← Terug naar de interactieve training

LESMATERIAAL · 60 SLIDES

Van taaklijst naar haalbare projectplanning met AI

Alle lessen bij elkaar. Gebruik de afdrukfunctie van je browser om dit materiaal als PDF te bewaren. Antwoorden staan direct onder de opdrachten.

1 / 60 · Inzicht

Van een volle lijst naar overzicht

AI kan helpen om een stapel taken om te zetten in een begrijpelijke route. Dat is prettig als je wilt zien wat eerst moet, wie wanneer nodig is en waar je met het team een keuze moet maken.

Voor wie deze training is

Deze training is voor professionals die een klein project willen plannen. Je hoeft geen projectsoftware te kennen. Een toegestane AI-chat, een vel papier en een eenvoudige tabel zijn genoeg; een betaald account is niet nodig.

Wat je gaat maken

Je maakt een taakoverzicht, een dagplanning voor twee mensen, een controlelijst en een wijzigingsscenario. We gebruiken één volledig fictieve opdracht, zodat je kunt rekenen zonder echte afspraken te versturen.

Eerst zelf ontdekken

Je begint met een klein planningsverzoek. Daarna leer je stap voor stap welke informatie de uitkomst bruikbaar maakt. Neem ongeveer drie uur, inclusief zelf oefenen; pauzeren mag.

2 / 60 · Voorbeeld

Een planning geeft je betere vragen

Stel: je wilt een intern document maken. Op je lijst staan verzamelen, schrijven en nakijken. AI kan die woorden ordenen, maar vooral zichtbaar maken welke informatie nog ontbreekt.

Van werkwoord naar resultaat

“Verzamelen” kan worden: drie geschikte bronvoorbeelden bijeenbrengen. “Schrijven” kan worden: een concept met vaste onderdelen maken. Je ziet hierdoor beter wat een volgende taak nodig heeft.

Een bruikbare eerste vraag

Vraag bijvoorbeeld: “Welke informatie heb je nodig om deze drie taken te plannen?” Een passend antwoord noemt duur, eigenaar, voorgangers en beschikbaarheid. Dat is nog geen planning, maar wel een goede start.

Wat je zelf kiest

Jij bepaalt wat het project moet opleveren en wie er echt beschikbaar is. Gebruik de vragen om het gesprek met je team concreter te maken, niet als reeds gemaakte afspraken.

3 / 60 · Aan de slag

Laat AI je taaklijst verhelderen

Je oefent met een klein fictief lijstje: bronnen verzamelen, concept schrijven, feedback verwerken. Er zijn nog geen personen of dagen afgesproken.

Een rol die de opdracht helpt

Een passende rol, zoals planningsassistent, richt het antwoord op structuur. Vraag eerst om ontbrekende informatie en geef het model nog geen opdracht om een einddatum te beloven.

Je bent een planningsassistent. Ik wil voor een fictief intern document bronnen verzamelen, een concept schrijven en feedback verwerken. Vraag eerst welke informatie ontbreekt om dit te plannen. Noem nog geen einddatum en verzin geen personen, duur of beschikbaarheid. Geef maximaal zes gerichte vragen.

Opdracht: Gebruik de prompt of werk op papier. Noteer vier vragen die je eerst wilt beantwoorden en leg bij één vraag uit waarom zij nodig is.

Voorbeeldantwoord

Vier passende vragen: welk resultaat moet iedere taak opleveren; hoeveel werk kost zij naar schatting; wie voert haar uit; wat moet ervoor klaar zijn? Ook beschikbaarheid en de gewenste deadline zijn relevant.

Waarom de voorganger telt: feedback verwerken kan niet starten voordat er feedback beschikbaar is. Een volgorde op basis van alleen de geschreven lijst is nog niet voldoende.

4 / 60 · Inzicht

Dit zijn de vaste gegevens van Team Haven

Vanaf hier plan je één concrete fictieve opdracht: een proefpakket voor een ontvangstmap. Lees P1 rustig. De letters A tot en met G zijn vaste taakcodes; D1 tot en met D10 zijn dagen in ons rekenmodel.

P1 — volledige bronkaart

P1 — fictieve planningsafspraken van Team Haven

Doel: een intern proefpakket voor een ontvangstmap maken. Geen echte uitrol, afspraak of klantlevering.

A | Afbakening vastleggen | 1 dag | Noor | geen voorganger.

B | Bronvoorbeelden verzamelen | 2 dagen | Noor | na A.

C | Indeling kiezen | 1 dag | Noor | na A.

D | Conceptpakket maken | 2 dagen | Milan | na B én C.

E | Inhoudsreview uitvoeren | 1 dag | Noor | na D.

F | Review verwerken | 1 dag | Milan | na E.

G | Proefpakket overdragen | 1 dag | Noor | na F.

D1 is de eerste werkdag. D2, D3 enzovoort zijn opeenvolgende werkdagen, geen kalenderdatums. Een taak gebruikt de genoemde persoon de hele dag. Iedere persoon kan maximaal één taak per dag doen. Meerdaagse taken lopen op aaneengesloten werkdagen. Geen halve dagen, splitsing, extra mensen of overwerk in dit model.

Een opvolger begint pas op de werkdag ná de laatste dag van alle voorgangers. Noor en Milan zijn in P1 beschikbaar op D1 tot en met D10. Eigenaren en duur staan voor deze oefening vast; AI mag ze niet aanpassen.

Gewenste einddag: einde D8. Dit is een wens om te toetsen, geen toegezegde haalbare oplevering. De taakduren zijn fictieve schattingen, geen gemeten prestaties.

Waarom we met werkdagen rekenen

D1 is geen maandag of datum. We oefenen eerst de logica. Pas bij een echte planning vertaal je de werkdagen naar een agenda met weekenden, feestdagen, verlof en andere werkzaamheden.

Wat nog niet is uitgevoerd

Er is geen proefpakket gemaakt en niemand is werkelijk ingepland. De cijfers zijn oefengegevens. Je eindproduct is een voorstel dat een mens kan controleren en bespreken.

5 / 60 · Aan de slag

Haal de planningsregels uit de bron

Je collega wil direct een schema laten maken. Jij leest eerst P1 op slide 4, zodat dezelfde uitgangspunten in iedere berekening terugkomen.

Vaste gegevens en een wens

Een maximale dagbezetting is een rekenregel. Einde D8 is een gewenste uitkomst die nog moet worden getoetst. Houd die twee soorten informatie uit elkaar.

Opdracht: Noem drie vaste regels uit P1 en één gewenste uitkomst. Schrijf daarna één zin die voorkomt dat D8 als belofte wordt gelezen.

Voorbeeldantwoord

Vaste regels: iedere persoon doet maximaal één taak per dag; een opvolger begint pas na afronding van alle voorgangers; duur en eigenaar van A–G blijven gelijk. Ook aaneengesloten hele dagen is een vaste regel.

Gewenste uitkomst: afronden aan het einde van D8.

Formulering: “We toetsen of D8 haalbaar is binnen P1; deze dag is nog niet toegezegd.”

6 / 60 · Inzicht

Een lijst, een netwerk en een kalender doen iets anders

Je kunt hetzelfde project op drie manieren bekijken. Dat is geen dubbel werk: iedere weergave beantwoordt een andere vraag.

De taaklijst: wat moet er gebeuren?

De lijst bevat A–G, resultaat, duur en eigenaar. Zij maakt het werk zichtbaar, maar toont nog niet automatisch of twee taken tegelijk kunnen.

Het netwerk: wat wacht waarop?

Pijlen geven aan dat bijvoorbeeld D op B én C wacht. Je ziet hiermee de inhoudelijke volgorde. Het netwerk vertelt nog niet of Noor twee onafhankelijke taken tegelijk kan uitvoeren.

De dagplanning: wie doet wanneer wat?

Hier zet je de taken op dagen en controleer je bezetting. Voor Team Haven is maximaal één taak per persoon per dag toegestaan. Een logisch netwerk kan dus alsnog een onuitvoerbare kalender opleveren.

7 / 60 · Aan de slag

Kies de juiste weergave voor je vraag

Je wilt het team niet met drie tabellen tegelijk overladen. Kies eerst welke vraag je probeert te beantwoorden.

Een overzicht heeft een functie

Gebruik een taaklijst voor ontbrekend werk, een netwerk voor volgorde en een dagplanning voor bezetting. Je kunt daarna naar de andere weergave overstappen.

Opdracht: Koppel aan een weergave: “Waar wacht D op?”, “Welke taak heeft nog geen eigenaar?” en “Is Noor op D2 dubbel geboekt?”

Voorbeeldantwoord

“Waar wacht D op?” → netwerk of voorgangerskolom: D wacht op B en C.

“Welke taak heeft nog geen eigenaar?” → taaklijst; P1 heeft voor alle zeven taken een eigenaar.

“Is Noor op D2 dubbel geboekt?” → dagplanning met een rij per persoon. Het antwoord is niet uit alleen de taakduur af te leiden.

8 / 60 · Voorbeeld

Een mooie einddag kan een dubbele boeking verbergen

Een fictief AI-concept lijkt de gewenste D8 precies te halen. Bekijk niet alleen de laatste dag, maar ook wie het werk op de eerdere dagen doet.

Het eerste concept

A D1; B D2–D3; C D2; D D4–D5; E D6; F D7; G D8. Dit schema kijkt alleen naar de voorgangers.

Waar het schuurt

B gebruikt Noor op D2 en D3. C gebruikt Noor óók op D2. De inhoudelijke voorwaarden zijn wel gevolgd, maar de capaciteit van Noor niet. In dit model kan zij geen twee volle taken op dezelfde dag doen.

Een betere vervolgvraag

Vraag: “Toon per persoon per dag de bezetting en herstel dubbele boekingen zonder duur of eigenaar te wijzigen.” Dat maakt het gesprek concreter dan alleen “maak de planning beter”.

Haalbaar fictief plan P1 voor Team Haven: Noor doet A op dag 1, B op dag 2 en 3, C op dag 4, E op dag 7 en G op dag 9. Milan doet D op dag 5 en 6 en F op dag 8. Iedere taak duurt hele dagen en start pas de dag nadat alle voorgangers klaar zijn; niemand doet twee taken tegelijk. Noor werkt zes persoonsdagen en Milan drie, samen negen. Het plan eindigt op dag 9 en haalt de gewenste dag 8 niet. Lege vakken betekenen alleen dat dit oefenplan daar geen taak toewijst, niet dat echte mensen vrij zijn.

9 / 60 · Aan de slag

Vraag om een controleerbaar planningsvoorstel

Je wilt een AI-voorstel dat je kunt narekenen. Gebruik P1 van slide 4, niet alleen de wens om D8 te halen.

Vraag om de tussenstappen

Laat de taakcodes behouden en vraag om begin, einde, eigenaar en reden. Een aparte conflictlijst voorkomt dat een fraaie tabel de probleemplekken verstopt.

Opdracht: Schrijf een prompt met drie controleopdrachten. Neem de volledige P1-bron mee wanneer je de prompt echt gebruikt.

Voorbeeldantwoord

Een passende prompt: “Gebruik uitsluitend P1 hieronder. Maak eerst de vroegste planning op basis van voorgangers. Toon daarna per persoon per dag de bezetting. Herstel eventuele dubbele boekingen zonder taken te schrappen, duur/eigenaar te wijzigen of overwerk toe te voegen. Geef begin/einde per taak, einddag en verschillen met de gewenste D8. Benoem aannames en geef geen uitvoeringsgarantie.”

Plak vervolgens de volledige P1 uit slide 4 onder BEGIN P1. De drie controles zijn voorgangers, capaciteit en toetsing aan de gewenste einddag. Alleen vragen om een ‘realistische planning’ laat te veel onuitgesproken.

10 / 60 · Kennischeck

Welke planning is al bruikbaar?

Je ziet twee voorstellen met dezelfde taken en een nette opmaak. Het eerste eindigt op D8, het tweede op D9.

Wat wil je eerst weten?

  1. Of de afhankelijkheden en dagbezetting in ieder voorstel kloppen.
  2. Welk voorstel de kortste einddag noemt.
  3. Welk voorstel de meeste kleuren heeft.

Antwoord: A. Een korte einddag is pas bruikbaar als de taakvolgorde en capaciteit passen. D8 kan een dubbele boeking verbergen. Je controleert daarom de onderbouwing, niet alleen de gewenste uitkomst.

11 / 60 · Inzicht

Maak van een taak een zichtbaar resultaat

Een taakduur is moeilijk te bespreken als niemand weet wat “klaar” betekent. Begin daarom met het resultaat, zonder de oefentaak verder uit te breiden.

Een begin- en eindpunt

Bij B verzamelt Noor de afgesproken bronvoorbeelden. Bij D maakt Milan het conceptpakket op basis van B en C. Een taak eindigt wanneer het omschreven resultaat beschikbaar is, niet wanneer iemand eraan begonnen is.

Niet ongemerkt extra werk toevoegen

Een echte ontvangstmap invoeren, medewerkers trainen en het effect meten vallen buiten P1. Dat kunnen later projecten worden, maar horen niet stil in deze zeven taken.

Wat AI kan helpen formuleren

Laat AI per taak een concept-klaarcriterium voorstellen. De eigenaar beoordeelt dat criterium. Een voorstel voor kwaliteit is nog geen afgesproken wijziging van de taakduur.

12 / 60 · Aan de slag

Schrijf twee duidelijke klaarcriteria

Je werkt aan A en D uit P1. De duur blijft één dag voor A en twee dagen voor D. Je verduidelijkt alleen het resultaat.

Concreet zonder extra scope

Een goed criterium laat zien wat de volgende taak kan gebruiken. Voeg geen volledige uitrol of bewezen effect toe aan een intern proefpakket.

Opdracht: Schrijf één klaarcriterium voor A en één voor D. Benoem daarna wat nog door de eigenaar moet worden bevestigd.

Voorbeeldantwoord

A: “De grenzen en onderdelen van het interne proefpakket staan in een korte afbakeningsnotitie.”

D: “Er is één conceptpakket dat de verzamelde bronvoorbeelden en gekozen indeling gebruikt en aan Noor kan worden voorgelegd.”

Dit zijn voorgestelde criteria. De eigenaar moet bevestigen dat zij bij P1 passen. We veranderen hiermee niet automatisch de schattingen van één en twee dagen.

13 / 60 · Inzicht

Werk, taakduur en doorlooptijd zijn verschillende getallen

Bij planning kun je langs elkaar heen praten als iedereen “dagen” zegt. In deze training gebruiken we daarom drie begrippen met een eigen betekenis.

Inzet: hoeveel werk van mensen?

Een persoonsdag is hier één volle werkdag van één persoon. De zeven taken tellen op tot negen persoonsdagen. In echte projecten kan werk ook in uren worden uitgedrukt.

Taakduur: hoeveel werkdagen beslaat die taak?

B duurt in P1 twee aaneengesloten werkdagen van Noor. Dat is zowel twee persoonsdagen inzet als twee dagen taakduur, omdat één persoon er volledig aan werkt. Dat gelijke getal is een eigenschap van ons eenvoudige model, geen algemene wet.

Projectdoorlooptijd: van eerste begin tot laatste einde

Als twee mensen parallel werken, kan de projectdoorlooptijd anders zijn dan de som van de inzet. Microsofts uitleg maakt eveneens onderscheid tussen inzet en duur. We gebruiken alleen dat begrippenonderscheid, niet de specifieke rekeninstellingen of interface van Project.

Microsoft — verschil tussen inzet en taakduur (gecontroleerd: 2026-10-29)

14 / 60 · Aan de slag

Tel de inzet zonder al een einddag te beloven

Gebruik de duren uit P1: A één dag, B twee dagen, C één dag, D twee dagen, E één dag, F één dag en G één dag. Noor doet A, B, C, E en G; Milan doet D en F.

Eerst optellen, daarna plannen

De optelsom helpt de hoeveelheid werk controleren. Zij vertelt nog niet vanzelf op welke dag het project eindigt; daarvoor heb je ook volgorde en capaciteit nodig.

Opdracht: Bereken de totale inzet en de inzet per persoon. Leg uit waarom je nog niet alleen uit die som D9 als einddag mag afleiden.

Voorbeeldantwoord

Totaal: 1 + 2 + 1 + 2 + 1 + 1 + 1 = 9 persoonsdagen. Noor: 1 + 2 + 1 + 1 + 1 = 6. Milan: 2 + 1 = 3.

De som is niet automatisch de doorlooptijd: verschillende mensen kunnen soms tegelijk werken, terwijl wachttijd het project juist kan verlengen. In P1 blijkt de haalbare route later toevallig ook negen dagen te duren; dat moet je apart aantonen.

15 / 60 · Voorbeeld

Een duur is een schatting met voorwaarden

Een teamlid zegt: “Dit kan in twee dagen.” Dat klinkt precies, maar de voorwaarden bepalen of die uitspraak bruikbaar is.

Wat je erbij wilt weten

Gaat het om twee volle dagen werk of twee kalenderdagen met tussendoor overleg? Is de benodigde input klaar? Moet iemand anders nog beoordelen? Die vragen helpen om de schatting op dezelfde manier te lezen.

Hoe P1 dit vereenvoudigt

In onze bron zijn de voorwaarden vastgezet: hele dagen, vaste eigenaren en aaneengesloten werk. Daardoor kun je rekenen zonder ieder antwoord opnieuw te interpreteren.

Wat je niet uit AI afleidt

AI kan helpen vragen formuleren of een inschatting structureren. Het weet niet vanzelf hoeveel tijd Noor in een echte organisatie nodig heeft. Gebruik echte ervaring of een kleine proef om echte schattingen te onderbouwen.

16 / 60 · Aan de slag

Maak een onduidelijke duur bespreekbaar

Buiten P1 zegt een collega: “Het nakijken kost twee dagen, maar ik heb elke dag maar een uur.” Je wilt begrijpen wat daarmee bedoeld wordt.

Geen schijnprecisie maken

Er ontbreekt informatie over de hoeveelheid werk en de beschikbare uren. Je hoeft niet meteen een getal uit te rekenen; een gerichte vraag is hier het nuttige resultaat.

Opdracht: Schrijf twee verduidelijkende vragen. Zeg daarna welke gegevens je nog niet in een definitieve planning zet.

Voorbeeldantwoord

Vragen: “Bedoel je in totaal twee uur werk verdeeld over twee dagen, of twee volle werkdagen inzet?” en “Hoeveel uur kun je daadwerkelijk op welke dagen besteden?”

Zonder die antwoorden zet je geen bevestigde begin- en einddag neer. Je noteert “inzet en beschikbaarheid nog afstemmen”. Dit losse voorbeeld verandert de vaste hele-dagenregels van P1 niet.

17 / 60 · Inzicht

Gebruik een vaste taakcode en één bronversie

Wanneer AI taaknamen herschrijft, kan een vergelijking lastig worden. De korte codes A–G maken het mogelijk om hetzelfde werk in meerdere tabellen terug te vinden.

Wat je per taak bewaart

Houd code, naam, duur, eigenaar en voorgangers bij elkaar. Een andere volgorde van de rijen is toegestaan; een andere betekenis van B niet zonder expliciete wijziging.

Waarom een versie helpt

Noem de uitgangspunten P1. Een later scenario krijgt een andere naam, zodat het niet ongemerkt de oorspronkelijke planning vervangt. Bewaar bij een wijziging wat anders is en waarom.

Bron blijft leidend

Wanneer een AI-tabel bij C ineens Milan noemt, vergelijk je dat met P1. Een model kan een suggestie doen, maar mag een vastgegeven eigenaar niet stil wijzigen om de gewenste einddag te halen.

18 / 60 · Aan de slag

Herstel een taakregel die stil is veranderd

Je ontvangt de regel “C | Indeling kiezen | 1 dag | Milan | na A”. In P1 staat Noor als eigenaar.

Een voorstel apart zetten

Misschien zou een andere eigenaar helpen, maar dat is een nieuwe afspraak. Eerst moet duidelijk zijn of Milan die taak kan en mag overnemen.

Opdracht: Schrijf de correcte P1-regel en daarnaast een eerlijke notitie over het voorstel om Milan te laten helpen.

Voorbeeldantwoord

Correcte regel: “C | Indeling kiezen | 1 dag | Noor | na A.”

Notitie: “Alternatief ter bespreking: kan Milan C overnemen? Bekwaamheid, toestemming en beschikbaarheid zijn hiervoor niet vastgesteld. Niet verwerkt in P1.”

Zo blijft de basistabel betrouwbaar, terwijl je een mogelijk alternatief niet hoeft te verbergen.

19 / 60 · Inzicht

Geef AI duidelijke invoer en een controleopdracht

Je krijgt meer houvast wanneer de opdracht niet alleen om een eindresultaat vraagt, maar ook om de regels waarmee je het wilt toetsen.

Een bruikbare opdrachtstructuur

Noem taak, bron, regels en gewenste uitvoervorm. Vraag bijvoorbeeld om een tabel A–G met startdag, einddag, eigenaar en voorgangers, gevolgd door een aparte capaciteitscontrole.

Verbeter op een concrete bevinding

Als Noor dubbel staat, noem de dag en taken. Vraag om een nieuwe versie waarin juist dat conflict wordt opgelost en laat daarna ook de overige regels opnieuw controleren.

Waarom deze bron hier staat

OpenAI, de maker van ChatGPT, adviseert duidelijke context en stapsgewijze verbetering van opdrachten. Dat ondersteunt deze werkwijze; het is geen garantie dat het model de planning correct uitrekent. De bron is aanvullende uitleg, niet de fictieve taaklijst.

OpenAI — duidelijke opdrachten en gericht verbeteren (gecontroleerd: 2026-10-29)

20 / 60 · Kennischeck

Wat is een nieuw planningsbesluit?

AI haalt D8 door taak C van Noor naar Milan te verplaatsen. De tabel ziet er logisch uit.

Hoe behandel je die wijziging?

  1. Als bewezen tijdwinst, omdat AI het schema heeft gemaakt.
  2. Als onbelangrijke opmaakwijziging.
  3. Als een voorstel dat eerst moet worden afgestemd en niet stil in P1 hoort.

Antwoord: C. De eigenaar van C is onderdeel van P1. Een andere eigenaar kan alleen als afzonderlijk, gecontroleerd scenario worden onderzocht. Bekwaamheid en akkoord zijn niet door een AI-tabel bewezen.

21 / 60 · Inzicht

Een opvolger wacht op het resultaat van zijn voorganger

Een afhankelijkheid zegt niet alleen dat taken bij elkaar horen. Zij bepaalt wanneer een volgende taak kan beginnen.

Eind-start in gewone taal

B kan pas beginnen als A klaar is. In ons hele-dagenmodel eindigt A aan het einde van D1 en begint B dus op zijn vroegst op D2. De Microsoft-handleiding noemt dit een finish-to-startrelatie.

Microsoft — taken koppelen via afhankelijkheden (gecontroleerd: 2026-10-29)

Meer dan één voorganger

D wacht op B én C. Je gebruikt daarom de laatste einddag van die twee. Als B op D3 eindigt en C op D4, kan D pas op D5 beginnen.

Wat de pijl niet zegt

Een pijl vertelt nog niet of de eigenaar op de gewenste dag vrij is. Dat is de volgende controle. Eerst leren we de logische volgorde, daarna voegen we capaciteit toe.

22 / 60 · Aan de slag

Reken de eerste opvolgers uit

A eindigt in P1 aan het einde van D1. B duurt twee dagen en C één dag. Beide wachten alleen op A. Kijk nu uitsluitend naar afhankelijkheden, nog niet naar de eigenaar.

Een dag na de voorganger

Bij hele dagen is de vroegste start de einddag van de voorganger plus één. Een taak van twee dagen die op D2 start, eindigt op D3.

Opdracht: Geef de vroegste start- en einddag van B en C. Markeer waarom dit nog geen uitvoerbaar plan is.

Voorbeeldantwoord

B: start D2, einde D3. C: start D2, einde D2.

Dit is uitsluitend een afhankelijkhedenberekening. Beide taken horen bij Noor en gebruiken haar op D2 volledig. Daarom is de combinatie nog niet uitvoerbaar binnen P1; de capaciteitscontrole volgt later.

23 / 60 · Voorbeeld

Neem bij twee voorgangers de laatste einddag

Je plant taak D, het conceptpakket. Milan kan daar pas mee beginnen wanneer zowel de bronvoorbeelden als de gekozen indeling beschikbaar zijn.

Eerst de input controleren

In de afhankelijkhedenberekening eindigt B op D3 en C op D2. De laatste van die twee dagen is D3. D begint dus op D4.

Daarna de duur plaatsen

D duurt twee hele werkdagen. Start D4 betekent werken op D4 en D5, dus einde D5. Je telt de startdag mee als werkdag.

Waarom D3 niet kan

Op D3 is B nog bezig. De bronregel zegt dat een opvolger pas de volgende werkdag begint. Een halve overdrachtsdag verzinnen zou een wijziging van het model zijn.

24 / 60 · Aan de slag

Maak de afhankelijkhedenroute compleet

Gebruik voor deze oefening de vroege berekening: A D1; B D2–D3; C D2; D D4–D5. E wacht op D, F op E en G op F. Alle drie duren één dag.

Een keten doorrekenen

Schuif niet rechtstreeks naar de gewenste einddag. Reken iedere opvolger vanaf het resultaat dat hij nodig heeft.

Opdracht: Vul E, F en G in en geef de voorlopige einddag. Noteer de belangrijkste beperking van dit resultaat.

Voorbeeldantwoord

E: D6. F: D7. G: D8. De afhankelijkhedenroute eindigt voorlopig aan het einde van D8.

Beperking: Noor is nog dubbel geboekt voor B en C op D2. Het resultaat is dus geen haalbare toezegging. Het laat alleen zien wat de volgorde zonder capaciteitsbeperking zou toelaten.

25 / 60 · Inzicht

Een langste route is niet de hele planning

Je kunt in het netwerk onderzoeken welke keten de einddag bepaalt wanneer je alleen de afhankelijkheden en duren gebruikt. Dat helpt om de volgorde te begrijpen.

De twee routes van P1

Via B loopt A–B–D–E–F–G: 1 + 2 + 2 + 1 + 1 + 1 = 8 dagen. Via C loopt A–C–D–E–F–G: 1 + 1 + 2 + 1 + 1 + 1 = 7 dagen.

Wat dit getal betekent

De route via B is in dit eenvoudige afhankelijkhedenmodel het langst. Zij verklaart waarom de vroegste einddag zonder resourcecontrole D8 is. De kortere tak via C heeft in die berekening één dag ruimte.

Wat dit niet bewijst

Dezelfde Noor doet B en C. De langste route van acht dagen maakt die dubbele boeking niet ongedaan. Een capaciteitstoets kan de werkelijke geplande einddag verder verschuiven. We gebruiken hier geen geavanceerde planningssoftware of volledige optimalisatie.

26 / 60 · Aan de slag

Tel twee routes en trek de juiste conclusie

Je wilt uitleggen waarom “de langste route is acht” niet hetzelfde is als “het team kan klaar zijn op D8”.

Scheid rekensom en uitvoerbaarheid

De routeberekening gebruikt taakduren en pijlen. Zij bevat nog geen extra volgorde tussen B en C vanwege Noor.

Opdracht: Bereken beide routes uit slide 25 opnieuw. Schrijf daarna één zin die het resultaat correct begrenst.

Voorbeeldantwoord

A–B–D–E–F–G = 1 + 2 + 2 + 1 + 1 + 1 = 8.

A–C–D–E–F–G = 1 + 1 + 2 + 1 + 1 + 1 = 7.

Begrenzing: “Zonder capaciteitscontrole is D8 de vroegste einddag volgens de afhankelijkheden; we moeten nog controleren of Noor en Milan op die dagen beschikbaar zijn.”

27 / 60 · Inzicht

Een cirkel maakt de start onduidelijk

Een planning heeft een probleem wanneer taken op elkaar blijven wachten. Zo’n kring is iets anders dan een team dat gewoon vaak overlegt.

Een eenvoudig foutvoorbeeld

Stel dat iemand aan P1 toevoegt: A mag pas na G starten. Maar G wacht via de overige taken uiteindelijk op A. Dan moet het project klaar zijn voordat het kan beginnen.

Zo onderzoek je de oorzaak

Vraag welk resultaat A werkelijk nodig heeft. Misschien bedoelde de schrijver een evaluatie van een vorig project, niet G uit dit project. Laat de inhoudseigenaar die betekenis verduidelijken.

Niet zelf een pijl verwijderen

AI kan de kring signaleren en vragen voorstellen. Het mag niet zonder onderbouwing een echte afhankelijkheid wissen om een nette kalender te krijgen. In de oorspronkelijke P1 staat geen kring.

28 / 60 · Aan de slag

Herstel geen afhankelijkheid op gevoel

Een AI-versie geeft A als voorganger G, terwijl P1 bij A geen voorganger noemt. Je wilt de fout duidelijk terugmelden.

Verwijs naar de bron

Je hoeft de hele planning niet te herschrijven. Noem de gewijzigde regel, het gevolg en de correctie die uit P1 volgt.

Opdracht: Schrijf een korte correctie aan de AI en noem wat je daarna opnieuw controleert.

Voorbeeldantwoord

“Volgens P1 heeft A geen voorganger. De toegevoegde relatie G→A maakt een kring, omdat G zelf uiteindelijk op A wacht. Verwijder alleen die niet-brongebonden relatie en behoud de andere afhankelijkheden. Reken daarna alle vroegste dagen opnieuw uit.”

Controleer daarna de volledige A–G-route én de dagbezetting. Een herstelde kring is niet automatisch een bewijs dat alle andere regels kloppen.

29 / 60 · Voorbeeld

Twee geldige volgordes kunnen verschillende tussenstappen hebben

B en C wachten allebei op A. Inhoudelijk hoeft B niet vóór C. De keuze om B eerst te doen ontstaat bij het plannen van Noor, niet uit een oorspronkelijke pijl.

B eerst

Noor doet B op D2–D3 en C op D4. Beide zijn klaar aan het einde van D4. Milan kan D op D5 beginnen.

C eerst

Noor kan ook C op D2 en B op D3–D4 doen. Ook dan zijn beide aan het einde van D4 klaar. D begint opnieuw op D5.

Hoe je de keuze bewaart

Noem “B eerst” een gekozen volgorde in het voorstel. Verander de oorspronkelijke voorgangerskolom niet alsof P1 ineens een inhoudelijke relatie B→C bevat. Beide varianten hebben hier dezelfde einddag.

30 / 60 · Kennischeck

Wanneer mag taak D beginnen?

In een voorstel eindigt B op D3 en C op D4. Taak D wacht op beide en duurt twee dagen.

Welke planning volgt de regels van P1?

  1. D start D4 en eindigt D5.
  2. D start D5 en eindigt D6.
  3. D start D3 en eindigt D4.

Antwoord: B. C is pas aan het einde van D4 klaar. D begint daarom op D5 en gebruikt D5 en D6. De gewenste einddag verandert deze afhankelijkheid niet.

31 / 60 · Inzicht

Maak capaciteit zichtbaar per persoon en per dag

Een afhankelijkhedenroute wordt pas een werkbaar voorstel als de mensen het werk ook kunnen uitvoeren. Een dagbezetting laat conflicten snel zien.

Maak twee rijen

Gebruik één rij voor Noor en één voor Milan, met D1 tot en met D10 als kolommen. Vul per dag de taakcode in. Een taak van twee dagen verschijnt in twee vakken.

Zo herken je een conflict

Staan B en C allebei bij Noor op D2, dan zijn twee volle taken op één dag gezet. Dat overschrijdt de capaciteit van één taak per dag.

Waarom dit een aparte controle is

De beroepsvereniging APM behandelt planning en beschikbare middelen samen. Wij maken dat concreet met een kleine bezettingstabel. De bron ondersteunt het principe, niet de fictieve taakduren of een gegarandeerde deadline.

APM — planning, capaciteit en wijzigingen (gecontroleerd: 2026-10-29)

32 / 60 · Aan de slag

Zoek de dubbele boeking

Gebruik het vroege concept uit slide 8: A D1; B D2–D3; C D2; D D4–D5; E D6; F D7; G D8. Noor doet A, B, C, E en G.

Kijk naar het vak, niet alleen naar de balk

Een conflict ontstaat bij een combinatie van persoon én dag. Twee taken op dezelfde dag zijn geen probleem als verschillende beschikbare mensen ze doen.

Opdracht: Schrijf Noors bezetting op D1–D3. Benoem precies welk vak onuitvoerbaar is en waarom.

Voorbeeldantwoord

D1: Noor A. D2: Noor B én C. D3: Noor B.

Het vak Noor/D2 is onuitvoerbaar: B en C vragen ieder de hele dag van dezelfde persoon. De bron laat geen overwerk, halve dagen of extra mensen toe. Milan is op D2 niet ingepland, maar daarmee is hij niet automatisch de nieuwe eigenaar van C.

33 / 60 · Voorbeeld

Een uitvoerbare route eindigt hier op D9

We kiezen voor het voorstel waarin Noor eerst B en daarna C uitvoert. De rest schuift mee omdat D beide resultaten nodig heeft.

Het complete voorstel P1

A | Noor | D1–D1 | 1 dag | geen voorganger.

B | Noor | D2–D3 | 2 dagen | A eindigt D1.

C | Noor | D4–D4 | 1 dag | A eindigt D1; Noor doet eerst B.

D | Milan | D5–D6 | 2 dagen | B eindigt D3 en C eindigt D4.

E | Noor | D7–D7 | 1 dag | D eindigt D6.

F | Milan | D8–D8 | 1 dag | E eindigt D7.

G | Noor | D9–D9 | 1 dag | F eindigt D8.

Wat er is veranderd

C verhuist van D2 naar D4. Daardoor begint D op D5 in plaats van D4. E, F en G schuiven elk één dag door. De eigenaren, duren en oorspronkelijke afhankelijkheden blijven gelijk.

Wat je nu kunt zeggen

Binnen de gekozen P1-regels is dit schema zonder dubbele boekingen uitvoerbaar als voorstel. Het eindigt op D9, één werkdag na de gewenste D8. De echte beschikbaarheid en schattingen zijn hiermee niet bewezen.

Haalbaar fictief plan P1 voor Team Haven: Noor doet A op dag 1, B op dag 2 en 3, C op dag 4, E op dag 7 en G op dag 9. Milan doet D op dag 5 en 6 en F op dag 8. Iedere taak duurt hele dagen en start pas de dag nadat alle voorgangers klaar zijn; niemand doet twee taken tegelijk. Noor werkt zes persoonsdagen en Milan drie, samen negen. Het plan eindigt op dag 9 en haalt de gewenste dag 8 niet. Lege vakken betekenen alleen dat dit oefenplan daar geen taak toewijst, niet dat echte mensen vrij zijn.

34 / 60 · Aan de slag

Controleer de laatste vier taken na het verschuiven

Noor doet B op D2–D3 en C op D4. Milan doet D twee dagen; daarna volgen E, F en G elk één dag.

Een wijziging loopt door de keten

Alleen C verplaatsen is niet genoeg. Iedere opvolger moet opnieuw worden bekeken, anders blijft een deel van de tabel op de oude dagen staan.

Opdracht: Plan D, E, F en G opnieuw. Geef de nieuwe einddag en het verschil met de wens.

Voorbeeldantwoord

D: Milan op D5–D6, omdat C aan het einde van D4 klaar is. E: Noor D7. F: Milan D8. G: Noor D9.

Nieuwe einddag: einde D9. Verschil met gewenste D8: één werkdag later. De taakduren zijn niet veranderd; de verschuiving ontstaat doordat Noor B en C niet tegelijk kan doen.

35 / 60 · Inzicht

Vrije vakken zijn niet vanzelf verloren tijd

In het voorstel is Milan vroeg in het project niet ingepland en Noor tijdens D niet. Dat kan ongemakkelijk voelen, maar een lege cel betekent niet automatisch dat je de planning kunt inkorten.

Wachten op noodzakelijke input

Milan kan D niet beginnen voordat B én C klaar zijn. Een lege D2 voor Milan maakt die resultaten niet eerder beschikbaar.

Een andere taak is een andere keuze

Misschien kan iemand voorbereiding doen of ander werk uitvoeren. Dat kan zinvol zijn, maar voeg geen nieuwe taak of gewijzigde eigenaar toe zonder die keuze apart te bespreken.

De juiste vraag

Vraag niet alleen “hoe krijgen we iedereen vol?”, maar “welke afspraak zou verantwoord kunnen veranderen en wat betekent dat voor het resultaat?” Een planning is geen bewijs dat iedere persoon elke dag maximaal bezet moet zijn.

36 / 60 · Aan de slag

Beoordeel het voorstel om Milan eerder te laten starten

Een AI-antwoord zegt: “Laat Milan D op D2 beginnen, dan gebruiken we zijn vrije tijd.” P1 zegt dat D op B én C wacht.

Beschikbaarheid is niet hetzelfde als gereedheid

Een beschikbare persoon kan nog steeds niet beginnen als de noodzakelijke input ontbreekt. Dat onderscheid helpt om schijnoplossingen te herkennen.

Opdracht: Schrijf een reactie die het probleem uitlegt en één gerichte vraag noemt voor een eventueel nieuw scenario.

Voorbeeldantwoord

“D kan in P1 niet op D2 starten, omdat B en C dan nog niet allebei klaar zijn. Milans vrije tijd vervangt die input niet.”

Vraag voor een apart scenario: “Is er een zelfstandig voorbereidingsdeel van D dat geen input van B of C nodig heeft?” Dat is nog geen wijziging. Eerst moeten inhoud, duur, eigenaar en gevolgen van zo’n splitsing worden vastgesteld; P1 blijft ongewijzigd.

37 / 60 · Inzicht

Beschikbaarheid hoort in dezelfde versie als de planning

Een taaklijst kan gelijk blijven terwijl de kalender van iemand verandert. Daarom moet de beschikbaarheid die je gebruikt zichtbaar bij het voorstel staan.

De basis van P1

Noor en Milan zijn in de oefenbron beschikbaar op D1 tot en met D10. Dat is een vaste modelaanname, niet een gecontroleerde echte agenda.

Wat je bij echt werk navraagt

Controleer verlof, andere projecten, deeltijd, overleggen en de hoeveelheid tijd die voor dit project is afgesproken. Een werkdag kan niet automatisch volledig aan jouw project worden toegewezen.

Een wijziging apart vastleggen

Als Noor op D7 niet kan, krijgt dat een eigen scenario. Noteer welke beschikbaarheid veranderde en reken de afhankelijke taken opnieuw door. Alleen de naam van de einddag aanpassen is niet voldoende.

38 / 60 · Aan de slag

Maak een capaciteitsverklaring bij P1

Je wilt de planning aan een collega geven zonder dat deze denkt dat de echte agenda’s al zijn gecontroleerd.

Noem de grens van het model

Een korte verklaring kan zowel de rekenregel als de status benoemen. Daardoor blijft het voorstel bruikbaar zonder meer zekerheid te suggereren dan er is.

Opdracht: Schrijf drie zinnen: capaciteit, beschikbaarheid en wat vóór uitvoering nog moet gebeuren.

Voorbeeldantwoord

“P1 rekent met maximaal één volle taak per persoon per werkdag. Noor en Milan zijn in de fictieve bron beschikbaar op D1 tot en met D10. Voor echt gebruik moeten hun agenda’s, projecturen en taakschattingen nog worden bevestigd; dit is geen gemaakte werkafspraak.”

39 / 60 · Inzicht

Een ondergrens kan uitleggen waarom D8 niet past

Je hoeft niet ieder mogelijk schema blind te proberen. Soms kun je met een korte redenering aantonen dat de gewenste dag niet haalbaar is binnen de vaste regels.

Wat vóór D klaar moet zijn

Na A op D1 moet Noor B van twee dagen én C van één dag doen. Samen vraagt dat drie volle dagen van Noor. Omdat ze niet tegelijk kunnen, zijn beide op zijn vroegst aan het einde van D4 klaar.

Wat daarna nog volgt

D duurt twee dagen, daarna E één, F één en G één: nog vijf opeenvolgende dagen. Begin D5 betekent einde G op D9.

De juiste conclusie

D9 is binnen dit eenvoudige vaste model de vroegste mogelijke einddag. Dat is geen algemene voorspelling voor echte projecten. Verandert een regel, dan moet je de redenering opnieuw uitvoeren.

40 / 60 · Kennischeck

Waarom lost een lege dag het probleem niet vanzelf op?

Milan heeft op D2 geen taak in de haalbare P1-planning. Noor werkt die dag aan B.

Welke uitspraak is juist?

  1. C kan zonder overleg naar Milan, want hij is vrij.
  2. D kan alvast starten, ook zonder de resultaten van B en C.
  3. Een vrije dag verandert niet automatisch eigenaarschap of afhankelijkheden.

Antwoord: C. De planning volgt vaste eigenaren en voorgangers. Vrije capaciteit kan aanleiding zijn om een alternatief te bespreken, maar is geen toestemming om een taak over te dragen of noodzakelijke input over te slaan.

41 / 60 · Inzicht

Een scenario verandert één afspraak tegelijk

Je hebt nu een controleerbare basis. Daarmee kun je onderzoeken wat een wijziging doet, zonder de oorspronkelijke planning kwijt te raken.

Bewaar eerst P1

P1 eindigt op D9. Leg taaklijst, duur, eigenaren en beschikbaarheid vast voordat je een variant maakt. Anders weet je niet waardoor een verschil ontstaat.

Nieuw scenario S2

Alleen voor de volgende oefeningen: Noor is op D7 niet beschikbaar. Op D1–D6 en D8–D10 is zij wel beschikbaar; Milan blijft beschikbaar op D1–D10. Alle overige P1-regels blijven gelijk.

Geen echte wijziging

S2 is een fictieve wat-alsvraag, geen bericht uit een echte agenda. We gebruiken het om te leren welke gevolgen je opnieuw moet berekenen. Het vervangt P1 niet automatisch.

42 / 60 · Aan de slag

Reken het afwezigheidsscenario door

In P1 eindigt D op D6. E staat op D7 bij Noor, F op D8 bij Milan en G op D9 bij Noor. In S2 is Noor niet beschikbaar op D7.

Volg de gevolgen stap voor stap

E wacht op D én op Noors beschikbaarheid. F wacht vervolgens op E. Vergeet daardoor ook G niet.

Opdracht: Geef de nieuwe dagen van E, F en G. Bereken het verschil met P1 en met de gewenste D8.

Voorbeeldantwoord

E: Noor D8. F: Milan D9. G: Noor D10.

S2 eindigt op D10: één werkdag later dan P1 op D9 en twee werkdagen later dan de gewenste D8. A–D blijven in deze variant gelijk. De inzet blijft negen persoonsdagen; er komt een wachtdag bij, geen extra taakwerk.

43 / 60 · Voorbeeld

Het scenario laat inzet en doorlooptijd uit elkaar lopen

S2 is een nuttig voorbeeld omdat het dezelfde taken bevat, maar toch later eindigt. Zo zie je waarom twee soorten “dagen” niet uitwisselbaar zijn.

De hoeveelheid werk blijft gelijk

De taakduren 1 + 2 + 1 + 2 + 1 + 1 + 1 blijven samen negen persoonsdagen. Noor doet zes en Milan drie persoonsdagen.

De kalender wordt langer

Na D op D6 kan E niet op D7 plaatsvinden. Het project wacht tot D8. F en G volgen op D9 en D10. De doorlooptijd is nu tien werkdagen vanaf D1 tot en met D10.

Wat je in je bericht benoemt

Schrijf zowel de reden als het effect: “Door de niet-beschikbaarheid van Noor op D7 schuift de einddag in S2 van D9 naar D10; de hoeveelheid taakwerk verandert niet.”

44 / 60 · Aan de slag

Herstel een te snelle conclusie over extra werk

Een AI-samenvatting zegt: “S2 kost tien persoonsdagen, want de planning loopt tot D10.” Je hebt de zeven taakduren uit P1 nog steeds.

Wachttijd niet als taakwerk tellen

Je vergelijkt de som van de inzet met de lengte van de planning. Beide zijn nuttig, maar beantwoorden een andere vraag.

Opdracht: Schrijf een correcte samenvatting met beide getallen en de oorzaak van het verschil.

Voorbeeldantwoord

“S2 bevat nog steeds negen persoonsdagen taakwerk: zes van Noor en drie van Milan. De projectdoorlooptijd wordt tien werkdagen doordat Noor op D7 niet beschikbaar is en E daardoor pas op D8 kan starten. De extra kalenderdag is wachttijd in dit model, geen extra taakduur.”

45 / 60 · Inzicht

Een kortere planning vraagt om een echte keuze

Als D8 belangrijk is, kun je opties bespreken. Dat is iets anders dan het model dwingen om een mooi antwoord te geven.

Mogelijke gespreksonderwerpen

Kan de scope kleiner? Kan een bevoegde andere persoon een taak overnemen? Kan een taak werkelijk anders worden uitgevoerd? Iedere optie heeft gevolgen voor kwaliteit, beschikbare kennis en afspraken.

Wat niet zomaar mag

In P1 staan duur en eigenaren vast. Een AI-voorstel om D tot één dag te verkorten is daarom geen geldig P1-plan. Het wordt pas een apart scenario nadat de inhoudelijke haalbaarheid is onderzocht.

Een keuzevraag voor de eigenaar

Leg de tegenstelling duidelijk voor: “Met deze regels komt het plan uit op D9. Wilt u de gewenste einddag aanpassen of een concrete wijziging laten onderzoeken?” Zo blijft de beslissing bij degene die haar moet nemen.

46 / 60 · Aan de slag

Formuleer een alternatief zonder het te verkopen

Je wilt bespreken of C door Milan gedaan zou kunnen worden. P1 geeft daar geen toestemming of bewijs van bekwaamheid voor.

Een voorstel heeft voorwaarden

Je kunt aangeven waarom een optie interessant lijkt én wat nog moet worden vastgesteld. Dat is nuttiger dan het voordeel als zekerheid presenteren.

Opdracht: Schrijf een voorstel van drie zinnen met idee, onderzoeksvraag en status.

Voorbeeldantwoord

“Een te onderzoeken optie is om Milan de indelingstaak C te laten uitvoeren, zodat B en C mogelijk parallel kunnen lopen. Eerst moeten we vaststellen of Milan de taak kan uitvoeren, of de taakduur gelijk blijft en of de betrokkenen akkoord zijn. Deze optie is niet verwerkt in P1 en de winst is nog niet als uitvoeringsafspraak bevestigd.”

47 / 60 · Inzicht

Reserve is geen verborgen truc om een datum te halen

In een echte planning bestaan onzekerheden. Je kunt daar expliciet ruimte voor bespreken, maar noem die ruimte niet alsof zij al in de vaste taakschattingen is bewezen.

Wat een reserve zichtbaar maakt

Een extra afgesproken dag vóór een externe afspraak kan ruimte geven voor tegenvallers. Dat helpt alleen als duidelijk is waarvoor de ruimte bedoeld is en wie beslist over gebruik.

Geen reserve in onze P1-berekening

De vroegste P1-route eindigt op D9. Er is geen expliciete projectreserve ingepland. De lege vakken van één persoon zijn niet automatisch vrij besteedbare projectreserve, omdat de opvolgers op input wachten.

Geen zekerheid door een percentage

Een standaard opslag kan een gesprek starten, maar is geen bewijs van een betrouwbare einddatum. Gebruik echte onzekerheden, ervaring en afspraken. Deze cursus doet geen kansberekening en belooft geen deadlinezekerheid.

48 / 60 · Aan de slag

Maak een eerlijke onzekerheidsnotitie

Je draagt P1 over aan de eigenaar. Je wilt niet alleen het getal D9 noemen, maar ook wat in echt werk nog onzeker zou zijn.

Kies concrete aandachtspunten

Noem geen lange algemene risicolijst. Sluit aan op de gegevens die het schema dragen: duur, beschikbaarheid en de input voor opvolgers.

Opdracht: Schrijf drie aandachtspunten en één vervolgstap vóór een echte toezegging.

Voorbeeldantwoord

Aandachtspunten: de fictieve taakduren zijn geen gemeten schattingen; echte agenda’s van Noor en Milan zijn niet gecontroleerd; klaarcriteria en benodigde input moeten door de taakverantwoordelijken worden bevestigd.

Vervolgstap: bespreek deze drie punten met de betrokkenen en reken de planning opnieuw door op basis van hun bevestigde gegevens voordat een echte einddatum wordt toegezegd.

49 / 60 · Inzicht

Een wijzigingslog bewaart de reden achter de nieuwe datum

Als je meerdere varianten maakt, is alleen een nieuwe tabel niet genoeg. Een collega moet kunnen zien wat veranderde en welke versie voorligt.

Vier gegevens in het log

Noteer versie, gewijzigde bronregel, gevolg voor taken en status. Bijvoorbeeld S2: Noor niet beschikbaar op D7; E/F/G één dag later; nog een fictieve scenario-oefening.

Houd plan en werkelijkheid uit elkaar

Een geplande einddag is geen afgeronde taak. Noteer werkelijke voortgang alleen wanneer zij werkelijk is gemeld. De tabellen in deze cursus bevatten geen uitgevoerde resultaten.

Waarom dit helpt

APM verbindt planning met het beheersen van wijzigingen. Wij gebruiken een klein log om die samenhang zichtbaar te maken. Het log is geen automatische goedkeuring van een wijziging.

APM — planning, capaciteit en wijzigingen (gecontroleerd: 2026-10-29)

50 / 60 · Kennischeck

Wat verandert er in S2?

Alle P1-taken en duren blijven gelijk. Alleen Noor is op D7 niet beschikbaar.

Welke vergelijking klopt?

  1. De inzet blijft negen persoonsdagen; de einddag verschuift van D9 naar D10.
  2. De inzet wordt tien persoonsdagen, omdat D10 de laatste dag is.
  3. De einddag blijft D9, want er zijn nog steeds zeven taken.

Antwoord: A. De wachtdag verandert de kalender, niet de som van de taakduren. E gaat naar D8, F naar D9 en G naar D10. Het aantal taken alleen bepaalt de doorlooptijd niet.

51 / 60 · Inzicht

Maak één pakket dat een collega kan narekenen

Je hebt afzonderlijke controles geoefend. Nu breng je ze samen, zodat de ontvanger niet hoeft te raden welke bron, regels en variant je hebt gebruikt.

Wat in het pakket hoort

Neem P1, de taakplanning, de dagbezetting en de toetsing aan D8 op. Voeg de status en open vragen toe. Houd S2 apart als scenario, niet als ongemerkte vervanger.

Controleer in een vaste volgorde

Eerst alle taken en duren, dan voorgangers, dan capaciteit, daarna einddag en status. Die volgorde maakt een fout beter terug te vinden dan alleen vragen of het geheel “realistisch” is.

Wat je straks oplevert

Het resultaat is een intern voorstel voor de fictieve casus. Geen echte agenda-afspraak, geen uitgevoerd project en geen garantie. Juist die duidelijke grens maakt het pakket eerlijk bruikbaar.

Haalbaar fictief plan P1 voor Team Haven: Noor doet A op dag 1, B op dag 2 en 3, C op dag 4, E op dag 7 en G op dag 9. Milan doet D op dag 5 en 6 en F op dag 8. Iedere taak duurt hele dagen en start pas de dag nadat alle voorgangers klaar zijn; niemand doet twee taken tegelijk. Noor werkt zes persoonsdagen en Milan drie, samen negen. Het plan eindigt op dag 9 en haalt de gewenste dag 8 niet. Lege vakken betekenen alleen dat dit oefenplan daar geen taak toewijst, niet dat echte mensen vrij zijn.

52 / 60 · Aan de slag

Maak zelf de volledige taakplanning

Gebruik P1 op slide 4. Kies de variant waarin Noor eerst B en daarna C doet. Maak de tabel voordat je het voorbeeld opent.

Iedere rij moet te verklaren zijn

Vermeld taakcode, eigenaar, start, einde en reden. Gebruik de dag na de laatste voorganger en controleer daarna de beschikbare persoon.

Opdracht: Lever de volledige A–G-planning op. Geef einddag, totale inzet en verschil met gewenste D8.

Voorbeeldantwoord

Een correct voorstel is:

A | Noor | D1–D1 | 1 dag | geen voorganger. B | Noor | D2–D3 | 2 dagen | A eindigt D1. C | Noor | D4–D4 | 1 dag | A eindigt D1; Noor doet eerst B. D | Milan | D5–D6 | 2 dagen | B eindigt D3 en C eindigt D4. E | Noor | D7–D7 | 1 dag | D eindigt D6. F | Milan | D8–D8 | 1 dag | E eindigt D7. G | Noor | D9–D9 | 1 dag | F eindigt D8.

Einddag: D9. Totale inzet: negen persoonsdagen, Noor zes en Milan drie. Het voorstel eindigt één werkdag na de gewenste D8.

Waarom: na A gebruikt Noor drie dagen voor B en C; D kan daardoor pas op D5 beginnen. D–E–F–G nemen daarna vijf dagen. Geen eigenaar, duur of bronafhankelijkheid is gewijzigd. De andere volgorde C vóór B kan ook D9 opleveren, maar is niet de gekozen tabel hier.

53 / 60 · Voorbeeld

De complete P1-planning als werkdocument

Dit is het uitgewerkte basisvoorstel. De taakregels en dagbezetting horen bij elkaar: de eerste tabel verklaart de volgorde, de tweede controleert de mensen.

Uitgangspunten die bij deze versie horen

P1, hele aaneengesloten werkdagen, één volle taak per persoon per dag, opvolgers starten de dag na afronding van alle voorgangers. Noor en Milan zijn in het model beschikbaar D1–D10. Gewenst einde D8; duur/eigenaren staan vast.

Taakplanning A–G

A | Noor | D1–D1 | 1 dag | geen voorganger.

B | Noor | D2–D3 | 2 dagen | A eindigt D1.

C | Noor | D4–D4 | 1 dag | A eindigt D1; Noor doet eerst B.

D | Milan | D5–D6 | 2 dagen | B eindigt D3 en C eindigt D4.

E | Noor | D7–D7 | 1 dag | D eindigt D6.

F | Milan | D8–D8 | 1 dag | E eindigt D7.

G | Noor | D9–D9 | 1 dag | F eindigt D8.

Dagbezetting Noor en Milan

D1: Noor A; Milan vrij voor dit project.

D2: Noor B; Milan vrij voor dit project.

D3: Noor B; Milan vrij voor dit project.

D4: Noor C; Milan vrij voor dit project.

D5: Noor vrij voor dit project; Milan D.

D6: Noor vrij voor dit project; Milan D.

D7: Noor E; Milan vrij voor dit project.

D8: Noor vrij voor dit project; Milan F.

D9: Noor G; Milan vrij voor dit project.

D10: beiden niet ingepland in P1.

Rekensom en uitkomst

Inzet: 1 + 2 + 1 + 2 + 1 + 1 + 1 = 9 persoonsdagen. Noor: 6; Milan: 3. Projectdoorlooptijd: D1 tot en met D9 = 9 werkdagen. Gewenste D8 wordt niet gehaald; verschil één werkdag.

Status en besluitvraag

Dit is een fictief gecontroleerd planningsvoorstel, geen uitgevoerd project of toegezegde echte einddatum. Bespreek of D9 als uitgangspunt mag gelden of dat een concrete wijziging van scope, duur, eigenaar of beschikbaarheid moet worden onderzocht. S2 blijft apart.

54 / 60 · Aan de slag

Controleer het volledige werkdocument

Neem de tabel op slide 53 en de bron P1 op slide 4. Je bent nu reviewer: je wilt aantonen wat je hebt gecontroleerd, niet alleen een vinkje geven.

Maak iedere controle zichtbaar

Gebruik vier onderdelen: taakgegevens, voorgangers, capaciteit en uitkomst/status. Noteer een concrete bevinding per onderdeel.

Opdracht: Schrijf een controleverslag van vier punten. Controleer ook dat de twee dagen van B en D echt als twee werkdagen zijn ingepland.

Voorbeeldantwoord

1. Taakgegevens: alle taken A–G zijn aanwezig. B loopt op D2–D3 en D op D5–D6: ieder twee dagen. De overige taken duren één dag. Eigenaren blijven gelijk aan P1.

2. Voorgangers: A is klaar op D1, vóór B en C. B is klaar op D3 en C op D4, vóór de start van D op D5. D eindigt op D6, vóór E op D7. Daarna volgt F op D8 en G op D9.

3. Capaciteit: Noor doet A op D1, B op D2 en D3, C op D4, E op D7 en G op D9. Milan doet D op D5 en D6 en F op D8. Geen persoon heeft twee taken op dezelfde dag.

4. Uitkomst: negen persoonsdagen inzet, einddag D9, één dag later dan de wens. Status blijft voorstel, geen echte uitvoering of akkoord.

55 / 60 · Voorbeeld

S2 staat naast P1, niet erdoorheen

Voor de overdracht maak je een korte vergelijking. De ontvanger ziet zo het effect van de ene gewijzigde beschikbaarheidsregel.

P1 — basisvoorstel

Noor beschikbaar D1–D10. E D7, F D8, G D9. Einddag D9; negen persoonsdagen inzet.

S2 — Noor niet beschikbaar op D7

A–D blijven gelijk. E D8, F D9, G D10. Einddag D10; nog steeds negen persoonsdagen inzet. Noor is in dit scenario beschikbaar op D1–D6 en D8–D10.

Wat de vergelijking wel zegt

De ene afwezigheidsdag schuift de laatste drie taken één dag op. S2 is geen actuele agenda en geen reeds genomen besluit. Een andere wijziging moet een eigen scenario en hercontrole krijgen.

56 / 60 · Aan de slag

Schrijf het wijzigingslog bij S2

Je kiest P1 als basisvoorstel en voegt S2 als aparte wat-alsbijlage toe. De twee versies moeten herkenbaar blijven.

Een korte notitie met bron en gevolg

Noem niet alleen “een dag later”. Schrijf welke regel veranderde, welke taken verschuiven en of de wijziging echt bevestigd is.

Opdracht: Maak een wijzigingslog met versie, wijziging, gevolg en status.

Voorbeeldantwoord

Versie: S2, aparte scenario-bijlage bij P1.

Wijziging: Noor is in deze oefening niet beschikbaar op D7; overige taakregels en beschikbaarheid blijven gelijk.

Gevolg: E D7→D8, F D8→D9, G D9→D10. Einddag D9→D10; inzet blijft negen persoonsdagen.

Status: fictieve wat-alsberekening, geen echte agendawijziging of goedkeuring. P1 blijft het basisvoorstel op slide 53.

57 / 60 · Inzicht

Geef de eigenaar een keuze in plaats van een mooi getal

Een goede overdracht helpt iemand beslissen. Daarvoor moet zowel het voorstel als de reden van het verschil met de wens duidelijk zijn.

De kernboodschap

“Met de vaste P1-regels eindigt de vroegste uitvoerbare route op D9, niet D8.” Dat is specifieker dan “de planning is ongeveer klaar”.

De keuze die nog nodig is

De eigenaar kan de wens herzien of een concrete verandering laten onderzoeken. AI neemt die beslissing niet automatisch. Vermeld ook wie nog beschikbaarheid en schattingen moet bevestigen.

Wat je niet schrijft

Zeg niet dat het project al is ingepland, dat alle betrokkenen akkoord zijn of dat D9 gegarandeerd wordt gehaald. Geen van die zaken heeft in deze cursus plaatsgevonden.

58 / 60 · Aan de slag

Schrijf een bruikbare overdracht

Je hebt P1 doorgerekend en S2 als afzonderlijke variant bekeken. Schrijf nu een kort bericht voor de fictieve projecteigenaar.

Neem de ontvanger mee

Noem wat bijgevoegd is, wat de controle opleverde, waar de keuze ligt en wat nog niet is gebeurd. De ontvanger hoeft de hele training niet te kennen.

Opdracht: Schrijf een overdracht met vier onderdelen: pakket, uitkomst, besluitvraag en open controle.

Voorbeeldantwoord

“Hierbij het fictieve P1-planningspakket voor het interne proefpakket: bronkaart, taakplanning, dagbezetting en controleverslag.

Binnen de vaste regels komt de vroegste uitvoerbare route uit op D9, één werkdag later dan de gewenste D8. De inzet is negen persoonsdagen. Noor kan B en C niet tegelijk uitvoeren; daardoor kan D pas op D5 starten.

Wilt u D9 als uitgangspunt bespreken of een concrete wijziging laten onderzoeken? S2 is een aparte wat-alsbijlage: bij Noors afwezigheid op D7 verschuift het einde naar D10.

Voor echt gebruik moeten taakschattingen, klaarcriteria en agenda’s nog worden bevestigd. Er zijn geen echte taken ingepland of uitgevoerd en er is nog geen akkoord.”

59 / 60 · Reflectie

Neem één kleine planning mee naar je werk

Kies een afgebakende taakreeks die je mag bespreken, bijvoorbeeld een intern concept dat meerdere mensen beoordelen. Begin klein genoeg om de hele route te kunnen controleren.

Start bij de gegevens

Schrijf resultaat, taken, schattingen, eigenaren, voorgangers en beschikbaarheid op. Gebruik geen vertrouwelijke details in een ongeschikte tool. Onbekende gegevens blijven open vragen.

Laat AI helpen zonder de regie weg te geven

Vraag eerst om structuur en ontbrekende informatie. Maak daarna een voorstel en controleer zelf de keten en bezetting. Laat de betrokkenen hun eigen gegevens beoordelen.

Je eerstvolgende stap

Kies één project en formuleer drie vragen die je nog moet beantwoorden vóór je een datum noemt. Je hoeft niet meteen een groot planningssysteem te bouwen om beter te plannen.

60 / 60 · Kennischeck

Wanneer is het planningspakket eerlijk overdraagbaar?

Je wilt het eindresultaat delen met de eigenaar van het fictieve project.

Welke formulering past bij het geleerde?

  1. AI heeft D9 genoemd, dus die datum staat vast.
  2. P1 is doorgerekend met expliciete regels; D9 is het voorstel, echte gegevens en akkoord moeten nog worden bevestigd.
  3. Omdat er negen persoonsdagen zijn, duurt ieder vergelijkbaar project negen dagen.

Antwoord: B. Het pakket is bruikbaar doordat bron, berekening, capaciteit en status zichtbaar zijn. Dat is nog geen echte toezegging. Andere beschikbaarheid, duren of afhankelijkheden kunnen de uitkomst veranderen.

Bronnen

Bijgewerkt: 2026-10-29. Erik van der Veen · erikvanderveen.nl