest gericht?
- Maak een indrukwekkende analyse met zoveel mogelijk grafieken.
- Bereken per sessie welk deel van de inschrijvingen aanwezig was en laat teller en noemer zien.
- Vertel welke trainer het beste is, ook als de tabel geen trainers noemt.
Antwoord: B. De tweede opdracht beschrijft een concrete berekening en vraagt om de onderdelen ervan. Veel grafieken of een oordeel over niet-geregistreerde trainers voegen geen onderbouwing toe.
10 / 60 · Reflectie
Begin met één vraag uit je eigen werk
Je hebt gezien hoe je met weinig gegevens al een zinvolle vraag kunt stellen. Kies nu een herkenbare situatie uit je werk, zonder echte gegevens te delen.
Maak de vraag klein
Denk aan inschrijvingen, doorlooptijden of aantallen verzoeken. Schrijf: “Ik wil weten hoeveel/welk deel … zodat ik … kan voorbereiden.” Houd het bij één vraag. Je hoeft nog geen bestand te openen.
Wat je meeneemt
Een goede analyse begint niet bij een knop, maar bij een doel. In de volgende module leer je welke structuur de gegevens nodig hebben om dat doel betrouwbaar te beantwoorden.
11 / 60 · Inzicht
Bekijk eerst wat er werkelijk is aangeleverd
Werkplaats heeft een ruwe export gestuurd. Dat is de oorspronkelijke tabel vóór jouw bewerkingen. Bewaar deze als D0, zodat je later kunt uitleggen wat je hebt veranderd.
De volledige ruwe oefentabel
D0 — ruwe fictieve export (zeven regels)
Sessie | Vorm | Ingeschreven | Aanwezig
T01 | Online | 10 | 8
T02 | Locatie | 30 | 24
T02 | Locatie | 30 | 24
T03 | online | 20 | 10
T04 | Locatie | 10 | 10
T05 | Online | 20 | [leeg]
T06 | Locatie | 10 | 0
Controle-informatie van de fictieve beheerder
Fictieve controle-informatie bij D0: de tweede regel T02 is een kopie door de export, geen tweede sessie. “online” en “Online” betekenen dezelfde vorm. Voor T05 is de aanwezigheid nog niet aangeleverd. Bij T06 is nul aanwezig bevestigd; de sessie was niet geannuleerd. Er zijn geen namen of individuele deelnemersgegevens beschikbaar.
Waarom twee versies?
Je bewaart straks naast D0 een opgeschoonde D1. Zo blijven bron en bewerking uit elkaar. Een verbetering in je werkversie is dan niet ongemerkt een wijziging van het oorspronkelijke bewijs.
12 / 60 · Aan de slag
Vertel wat één rij betekent
Voordat je totalen berekent, controleer je of je de eenheid van de tabel begrijpt. Gebruik de volledige ruwe oefentabel D0 uit de vorige slide.
Opdracht: Leg T03 in één zin uit. Noem vervolgens het verschil tussen de sessiecode en het aantal inschrijvingen. Mag je uit de tabel afleiden hoeveel unieke mensen er waren?
Voorbeeldantwoord
T03 is één online sessie met 20 inschrijvingen en 10 aanwezigen. De code T03 is een herkenningslabel, geen getal dat je optelt. Ingeschreven is een aantal dat je onder voorwaarden wel kunt optellen.
Het aantal unieke mensen is niet af te leiden: je weet niet of iemand aan meerdere sessies deelnam. De tabel telt registraties per sessie. Daarom schrijf je straks “100 inschrijvingen”, niet “100 verschillende mensen”.
13 / 60 · Voorbeeld
Geef elke kolom een duidelijke betekenis
Een klein gegevenswoordenboek voorkomt dat twee collega’s dezelfde kolom anders lezen. Je schrijft daarvoor geen technisch handboek; vier korte afspraken zijn genoeg.
De vier kolommen
Sessie: unieke code voor één sessie. Vorm: Online of Locatie. Ingeschreven: aantal inschrijvingen voor die sessie. Aanwezig: aantal geregistreerde aanwezigen; leeg betekent nog niet bekend.
Eenheid en grens
De twee aantalkolommen bevatten gehele aantallen van nul of meer. In onze oefencasus zijn aanwezigen een deel van de ingeschrevenen. Een waarde groter dan Ingeschreven vraagt daarom om navraag, niet om stil aanpassen.
Een label is geen meetwaarde
Tel codes niet op en neem geen gemiddelde van T01 en T02. Gebruik codes om regels terug te vinden. Dat maakt je vergelijking en eventuele correcties controleerbaar.
14 / 60 · Aan de slag
Schrijf een mini-woordenboek voor je collega
Je collega gaat de opgeschoonde tabel gebruiken. Geef genoeg uitleg om misverstanden bij de berekening te voorkomen.
Opdracht: Schrijf voor Aanwezig de betekenis, eenheid en afspraak voor een lege cel. Schrijf voor Vorm welke twee labels gebruikt worden. Geef aan wat je met de waarde “online” doet en waarom.
Voorbeeldantwoord
Aanwezig: aantal geregistreerde aanwezigen bij één sessie; eenheid is een geheel aantal; een lege cel betekent onbekend en wordt niet als nul gelezen.
Vorm: de toegestane labels zijn Online en Locatie. “online” wordt Online, omdat de fictieve beheerder bevestigt dat beide hetzelfde betekenen.
Dit is normaliseren: dezelfde betekenis krijgt dezelfde schrijfwijze. Je verzint daarbij geen nieuwe categorie of gebeurtenis.
15 / 60 · Inzicht
Twee gelijke regels zijn niet vanzelf een fout
In D0 staat T02 twee keer. Het is verleidelijk direct één regel weg te gooien. Eerst bepaal je echter wat de rij voorstelt en waarom die dubbel staat.
Gebruik de code én de broninformatie
De sessiecode hoort uniek te zijn. Beide T02-regels hebben dezelfde waarden. Bovendien bevestigt de fictieve beheerder dat de tweede een exportkopie is. Die combinatie onderbouwt het verwijderen van één kopie in D1.
Leg de bewerking vast
Noteer: “Eén exacte T02-exportkopie verwijderd op basis van de controle-informatie; originele D0 behouden.” Als twee regels met dezelfde code verschillende aantallen hadden, zou je eerst navragen welke klopt.
Laat AI signaleren, niet raden
Een bruikbare vraag is: “Welke codes komen vaker voor en verschillen de waarden?” Dat is iets anders dan: “Verwijder alles wat dubbel lijkt.”
16 / 60 · Aan de slag
Schrijf op wat je verandert en wat niet
Je maakt D1 vanuit D0. Gebruik de controle-informatie van de beheerder bij “Bekijk eerst wat er werkelijk is aangeleverd”.
Maak van deze fictieve ruwe export een opgeschoonde werkversie D1 en een kort correctielog. Gebruik uitsluitend de meegeleverde controle-informatie. Laat onbekende waarden onbekend; bewaar de oorspronkelijke export apart. Toon eerst de bewerkingen en daarna de volledige tabel.
D0 — ruwe fictieve export (zeven regels)
Sessie | Vorm | Ingeschreven | Aanwezig
T01 | Online | 10 | 8
T02 | Locatie | 30 | 24
T02 | Locatie | 30 | 24
T03 | online | 20 | 10
T04 | Locatie | 10 | 10
T05 | Online | 20 | [leeg]
T06 | Locatie | 10 | 0
Fictieve controle-informatie bij D0: de tweede regel T02 is een kopie door de export, geen tweede sessie. “online” en “Online” betekenen dezelfde vorm. Voor T05 is de aanwezigheid nog niet aangeleverd. Bij T06 is nul aanwezig bevestigd; de sessie was niet geannuleerd. Er zijn geen namen of individuele deelnemersgegevens beschikbaar.
Opdracht: Maak een correctielog met drie acties: de dubbele T02, de schrijfwijze van T03 en de lege cel bij T05. Vermeld per actie de reden. Wat doe je met de nul bij T06?
Voorbeeldantwoord
1. Verwijder één van de twee identieke T02-regels in D1: de beheerder noemt die een exportkopie.
2. Verander “online” bij T03 in “Online”: dezelfde betekenis, uniforme schrijfwijze.
3. Laat de aanwezigheid van T05 onbekend en label dit zichtbaar: er is nog geen aantal aangeleverd.
T06 blijft 0, omdat nul aanwezigheid expliciet bevestigd is.
D0 blijft onaangetast. Je verandert dus niet iedere afwijkende cel in een getal dat mooi in de analyse past.
17 / 60 · Inzicht
Dit is D1: onze vaste tabel vanaf nu
Je hebt de bewerkingen onderbouwd. Deze opgeschoonde versie is vanaf nu de vaste rekenbron voor de rest van de training. Bewaar de titel D1 bij je berekeningen.
De volledige opgeschoonde tabel
D1 — opgeschoonde fictieve tabel (zes sessies)
Sessie | Vorm | Ingeschreven | Aanwezig
T01 | Online | 10 | 8
T02 | Locatie | 30 | 24
T03 | Online | 20 | 10
T04 | Locatie | 10 | 10
T05 | Online | 20 | onbekend
T06 | Locatie | 10 | 0
Wat is veranderd?
D1 bevat zes unieke sessies, niet zeven exportregels. De vormlabels zijn gelijkgetrokken. T05 blijft onbekend en T06 blijft bevestigd nul. Alle andere aantallen zijn gelijk aan D0.
Zo gebruik je D1
Kopieer de tabel of houd deze slide erbij. Waar later “gebruik D1” staat, wordt precies deze tabel bedoeld. Eventuele nieuwe oefeninformatie wordt apart gelabeld en vervangt D1 niet vanzelf.
18 / 60 · Aan de slag
Controleer of de schone tabel nog dezelfde bron vertelt
Een net uiterlijk is niet genoeg. Jij doet een kleine aansluitcontrole tussen de ruwe export en D1.
Opdracht: Controleer drie dingen: hoeveel unieke sessies heeft D1, welke waarde is nog onbekend en welk aantal is echt nul? Bereken ook hoeveel inschrijvingen een onjuiste optelling van alle zeven D0-regels zou geven.
Voorbeeldantwoord
D1 heeft zes unieke sessies. Aanwezig bij T05 is onbekend. Aanwezig bij T06 is bevestigd 0.
Als je alle zeven D0-regels optelt, krijg je 10 + 30 + 30 + 20 + 10 + 20 + 10 = 130 inschrijvingen. Dat telt T02 twee keer. D1 heeft 100 inschrijvingen: 10 + 30 + 20 + 10 + 20 + 10.
De aansluiting is 130 min de dubbele 30 = 100. Zo kun je uitleggen waarom een totaal verandert zonder een echte sessie kwijt te raken.
19 / 60 · Kennischeck
Waarom blijft één cel onbekend?
Je wilt een compleet ogende tabel maken. Welke keuze houdt de betekenis van de bron intact?
Wat doe je met T05 en T06?
- Beide worden 0, zodat alle rijen optelbaar zijn.
- T05 blijft onbekend; T06 blijft 0 omdat nul bevestigd is.
- Beide worden 10, want dat lijkt een redelijke schatting.
Antwoord: B. Een lege cel bij T05 betekent dat een waarde ontbreekt, niet dat niemand aanwezig was. T06 heeft juist een bevestigde nul. Dat verschil moet later zichtbaar blijven in de gekozen noemer.
20 / 60 · Reflectie
Een kleine tabel verdient een duidelijk spoor
Je hebt geen ingewikkelde software nodig gehad om de kwaliteit van de bron te verbeteren. Je gebruikte definities, een unieke code en een controlelog.
Wat je straks kunt uitleggen
Een collega moet kunnen zien: dit is de oorspronkelijke export, dit zijn de onderbouwde bewerkingen en dit is de tabel waarmee gerekend is. Als die drie ontbreken, is een mooi eindcijfer moeilijk te controleren.
De volgende stap
Nu de zes sessies helder zijn, gaan we optellen en delen. We beginnen met aantallen en bouwen daarna pas percentages op.
21 / 60 · Inzicht
Een percentage heeft altijd twee onderdelen
Je wilt weten welk deel van de inschrijvingen tot aanwezigheid leidde. Daarvoor deel je een aantal door een passend totaal. Die twee onderdelen hebben namen.
Teller: het deel dat je telt
Bij T01 is de teller 8: de acht aanwezigen. Het is het deel waarover de vraag gaat.
Noemer: het totaal waartegen je vergelijkt
Bij T01 is de noemer 10: de tien inschrijvingen bij dezelfde sessie. De berekening is 8 / 10 × 100 = 80%. Vraag altijd: “80 procent van wat?”
Waarom dit zo belangrijk is
Een goed getal met een verkeerde noemer kan een verkeerde indruk geven. Je combineert niet acht aanwezigen van T01 met de dertig inschrijvingen van T02.
22 / 60 · Aan de slag
Tel de inschrijvingen en bekende aanwezigen
Gebruik D1 uit “Dit is D1: onze vaste tabel vanaf nu”. Je maakt eerst de optellingen voordat je een percentage presenteert.
Gebruik alleen de onderstaande fictieve D1-tabel. Tel alle inschrijvingen op en toon de losse optelling. Tel daarna de bekende aanwezigen op. Noem de sessiecodes die in die tweede som zitten en vermeld apart welke aanwezigheid onbekend is. Leid geen aantal unieke personen af.
D1 — opgeschoonde fictieve tabel (zes sessies)
Sessie | Vorm | Ingeschreven | Aanwezig
T01 | Online | 10 | 8
T02 | Locatie | 30 | 24
T03 | Online | 20 | 10
T04 | Locatie | 10 | 10
T05 | Online | 20 | onbekend
T06 | Locatie | 10 | 0
Opdracht: Tel alle inschrijvingen op. Tel daarna alleen de bekende aanwezigen op. Schrijf naast dat tweede totaal expliciet wat ontbreekt.
Voorbeeldantwoord
Inschrijvingen: 10 + 30 + 20 + 10 + 20 + 10 = 100.
Bekende aanwezigen: 8 + 24 + 10 + 10 + 0 = 52. De aanwezigheid bij T05 ontbreekt.
Schrijf daarom: “100 inschrijvingen in zes sessies; 52 geregistreerde aanwezigen in de vijf sessies met bekende aanwezigheid.” Schrijf niet dat er in alle zes sessies samen precies 52 aanwezigen waren. T05 kan dat totale aantal nog veranderen.
23 / 60 · Voorbeeld
Vraag om de berekening, niet alleen het antwoord
AI kan een berekening uitschrijven; een spreadsheet of rekenmachine kan je helpen die opnieuw uit te voeren. Dat geeft je een tweede manier om het resultaat te controleren.
Een klein controlepad
Voor de inschrijvingen gebruik je 10 + 30 + 20 + 10 + 20 + 10 = 100. Laat AI de gebruikte waarden noemen. Vergelijk die met D1 en tel ze zelf na. Zo ontdek je bijvoorbeeld of T02 nog dubbel staat.
Een spreadsheet als hulpmiddel
Microsoft legt in zijn Excel-hulp uit hoe de SUM-functie getallen in een bereik optelt. Je kunt dezelfde kleine som hier ook met losse getallen narekenen. Let in je eigen spreadsheet op functietaal en op getallen die als tekst zijn opgeslagen; een cel die eruitziet als een getal wordt niet altijd als getal behandeld.
Lees Microsofts uitleg over optellen in Excel (gecontroleerd: 2026-10-29)
Laat de gegevens kiezen vóór de formule
Ook een correcte formule kan de verkeerde rijen optellen. Spreek daarom eerst af welke tabel en rijen de berekening gebruikt. In deze training is dat D1, niet de ruwe D0-export.
24 / 60 · Aan de slag
Bereken de vijf bekende verhoudingen
Je hebt de totalen bekeken. Nu oefen je de teller en noemer per sessie, zodat je later begrijpt waarom een totaalpercentage anders kan zijn dan een gemiddelde.
Opdracht: Bereken voor T01, T02, T03, T04 en T06 het aanwezigheidspercentage. Leg uit waarom je T05 nog geen percentage geeft.
Voorbeeldantwoord
T01: 8 / 10 × 100 = 80%.
T02: 24 / 30 × 100 = 80%.
T03: 10 / 20 × 100 = 50%.
T04: 10 / 10 × 100 = 100%.
T06: 0 / 10 × 100 = 0%.
T05 krijgt geen percentage, omdat de teller onbekend is. De twintig inschrijvingen zijn wel bekend, maar daarmee weet je nog niet hoeveel er aanwezig waren. Gebruik “onbekend”, geen 0%.
25 / 60 · Inzicht
Laat teller en noemer dezelfde sessies beschrijven
Je wilt één aanwezigheidspercentage tonen voor de sessies waarvan beide aantallen bekend zijn. Dan moeten de teller en noemer uit precies diezelfde vijf sessies komen.
Neem dezelfde vijf sessies
De bekende aanwezigen zijn 52 uit T01, T02, T03, T04 en T06. De inschrijvingen van die vijf sessies zijn 10 + 30 + 20 + 10 + 10 = 80. Het percentage is dus 52 / 80 × 100 = 65%.
Waarom niet delen door honderd?
De honderd inschrijvingen bevatten ook T05, terwijl de 52 aanwezigen T05 niet bevatten. Met 52/100 meng je een onvolledige teller met een bredere noemer. Dat is niet het aanwezigheidspercentage van de bekende sessies.
Noem de reikwijdte bij het cijfer
Schrijf: “65% aanwezigheid bij de vijf sessies met bekende aanwezigheid, samen 80 inschrijvingen.” De ontbrekende sessie met twintig inschrijvingen vermeld je apart.
26 / 60 · Aan de slag
Herstel een overtuigend maar verkeerd percentage
Een AI-antwoord zegt: “Werkplaats heeft 52% aanwezigheid, want 52 van de 100 inschrijvingen waren aanwezig.” Je controleert dit met D1.
Opdracht: Schrijf een herstelzin met de juiste berekening voor de bekende sessies. Leg in gewone taal uit wat er misging en welke vraag nog openstaat.
Voorbeeldantwoord
Herstel: “Bij de vijf sessies met bekende aanwezigheid waren 52 van de 80 inschrijvingen aanwezig: 65%. Voor T05, met 20 inschrijvingen, ontbreekt het aantal aanwezigen.”
De fout is dat de oorspronkelijke noemer alle zes sessies bevatte, terwijl de teller er maar vijf bevatte. De open vraag is hoeveel aanwezigen T05 had. Pas na die aanvulling kun je het percentage over alle zes sessies berekenen.
27 / 60 · Voorbeeld
Een gemiddelde van percentages beantwoordt een andere vraag
De vijf bekende sessiepercentages zijn 80, 80, 50, 100 en 0. Je kunt daarvan een gemiddelde nemen, maar dat is niet automatisch hetzelfde als de verhouding over alle inschrijvingen.
Elke sessie even zwaar
Het gewone gemiddelde is (80 + 80 + 50 + 100 + 0) / 5 = 62%. Iedere sessie telt dan even zwaar, of die nu tien of dertig inschrijvingen heeft. Dat beschrijft het gemiddelde sessiepercentage.
Elke inschrijving even zwaar
Voor het totale aandeel bij de bekende sessies deel je alle bekende aanwezigen door alle bijbehorende inschrijvingen: 52 / 80 = 65%. De grotere sessie T02 krijgt zo vanzelf meer gewicht.
Kies op basis van de vraag
Wil je weten welk deel van de inschrijvingen aanwezig was, gebruik dan 65%. Wil je het gemiddelde van de vijf sessiepercentages beschrijven, dan is 62% een ander, duidelijk te benoemen getal. Geen van beide gaat over de nog onbekende aanwezigheid van T05.
28 / 60 · Aan de slag
Leg het verschil tussen 62 en 65 uit
Je coördinator ziet twee verschillende percentages in conceptstukken. Je wilt voorkomen dat dit onterecht als een rekenfout of als hetzelfde cijfer wordt gepresenteerd.
Opdracht: Schrijf drie zinnen: wat 62% betekent, wat 65% betekent en welk cijfer je kiest voor de vraag “welk deel van de inschrijvingen was aanwezig bij bekende sessies?”.
Voorbeeldantwoord
“62% is het gewone gemiddelde van de vijf sessiepercentages: elke sessie telt één keer mee. 65% is 52 aanwezigen gedeeld door 80 inschrijvingen in diezelfde vijf sessies: elke inschrijving telt mee. Voor het totale aandeel van de inschrijvingen gebruik ik daarom 65%, met de vermelding dat T05 ontbreekt.”
Een bruikbare uitleg noemt zowel de weging als de reikwijdte. Alleen zeggen dat het ene getal ‘beter’ is, legt niet uit welke vraag ermee wordt beantwoord.
29 / 60 · Kennischeck
Welk percentage past bij de vraag?
Je rapporteert het totale aandeel aanwezigen onder de inschrijvingen van sessies met bekende aanwezigheid.
Welke berekening hoort daarbij?
- 52 / 100 = 52%, omdat alle inschrijvingen moeten meetellen.
- (80 + 80 + 50 + 100 + 0) / 5 = 62%, want percentages kun je altijd middelen.
- 52 / 80 = 65%, met T05 zichtbaar als ontbrekende aanwezigheid.
Antwoord: C. Voor deze vraag moeten teller en noemer dezelfde vijf sessies beschrijven. Daarom is 52/80 passend. Het gemiddelde van sessiepercentages beantwoordt een andere vraag; 52/100 mengt verschillende verzamelingen.
30 / 60 · Reflectie
Kun je een cijfer terugvertalen naar rijen?
Je hoeft niet iedere formule uit je hoofd te kennen. Je moet wel kunnen uitleggen welke gegevens eronder liggen.
Drie controlevragen
Vraag bij een percentage: wat is het getelde deel, wat is het bijbehorende totaal en welke rijen zijn buiten beschouwing gebleven? Schrijf de antwoorden naast de berekening, niet alleen in je hoofd.
Van totaal naar vergelijking
In de volgende module splitsen we D1 op in Online en Locatie. Dezelfde regels blijven gelden: vergelijk dezelfde soort aantallen en laat ontbrekende gegevens zichtbaar.
31 / 60 · Inzicht
Een filter verandert welke rijen meetellen
De coördinator vraagt nu naar Online en Locatie. Je maakt geen nieuwe feiten; je selecteert groepen uit dezelfde D1-tabel.
Eerst de categorie, dan de geldige rijen
Voor Online vind je T01, T03 en T05. Voor Locatie vind je T02, T04 en T06. Voor een aanwezigheidspercentage gebruik je binnen iedere groep alleen sessies met bekende aanwezigheid.
Beschrijf wat buiten de som valt
T05 hoort inhoudelijk bij Online, maar kan nog niet in het online aanwezigheidspercentage worden opgenomen. Het verdwijnt niet uit de dataset; je vermeldt het als ontbrekende sessie.
Maak de selectie controleerbaar
Laat AI de sessiecodes tonen vóór het rekenen. Zo kun je controleren of de groep klopt en of er niet ongemerkt een rij is weggevallen.
32 / 60 · Aan de slag
Zet de juiste sessies in de juiste groep
Gebruik D1. Je bereidt de vergelijking voor voordat je percentages laat berekenen.
Opdracht: Schrijf de codes per vorm op. Geef per vorm het totale aantal inschrijvingen én het aantal inschrijvingen bij sessies met bekende aanwezigheid.
Voorbeeldantwoord
Online: T01, T03 en T05; 10 + 20 + 20 = 50 inschrijvingen totaal. Voor bekende aanwezigheid tellen alleen T01 en T03: 10 + 20 = 30.
Locatie: T02, T04 en T06; 30 + 10 + 10 = 50 inschrijvingen totaal. Alle drie hebben bekende aanwezigheid, dus de vergelijkingsnoemer is ook 50.
De twee vormen hebben evenveel inschrijvingen in D1, maar niet evenveel inschrijvingen met bekende aanwezigheid. Dat verschil moet in je vergelijking zichtbaar blijven.
33 / 60 · Voorbeeld
Van twee groepen naar twee verhoudingen
Je gebruikt nu de geselecteerde bekende sessies uit de vorige oefening. Houd aantallen en percentages naast elkaar, zodat het verschil te volgen is.
Online, alleen bekende sessies
T01 en T03 leveren samen 8 + 10 = 18 aanwezigen op 10 + 20 = 30 inschrijvingen. Dat is 18/30 × 100 = 60%. T05 ontbreekt uit deze berekening.
Locatie, alle drie sessies bekend
T02, T04 en T06 leveren samen 24 + 10 + 0 = 34 aanwezigen op 30 + 10 + 10 = 50 inschrijvingen. Dat is 34/50 × 100 = 68%.
Wat kun je nu zeggen?
In de bekende gegevens is het aandeel voor Locatie acht procentpunt hoger dan voor Online. Dat is een beschrijving van deze oefentabel, geen bewijs dat de vorm het verschil veroorzaakt.
34 / 60 · Aan de slag
Reken de twee vormen zelf na
Je wilt de vergelijking kunnen uitleggen zonder alleen op het AI-antwoord te vertrouwen.
Opdracht: Bereken Online en Locatie opnieuw met teller en noemer. Bereken vervolgens het verschil in procentpunten. Schrijf er één zin bij over T05.
Voorbeeldantwoord
Online: (8 + 10) / (10 + 20) × 100 = 18/30 × 100 = 60%.
Locatie: (24 + 10 + 0) / (30 + 10 + 10) × 100 = 34/50 × 100 = 68%.
Verschil: 68 − 60 = 8 procentpunt.
“T05 heeft 20 online inschrijvingen maar onbekende aanwezigheid en is niet opgenomen in de online verhouding.”
Procentpunt is het gewone verschil tussen twee percentages. Schrijf niet zomaar “8% beter”: dat kan een relatieve verandering suggereren en ‘beter’ is bovendien een oordeel.
35 / 60 · Inzicht
Een ontbrekende sessie kan de vergelijking verschuiven
Het online cijfer is gebaseerd op twee bekende sessies. De derde online sessie heeft twintig inschrijvingen, een aanzienlijk deel van de online groep.
Onbekend is niet willekeurig verdwenen
Misschien ontbreekt T05 door een administratieve vertraging. Misschien hangt het ontbreken samen met iets dat tijdens de sessie gebeurde. De tabel vertelt dat niet. Je mag dus niet aannemen dat de twee bekende sessies vanzelf representatief zijn voor alle online sessies.
Daarom eerst aanvullen
Vraag het ontbrekende aanwezigheidsaantal na voordat je een definitieve vergelijking over alle sessies maakt. T05 kan de online verhouding verhogen of verlagen. De huidige 60% blijft duidelijk gelabeld als alleen bekende sessies.
Geen snelle formatkeuze
Op basis van deze kleine, onvolledige tabel stop je niet met online sessies. Je gebruikt de analyse om de volgende informatievraag te bepalen.
36 / 60 · Aan de slag
Bekijk wat nieuwe informatie kan veranderen
Dit is een losse denkoefening, geen update van D1. Stel dat T05 later 18 aanwezigen blijkt te hebben. De overige waarden blijven gelijk.
Opdracht: Bereken het online percentage en het totale percentage in dit scenario. Vergelijk met de huidige bekende percentages. Schrijf boven je antwoord duidelijk “scenario, niet vastgesteld”.
Voorbeeldantwoord
Scenario, niet vastgesteld: T05 heeft 18 aanwezigen.
Online wordt (18 bekende + 18 nieuwe aanwezigen) / 50 inschrijvingen = 36/50 = 72%.
Alle zes sessies samen worden (52 + 18) / 100 = 70%.
Online zou in dit scenario boven Locatie (68%) uitkomen, terwijl het bij alleen de bekende sessies 60% is. Dit laat zien waarom aanvulling belangrijk is. Het bewijst niet dat T05 werkelijk 18 aanwezigen had. D1 blijft onveranderd.
37 / 60 · Voorbeeld
Een verschil in de tabel is nog geen verklaring
Een AI-concept zegt: “Locatiesessies trekken mensen beter over de streep, dus organiseer alleen nog op locatie.” Je onderzoekt welke stap in die redenering te groot is.
Wat de tabel wel bevat
D1 bevat sessiecode, vorm, inschrijvingen en aanwezigheid. Je ziet een verschil tussen de bekende groepen. Je weet ook dat één online sessie ontbreekt.
Wat de tabel niet bevat
Er staan geen redenen voor afwezigheid, tijdstippen, onderwerpen, doelgroepen of uitnodigingsmethoden in. Die kunnen relevant zijn voor het verschil. Je kunt hun rol niet vaststellen of uitsluiten met deze tabel.
Een passende formulering
Schrijf: “In de bekende sessies is de verhouding 60% online en 68% op locatie. Vraag eerst T05 na en onderzoek welke andere omstandigheden relevant zijn voordat je de vormkeuze verandert.”
38 / 60 · Aan de slag
Herschrijf een conclusie zonder de waarde te verliezen
Je wilt niet eindigen met alleen “we weten niets”. De cijfers zijn bruikbaar, zolang je de conclusie passend maakt.
Opdracht: Herschrijf: “Locatie werkt aantoonbaar beter; verplaats alle sessies.” Gebruik de twee percentages, één beperking en één uitvoerbare vervolgstap.
Voorbeeldantwoord
“Bij de sessies met bekende aanwezigheid is de verhouding 60% online (18/30) en 68% op locatie (34/50). Eén online sessie met twintig inschrijvingen mist nog een aanwezigheidsaantal. Vraag dat eerst na en bekijk daarna of aanvullende informatie over de omstandigheden nodig is voordat je de vormkeuze aanpast.”
De zin houdt het waargenomen verschil vast, maar maakt er geen bewezen oorzaak of harde aanbeveling van. Een goede analyse kan juist een gerichte vervolgvraag opleveren.
39 / 60 · Kennischeck
Wat is de verstandigste vervolgstap?
De coördinator wil een keuze maken tussen online en locatie. Je hebt D1 en de berekende bekende verhoudingen.
Wat adviseer je eerst?
- Online schrappen, want 60 is lager dan 68.
- T05 als nul tellen; ontbrekende gegevens zijn meestal slecht nieuws.
- De aanwezigheid van T05 opvragen en de vergelijking daarna opnieuw bekijken.
Antwoord: C. T05 is een substantieel deel van de online inschrijvingen en kan de vergelijking veranderen. Ontbrekend betekent niet nul. Ook met volledige gegevens zou deze kleine tabel op zichzelf geen oorzakelijk bewijs geven.
40 / 60 · Reflectie
Een eerlijke vergelijking laat de selectie zien
Je hebt twee groepen vergeleken zonder te doen alsof alle omstandigheden gelijk zijn. Dat is een praktische vaardigheid die je bij veel tabellen kunt gebruiken.
Een zin die je kunt hergebruiken
“Deze uitkomst geldt voor …; we hebben … buiten de berekening gehouden omdat ….” Vul die zin in vóórdat je een verschil presenteert. Dat maakt een gesprek over de cijfers veel duidelijker.
Van getal naar beeld
In de volgende module kies je een grafiek. Een grafiek maakt een vergelijking sneller zichtbaar, maar moet dezelfde selectie en beperkingen tonen als de berekening.
41 / 60 · Inzicht
Kies een beeld dat dezelfde vraag beantwoordt
Je hebt nu een berekende vergelijking: 60% online en 68% op locatie, alleen bij bekende aanwezigheid. Een grafiek kan dat sneller leesbaar maken.
Vergelijk categorieën met balken
Online en Locatie zijn twee categorieën. Twee balken op dezelfde schaal laten hun verhoudingen goed vergelijken. Zet de categorie, het percentage en liefst de teller/noemer bij het beeld.
Niet iedere grafiek past
Een lijn suggereert een verloop, bijvoorbeeld door de tijd; onze groepstabel heeft geen tijdreeks. Een taart toont delen van één geheel. De twee aanwezigheidspercentages zijn geen stukken die samen 100% moeten zijn.
Maak een eenvoudige ontwerpkeuze
Gebruik voor deze vergelijking twee horizontale balken met een schaal van 0 tot 100%. Laat de ontbrekende T05 in een noot zien. Dat is een bewuste keuze voor deze oefening, geen regel dat iedere grafiek altijd dezelfde schaal moet hebben.
42 / 60 · Aan de slag
Kies een grafiek en leg je keuze uit
Je collega stelt drie ideeën voor: een lijngrafiek, een taart met 60 en 68, of twee balken op dezelfde percentageschaal.
Opdracht: Kies het meest passende idee voor de groepsvergelijking uit D1. Leg uit waarom de andere twee hier minder geschikt zijn. Geef ook een passende grafiektitel.
Voorbeeldantwoord
Kies twee balken op dezelfde schaal van 0 tot 100%. Titel: “Aanwezigheid bij sessies met bekende gegevens”.
Een lijn zou een volgorde of verloop suggereren dat deze vergelijking niet bevat. Een taart met 60 en 68 doet alsof die percentages delen van één geheel zijn; dat zijn ze niet, want ze hebben verschillende noemers.
Een aanvullende noot hoort erbij: “Online: 18/30; Locatie: 34/50. T05 met 20 online inschrijvingen ontbreekt door onbekende aanwezigheid.”
43 / 60 · Voorbeeld
Laat het beeld ook de noemers vertellen
Het diagram hieronder hoort bij D1. Bekijk niet alleen welke balk langer is, maar ook welke aantallen en ontbrekende gegevens erbij staan.
Wat je in het beeld ziet
Online heeft 18 aanwezigen op 30 inschrijvingen bij bekende sessies: 60%. Locatie heeft 34 op 50: 68%. De balken gebruiken dezelfde schaal, zodat de lengtevergelijking betekenis heeft.
Waarom de noot nodig is
T05 heeft twintig online inschrijvingen maar onbekende aanwezigheid. Die rij is niet in de online noemer opgenomen. Zonder die noot zou de lezer ten onrechte kunnen denken dat de grafiek alle zes sessies volledig beschrijft.
Wat de grafiek niet bewijst
De acht procentpunt verschil is zichtbaar, maar het beeld bewijst niet dat een locatiesessie de oorzaak van hogere aanwezigheid is. Vormgeving kan de onderbouwing niet vervangen.
44 / 60 · Aan de slag
Geef AI een controleerbare grafiekopdracht
Je vraagt niet alleen om “een mooie grafiek”, maar legt vast wat het beeld precies moet vertellen. Je kunt de opdracht ook aan een collega geven die de grafiek maakt.
Opdracht: Schrijf een briefing met titel, twee waarden, teller/noemer, schaal, ontbrekende-data-noot en een verbod op een oorzakelijke conclusie.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeldbriefing: “Maak twee horizontale balken onder de titel ‘Aanwezigheid bij sessies met bekende gegevens’. Online: 60%, 18/30. Locatie: 68%, 34/50. Gebruik voor beide een schaal van 0 tot 100%. Zet onderaan: ‘T05 met 20 online inschrijvingen ontbreekt; aanwezigheid onbekend.’ Vermeld dat de data fictief zijn. Voeg geen conclusie toe dat de vorm het verschil veroorzaakt.”
Waarom dit helpt: de ontwerper kan de berekening, selectie en bedoeling uit de opdracht halen. Je hoeft daarna niet te raden wat de grafiek eigenlijk uitbeeldt.
45 / 60 · Inzicht
Controleer een grafiek zoals je een som controleert
Een grafiek kan er professioneel uitzien en toch een verkeerd getal, een verkeerde schaal of een misleidende titel bevatten. Je gebruikt een korte controlevolgorde.
Lees de gegevens terug
Controleer de labels Online en Locatie, de waarden 60% en 68% en de verhoudingen 18/30 en 34/50. Vergelijk ze met de berekeningen, niet met je herinnering aan de kleuren.
Bekijk schaal en lengte
Bij dezelfde schaal moet de balk van 68% iets langer zijn dan die van 60%, niet bijvoorbeeld twee keer zo lang. Een afgebroken of verschillende schaal kan de indruk sterk veranderen.
Controleer de tekst rond het beeld
De titel moet bekende aanwezigheid benoemen, de noot moet T05 noemen en het beeld mag geen bewezen oorzaak suggereren. Voeg een korte tekstuitleg toe voor lezers die het beeld niet goed kunnen zien.
46 / 60 · Aan de slag
Repareer een misleidende bijschrifttekst
Het beeld heeft de juiste balklengtes, maar eronder staat: “Locatie is bijna twee keer zo succesvol. Alle deelnemers zijn onderzocht.” Je beoordeelt alleen deze tekst.
Opdracht: Schrijf een correct bijschrift met aantallen, vergelijking en beperking. Noem twee fouten in het oorspronkelijke bijschrift.
Voorbeeldantwoord
Correct bijschrift: “In deze fictieve tabel is de bekende aanwezigheid 60% online (18/30) en 68% op locatie (34/50): een verschil van 8 procentpunt. T05 met 20 online inschrijvingen mist een aanwezigheidsaantal en is niet in deze verhouding opgenomen.”
Fout 1: 68 is niet bijna twee keer 60; bovendien is ‘succesvol’ niet gedefinieerd. Fout 2: niet alle sessies hebben bekende aanwezigheid en de tabel bevat inschrijvingen per sessie, geen onderzoek naar alle unieke deelnemers.
47 / 60 · Inzicht
Gebruik echte werkgegevens alleen in een passende omgeving
Je werkte tot nu toe uitsluitend met fictieve aantallen. Als je deze aanpak later met werkbestanden wilt gebruiken, maak je eerst afspraken over gegevens en toegang.
Minder gegevens is vaak genoeg
Voor onze vraag zijn sessietotalen voldoende. Namen, e-mailadressen of opmerkingen over individuele deelnemers zijn niet nodig. Gebruik voor een demonstratie liever de fictieve tabel uit deze training.
Een instelling is geen vrijbrief
OpenAI legt in zijn gegevensinstellingen uit dat modeltraining uitzetten niet hetzelfde is als gesprekken verwijderen. Beschikbare instellingen en organisatiebeleid kunnen verschillen. Een toegestane tool betekent dus niet dat ieder werkbestand erin mag.
Lees OpenAI’s uitleg over gegevensinstellingen en bewaren (gecontroleerd: 2026-10-29)
Controleer vooraf de werkwijze
Vraag intern welke gegevens je mag gebruiken, welke omgeving is goedgekeurd en met wie de uitkomst gedeeld mag worden. Deze les geeft geen juridische toestemming voor verwerking of publicatie van persoonsgegevens.
48 / 60 · Aan de slag
Kies wat je voor een demonstratie nodig hebt
Je wilt een collega de werkwijze laten zien. Je hebt een echt deelnemersbestand, de fictieve D1-tabel en een screenshot met namen op je scherm.
Opdracht: Kies één bron voor de demonstratie en leg uit waarom. Noem welke gegevens je voor deze leervraag niet nodig hebt. Wat vraag je voordat je later met echte gegevens werkt?
Voorbeeldantwoord
Gebruik D1, de volledige fictieve oefentabel. Daarmee kun je opschonen, noemers kiezen, rekenen en een grafiek maken zonder echte deelnemersgegevens te delen.
Namen, e-mailadressen en individuele opmerkingen zijn voor deze demonstratie niet nodig. Een screenshot is niet veiliger alleen omdat het een afbeelding is.
Vraag voor echt werk welke gegevens in welke omgeving mogen en wie het resultaat mag ontvangen. Je verandert niet zelf toegangsrechten of beveiligingsinstellingen om de oefening mogelijk te maken.
49 / 60 · Kennischeck
Welke grafiek vertelt het eerlijkste verhaal?
Je laat de verhouding per vorm zien aan iemand die de hele training niet heeft gevolgd.
Welke combinatie is het meest passend?
- Twee balken met dezelfde schaal, 18/30 en 34/50, plus de noot over T05.
- Een taart van 60 en 68 zonder verdere toelichting.
- Een titel “Locatie veroorzaakt betere aanwezigheid” boven de juiste getallen.
Antwoord: A. De eerste combinatie maakt zowel de verhouding als de selectie zichtbaar. De andere opties suggereren een onjuist geheel of een niet-onderbouwde oorzaak. Een juiste waarde maakt een verkeerde titel niet onschadelijk.
50 / 60 · Reflectie
Kan iemand de grafiek begrijpen zonder jouw toelichting?
Een goede grafiek kan een gesprek openen. Hij moet niet afhankelijk zijn van uitleg die alleen jij onthouden hebt.
Doe de zelfstandigheidstest
Bedek je eigen aantekeningen en lees titel, labels, schaal en noot. Kun je zien wat er is geteld, welke rijen ontbreken en wat het beeld niet bewijst? Als iets mist, verbeter het beeld of het bijschrift.
Naar een bruikbare notitie
In de laatste module zet je bron, berekening en grafiek om in een korte notitie. Het doel is niet meer informatie, maar een onderbouwde volgende stap.
51 / 60 · Inzicht
Maak één pakket dat een collega kan controleren
Je hebt nu alle onderdelen geoefend. Je bundelt ze tot een klein analysepakket voor de fictieve Werkplaats-coördinator.
Dit hoort bij elkaar
Neem D1, het correctielog van D0 naar D1, de berekeningen 52/80, 18/30 en 34/50, de grafiek met noot en een korte beslisnotitie op. De losse scenario-oefening met 18 aanwezigen bij T05 hoort niet bij de vastgestelde bron.
Vier vragen voor je review
Kloppen de gebruikte rijen? Passen teller en noemer bij elkaar? Zijn ontbrekende waarden en bewerkingen zichtbaar? Volgt de conclusie uit de gegevens zonder een oorzaak of uniek-personenaantal te verzinnen?
Wat een goed resultaat doet
Een lezer kan de cijfers reconstrueren en begrijpt wat de volgende stap is. De notitie hoeft niet te doen alsof alle onzekerheid al is opgelost.
52 / 60 · Aan de slag
Schrijf vijf zinnen voor de coördinator
Je schrijft niet voor een data-analist maar voor iemand die moet bepalen wat er hierna gebeurt. Gebruik uitsluitend D1, niet het scenario uit de eerdere oefening.
Opdracht: Schrijf maximaal vijf zinnen met vraag, kerncijfer, groepsvergelijking, beperking en vervolgstap. Houd aantallen en percentages controleerbaar.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeldnotitie:
“Voor de terugblik op zes fictieve Werkplaats-sessies hebben we D1 met 100 inschrijvingen gebruikt. Bij vijf sessies met bekende aanwezigheid zijn 52 van 80 inschrijvingen aanwezig geweest: 65%. Binnen die bekende gegevens is het aandeel online 18/30 = 60% en op locatie 34/50 = 68%. T05 met 20 online inschrijvingen mist nog aanwezigheid, en de tabel verklaart niet waarom de vormen verschillen. Vraag T05 eerst na en bekijk daarna of aanvullende informatie nodig is voordat de vormkeuze verandert.”
De vijf zinnen verbinden de vraag met een uitvoerbare vervolgstap, zonder het ontbrekende gegeven weg te poetsen.
53 / 60 · Voorbeeld
Beoordeel de onderbouwing, niet de zelfscore van AI
Je kunt AI vragen om een kritische review. Laat het dan concrete onderdelen vergelijken in plaats van zichzelf een rapportcijfer te geven.
Een bruikbare reviewvraag
“Vergelijk deze notitie met D1. Noem per cijfer de gebruikte sessiecodes en berekening. Markeer conclusies waarvoor de tabel geen informatie bevat. Geef alleen concrete correcties.” Dat levert meer houvast dan “is dit een 10?”.
Wat je zelf controleert
Kijk of T05 nog onbekend is, T06 als nul meetelt en de dubbele T02 niet terugkomt. Controleer ook of de tekst inschrijvingen niet verandert in unieke deelnemers. Een review door AI is een hulpmiddel, geen onafhankelijke garantie.
Gericht herstellen
Als alleen een noemer verkeerd is, herstel je die berekening en de zinnen/grafieken die daarop steunen. Je hoeft niet automatisch het hele pakket opnieuw te laten schrijven.
54 / 60 · Aan de slag
Vind de fouten in een compleet ogende analyse
Een concept combineert goede en verkeerde uitspraken. Je hoeft niet alles af te keuren; je moet het verschil kunnen aanwijzen.
Opdracht: Beoordeel deze vier regels: A “D1 heeft 100 unieke deelnemers.” B “Bekende sessies: 52/80 = 65%.” C “Online 60%, dus alle online sessies hadden 60% aanwezigheid.” D “Locatie is 8 procentpunt hoger in de bekende groepsverhouding.” Geef per regel aan of die klopt en herstel waar nodig.
Voorbeeldantwoord
A is onjuist: D1 heeft 100 inschrijvingen, niet aantoonbaar 100 unieke personen.
B klopt: de vijf bekende sessies hebben 52 aanwezigen en 80 inschrijvingen.
C is onjuist: 60% is de gezamenlijke verhouding van T01 en T03, niet het percentage van iedere online sessie; T05 ontbreekt bovendien.
D klopt als beschrijving van de bekende gegevens: 68 − 60 = 8 procentpunt. Voeg bij de presentatie de ontbrekende T05 en het ontbreken van oorzakelijk bewijs toe.
Een zorgvuldige review bewaart correcte onderdelen en herstelt alleen wat niet onderbouwd is.
55 / 60 · Inzicht
Verwerk een aanvulling als een nieuwe versie
Als de beheerder later T05 aanvult, verandert je analyse. Dat is normaal. Een versieafspraak maakt zichtbaar waarom een cijfer anders wordt.
Bewaar het vorige vertrekpunt
Bewaar D1 en noem een werkelijk aangevulde tabel bijvoorbeeld D2, met datum en herkomst van de aanvulling. Noteer welke cel is gewijzigd. In deze training is zo’n echte aanvulling niet geleverd.
Herbereken de gevolgen
Een nieuw aanwezigheidsaantal bij T05 verandert het online totaal, het totaalcijfer over alle sessies en mogelijk de vergelijking. Pas ook de grafiek, noot en notitie aan; alleen een cel wijzigen laat oude conclusies staan.
Vraag AI om een wijzigingslijst
Laat AI aangeven welke berekeningen en tekstpassages van de aangepaste waarde afhangen. Controleer die lijst zelf. Zo gebruik je AI als hulp bij onderhoud, niet alleen bij de eerste analyse.
56 / 60 · Aan de slag
Lever jouw complete analysepakket op
Je hebt geoefend met bron, bewerking, berekening, beeld en advies. Maak er nu één samenhangend document van.
Opdracht: Maak vijf onderdelen: bronvermelding D1, correctielog, drie verhoudingen met noemers, grafiekbriefing en korte adviesnotitie. Vermeld de onbekende T05. Gebruik geen scenario-aanvulling als feit.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeldpakket:
1. Bron: D1, zes fictieve Werkplaats-sessies, één rij per sessie, 100 inschrijvingen; geen gegevens over unieke personen.
2. Correctielog: één bevestigde T02-exportkopie verwijderd; “online” genormaliseerd naar “Online”; T05 onbekend gelaten; T06 bevestigd nul behouden; D0 apart bewaard.
3. Berekeningen: bekende sessies T01/T02/T03/T04/T06: 52/80 = 65%. Online bekend T01/T03: 18/30 = 60%. Locatie T02/T04/T06: 34/50 = 68%.
4. Grafiekbriefing: twee horizontale balken, schaal 0–100%, titel “Aanwezigheid bij sessies met bekende gegevens”, labels met teller/noemer en noot “T05 met 20 online inschrijvingen ontbreekt; data fictief”.
5. Advies: “De bekende groepsverhouding verschilt 8 procentpunt. Vraag eerst de aanwezigheid van T05 na; dit kan de vergelijking veranderen. Gebruik deze kleine tabel niet als bewijs dat de vorm het verschil veroorzaakt.”
Controle: alle onderdelen gebruiken dezelfde D1-selectie. De onbekende waarde is niet nul gemaakt, geen scenario is stil als feit ingevoerd en het advies volgt uit de beperking.
57 / 60 · Inzicht
Bewaar een werkwijze die ook bij een andere tabel werkt
Je wilt niet bij ieder bestand opnieuw beginnen. Bewaar daarom een korte vraagstructuur, niet de fictieve aantallen als standaardantwoord.
Een sjabloon met invulvelden
“Mijn vraag is [vraag] voor [lezer/beslissing]. Eén rij betekent [eenheid]. Gebruik [tabelversie]. Controleer eerst codes, ontbrekende waarden en definities. Laat per berekening geselecteerde rijen, teller en noemer zien. Schrijf de beperking en een vervolgstap erbij.”
Pas het aan de taak aan
Bij doorlooptijden, bedragen of scores heb je andere definities nodig dan bij aanwezigheid. Neem de 65% uit deze cursus nooit over als norm. Het is alleen een uitkomst van onze fictieve oefengegevens.
Begin opnieuw met een kleine proef
Test het sjabloon met een paar verzonnen rijen die je zelf kunt narekenen. Voeg pas meer gegevens toe als duidelijk is dat de werkwijze en omgeving geschikt zijn.
58 / 60 · Aan de slag
Plan een kleine dataproef voor je eigen werk
Je sluit af met een uitvoerbare stap. Kies geen volledig bedrijfsdashboard, maar één vraag waarvan je de berekening kunt controleren.
Opdracht: Schrijf een proefkaart met vraag, fictieve gegevens, één kwaliteitscontrole en een stopmoment. Noem wat je níét gaat concluderen.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeldproefkaart:
Vraag: “Welk deel van tien fictieve serviceverzoeken is binnen de afgesproken termijn afgehandeld?”
Gegevens: tien verzonnen verzoekcodes met een expliciete termijnstatus; één status mag onbekend zijn om de aanpak te testen.
Controle: tel de bekende tijdige verzoeken en deel alleen door verzoeken met bekende status; toon de onbekende apart.
Stopmoment: na één tabel en één nagekeken notitie; laat een collega controleren of definities en selectie duidelijk zijn.
Geen conclusie: ik beoordeel geen echte medewerker en verklaar niet waarom een verzoek te laat was.
Zo oefen je dezelfde denkstappen zonder meteen echte gegevens of grote beslissingen te gebruiken.
59 / 60 · Kennischeck
Wanneer is je analysepakket bruikbaar?
Je staat op het punt je fictieve oefenresultaat aan een collega te laten zien.
Wat is de beste vrijgavecheck?
- AI heeft zichzelf een hoge score gegeven en de grafiek ziet er professioneel uit.
- De rijen, berekeningen en beperkingen sluiten op elkaar aan; een collega kan de cijfers narekenen.
- Alle onbekende waarden zijn vervangen door schattingen zodat er geen lege plekken zijn.
Antwoord: B. Een controleerbaar spoor van bron naar conclusie maakt het pakket bruikbaar. Een zelfscore of mooi beeld vervangt die controle niet. Onbekende waarden zichtbaar laten is hier beter dan ze ongemerkt invullen.
60 / 60 · Reflectie
Een goed inzicht maakt de volgende stap duidelijker
Je bent van een kleine tabel naar een onderbouwde notitie gegaan. Je hebt AI niet alleen om een antwoord gevraagd, maar ook gebruikt om vragen, structuur en uitleg scherper te maken.
Wat je nu kunt
Je kunt een rij en kolom definiëren, een dubbele exportregel onderbouwd behandelen, onbekend van nul onderscheiden en een percentage terugbrengen tot teller en noemer. Je kunt een grafiek en een conclusie vergelijken met de gegevens eronder.
Neem één gewoonte mee
Vraag voortaan bij een opvallend cijfer: “Welke rijen tellen mee, en wat ontbreekt?” Dat is geen ingewikkelde statistiek. Het is een praktische manier om beter over gegevens te praten.
De eerstvolgende stap
Voer de kleine proefkaart uit de vorige oefening uit met fictieve gegevens. Als dat helder werkt, bespreek je intern welke echte gegevens en omgeving geschikt zijn. Klein beginnen maakt het makkelijker om te zien wat je werkelijk leert.
Bronnen
Bijgewerkt: 2026-10-29. Erik van der Veen · erikvanderveen.nl