← Terug naar de interactieve trainingLESMATERIAAL · 60 SLIDES
Een praktische miniworkshop ontwerpen met AI
Alle lessen bij elkaar. Gebruik de afdrukfunctie van je browser om dit materiaal als PDF te bewaren. Antwoorden staan direct onder de opdrachten.
1 / 60 · Inzicht
Maak van jouw kennis een kleine oefenles
Je weet hoe iets moet, maar hoe help je een collega het zelf te doen? AI kan meedenken over voorbeelden, opdrachten en feedback. In deze training ontwerp je een miniworkshop in plaats van alleen een uitleg.
Voor wie je dit maakt
Deze training is voor professionals die collega’s iets praktisch leren. Je hoeft geen trainer te zijn. Je gebruikt een toegestane AI-chat of werkt de opdrachten op papier uit. Er zijn geen betaalfuncties of uploads nodig.
Twee verschillende tijdsblokken
Deze Academy-training duurt ongeveer drie uur inclusief oefenen. Het eindproduct is een miniworkshop van dertig minuten voor vier fictieve nieuwe collega’s. Die dertig minuten zijn dus niet de duur van deze online cursus.
Wat je straks in handen hebt
Je maakt een leerdoel, bronkaart, uitgewerkt voorbeeld, opdrachten, antwoordmodel, feedbackaanpak en draaiboek. We beginnen met proberen en maken het ontwerp daarna steeds concreter.
2 / 60 · Voorbeeld
Ontdek drie manieren om hetzelfde te leren
Stel dat een collega bestanden volgens een vaste werkafspraak moet benoemen. Je kunt de regel vertellen, één naam voordoen of de collega zelf een naam laten maken. Dat zijn verschillende leeractiviteiten.
Niet alleen luisteren
Een uitleg geeft informatie. Een uitgewerkt voorbeeld laat zien hoe je de informatie gebruikt. Bij een eigen opdracht wordt zichtbaar welke keuze de deelnemer zelf maakt.
Laat AI opties voorstellen
Vraag AI om drie korte activiteiten voor één vaardigheid. Kies niet automatisch het leukste idee: vraag ook wat de deelnemer daarbij daadwerkelijk doet en wat jij kunt bekijken.
3 / 60 · Aan de slag
Probeer drie activiteiten voor één vaardigheid
Jij ontwerpt een korte les voor nieuwe collega’s. Verken eerst wat AI kan toevoegen voordat je een volledig programma vraagt.
Bedenk drie korte leeractiviteiten voor nieuwe collega’s die bestandsnamen volgens een fictieve werkafspraak leren maken. Beschrijf per activiteit wat de deelnemer doet en welk zichtbaar resultaat ontstaat. Maak nog geen volledig programma en verzin geen bedrijfsregels.
Opdracht: Laat AI drie activiteiten bedenken voor correct benoemen van oefenbestanden. Beschrijf bij elke activiteit één zichtbaar resultaat en kies er één.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeld: 1. Vergelijk twee namen en markeer het verschil: resultaat is een gemarkeerde fout. 2. Bouw samen één naam uit losse gegevens: resultaat is een complete naam met toelichting. 3. Maak zelfstandig een naam voor een nieuw geval: resultaat is een eigen antwoord. Ik kies activiteit 2 als eerste oefening omdat ik de keuzes kan bespreken; later is activiteit 3 nodig om zelfstandige toepassing te zien.
4 / 60 · Inzicht
Dit is onze fictieve werkafspraak
Vanaf nu werk je met één afgebakende casus. Vier nieuwe collega’s van het fictieve team Kompas kunnen eenvoudige tekst typen, maar kennen deze naamgevingsafspraak nog niet. Ze oefenen op papier of in een leeg tekstvak; er worden geen echte bestanden gewijzigd.
Bronkaart W1
W1 — fictieve werkafspraak van team Kompas. Schrijf bestandsnamen als JJJJ-MM-DD_project_document_vNN.ext. Gebruik de datum van het document, niet de datum van vandaag. Neem de projectcode en documentcode letterlijk over uit de opdracht. Zet de gegeven versie in twee cijfers na de letter v. Behoud de oorspronkelijke bestandsextensie; hernoemen is geen bestandsconversie. Gebruik underscores tussen de vier onderdelen en koppeltekens binnen de datum. Ontbreekt een benodigd gegeven, maak dan nog geen definitieve naam en vraag het gegeven na. Voor deze oefening staan alle codes al in kleine letters. Voeg geen eigen codes of persoonsgegevens toe.
Waarom een vaste bron helpt
W1 is een verzonnen afspraak voor deze training, geen algemene IT-norm. AI mag er oefeningen bij maken, maar niet stilzwijgend een andere afspraak toevoegen. Houd deze kaart beschikbaar bij alle casusopdrachten.
5 / 60 · Aan de slag
Maak het leerdoel zichtbaar
“De collega begrijpt bestandsnamen” is nog moeilijk te beoordelen. Je wilt kunnen zien wat iemand met W1 doet.
Opdracht: Schrijf één leerdoel met de taak, de toegestane hulp en het resultaat dat je controleert. Neem ook ontbrekende gegevens mee.
Voorbeeldantwoord
Na de miniworkshop maakt de deelnemer met bronkaart W1 een juiste bestandsnaam voor een nieuw compleet oefengeval en benoemt bij een onvolledig geval welk gegeven eerst moet worden nagevraagd. Ik controleer de naam aan W1 en bekijk de navraag. Dit beschrijft zichtbaar gedrag; het beweert niet dat iedereen de vaardigheid al beheerst.
6 / 60 · Voorbeeld
Verbind het doel aan bewijs
Het leerdoel gaat over toepassen, niet over het opzeggen van een patroon. Daarom laat je deelnemers aan het einde een nieuw geval oplossen.
Wat je kunt zien
Een ingevulde naam toont de toepassing van datum, codes, versie en extensie. Een korte uitleg laat zien waarom de documentdatum is gekozen. Bij ontbrekende informatie kijk je of iemand stopt en gericht navraagt.
Wat je nog niet weet
Een goed antwoord tijdens één les is geen bewijs dat iemand het weken later automatisch goed doet. Je kunt later een nieuw oefengeval voorstellen om te bekijken wat is blijven hangen; dat is nog geen uitgevoerde meting.
7 / 60 · Aan de slag
Schrap wat niet bij het leerdoel hoort
Een AI-programma wil ook mappenstructuren, cloudopslag en automatische scripts behandelen. Je hebt maar dertig minuten voor de toepassing van W1.
Opdracht: Kies wat binnen de miniworkshop blijft en schrijf twee onderdelen op die je bewust buiten deze les houdt. Leg de reden uit.
Voorbeeldantwoord
Binnen: gegevens uit een oefengeval halen, W1 toepassen, fouten uitleggen en ontbrekende informatie navragen. Buiten: cloudrechten en automatische scripts. Die vragen andere voorkennis en zijn niet nodig om het gekozen leerdoel te oefenen. Ik bewaar ze als mogelijke andere lessen, niet als extra blokken in deze dertig minuten.
8 / 60 · Inzicht
Vraag naar voorkennis zonder iemand te beoordelen
Je wilt weten waar je uitleg moet beginnen. Een korte startvraag helpt je ontdekken of deelnemers bijvoorbeeld de datum en de extensie herkennen.
Een kleine starttaak
Laat één gegeven naam zien en vraag welke onderdelen deelnemers herkennen. Zeg dat dit geen toets voor een cijfer is. Je gebruikt hun antwoorden om de uitleg aan te passen.
Reageer op wat je ziet
Als iemand “.pdf” niet herkent, leg je uit dat dit de bestandsextensie is: het achterste deel dat bij het bestandstype hoort. Als iedereen dat al weet, hoef je geen lange zijroute over bestandstypen te geven.
9 / 60 · Aan de slag
Ontwerp een startvraag met een vervolg
Je opent de fictieve workshop en hebt drie minuten voor welkom, doel en voorkennis. Je wilt geen lange vragenlijst.
Opdracht: Schrijf één startvraag bij 2026-11-06_kompas_agenda_v01.docx en twee mogelijke vervolgreacties van jou als begeleider.
Voorbeeldantwoord
Vraag: “Welke onderdelen herken je in deze naam, en welk onderdeel zegt iets over de versie?” Als een deelnemer v01 aanwijst, vraag ik wat de 01 volgens de bron betekent. Als iemand de extensie niet herkent, wijs ik .docx aan en leg ik uit dat we die in deze oefening behouden. Ik noteer alleen wat extra uitleg nodig heeft; ik geef nog geen oordeel over de hele vaardigheid.
10 / 60 · Kennischeck
Wat moet je miniworkshop aantonen?
Je hebt een doel gekozen en weet welk werk de deelnemers gaan maken. Nu kies je een passende afsluiting.
Welke afsluiting past het beste bij het leerdoel?
- Vragen of iedereen de uitleg leuk vond.
- Een nieuw compleet en een onvolledig geval laten oplossen met W1.
- Alleen vragen wie het patroon uit het hoofd kent.
Antwoord: B. Het doel is toepassen met bronkaart en ontbrekende gegevens herkennen. Een nieuw geval geeft daar direct zicht op. Tevredenheid kan nuttig zijn, maar meet iets anders; uit het hoofd opzeggen is hier niet het afgesproken doel.
11 / 60 · Inzicht
Maak één voorbeeld helemaal af
In module twee ontwerp je wat je voordoet. Een beginner heeft niet alleen de eindnaam nodig, maar ook de keuzes die je onderweg maakt.
Gebruik voorbeeld P1
P1: documentdatum 6 november 2026; projectcode kompas; documentcode agenda; versie 1; oorspronkelijke extensie .docx.
Werk van gegevens naar naam
Lees eerst de opdracht. Zet 6 november 2026 om naar 2026-11-06. Neem kompas en agenda letterlijk over. Maak van versie 1 de aanduiding v01. Behoud .docx. Pas daarna voeg je de onderdelen samen.
12 / 60 · Aan de slag
Schrijf jouw denkstappen bij het voorbeeld
Je bereidt het voordoen van P1 voor. Gebruik W1 uit slide 4 en de gegevens op slide 11.
Opdracht: Schrijf een korte uitleg waarin je de naam opbouwt en bij elke keuze zegt waarom die zo is.
Voorbeeldantwoord
Ik gebruik de documentdatum 6 november 2026, dus 2026-11-06; W1 zegt dat niet de datum van vandaag geldt. De gegeven codes zijn kompas en agenda. Versie 1 schrijf ik als v01 omdat twee cijfers nodig zijn. De oorspronkelijke extensie blijft .docx. Met underscores wordt het 2026-11-06_kompas_agenda_v01.docx. Ik controleer vervolgens elk onderdeel nog één keer tegen P1 en W1.
13 / 60 · Voorbeeld
Laat AI een voordoenscript maken
Je kunt AI vragen de uitleg in gewone taal te formuleren. Het doel is geen indrukwekkende toespraak, maar een korte demonstratie waarin de stappen zichtbaar blijven.
Een bruikbaar script
“Ik begin met de gegevens, niet met typen. Welke datum hoort bij dit document? Die zet ik vooraan. Daarna neem ik de twee codes over. Bij de versie let ik op twee cijfers. Tot slot houd ik de extensie gelijk. Nu vergelijk ik de naam met de opdracht.”
Bewaar je eigen controle
Lees het script naast W1. Een soepel klinkende uitleg waarin de datum van vandaag wordt gebruikt, leert precies de verkeerde handeling aan. Controleer dus eerst zelf voordat je het script voorleest.
Schrijf een kort voordoenscript voor nieuwe collega’s. Leg iedere keuze uit in gewone taal. Gebruik uitsluitend W1 en P1; voeg geen nieuwe regels toe. Sluit af met een controle tegen de opdracht.
W1 — fictieve werkafspraak van team Kompas. Schrijf bestandsnamen als JJJJ-MM-DD_project_document_vNN.ext. Gebruik de datum van het document, niet de datum van vandaag. Neem de projectcode en documentcode letterlijk over uit de opdracht. Zet de gegeven versie in twee cijfers na de letter v. Behoud de oorspronkelijke bestandsextensie; hernoemen is geen bestandsconversie. Gebruik underscores tussen de vier onderdelen en koppeltekens binnen de datum. Ontbreekt een benodigd gegeven, maak dan nog geen definitieve naam en vraag het gegeven na. Voor deze oefening staan alle codes al in kleine letters. Voeg geen eigen codes of persoonsgegevens toe.
P1: documentdatum 6 november 2026; projectcode kompas; documentcode agenda; versie 1; oorspronkelijke extensie .docx.
14 / 60 · Aan de slag
Herstel een onjuist voorbeeldantwoord
Je ontvangt een fictief AI-antwoord op P1: 2026-10-29_kompas_agenda_v1.pdf. Je wilt dit niet onbedoeld als model tonen.
Opdracht: Noem de drie fouten, verbeter de naam en schrijf één uitlegzin die de deelnemer helpt de belangrijkste verwarring te begrijpen.
Voorbeeldantwoord
Fout 1: de datum is niet de gegeven documentdatum. Fout 2: v1 heeft niet de afgesproken twee cijfers. Fout 3: .pdf vervangt ten onrechte .docx. Correct: 2026-11-06_kompas_agenda_v01.docx. Uitleg: “We benoemen het document met de datum uit de opdracht; het moment waarop jij oefent verandert die datum niet.”
15 / 60 · Inzicht
Wissel uitgewerkte voorbeelden en zelf doen af
Een modelantwoord kan de route zichtbaar maken. Daarna moet de deelnemer die route ook zelf gebruiken. Je bouwt je les daarom niet uit alleen uitleg of alleen zoek-het-uit-opdrachten.
Wat de onderwijsbron zegt
Het Amerikaanse Institute of Education Sciences bespreekt in een praktijkgids het afwisselen van uitgewerkte oplossingen en eigen opgaven. Die gids gaat over onderwijs; wij gebruiken het als ontwerpinspiratie, niet als bewijs dat deze miniworkshop bij iedere volwassene hetzelfde effect heeft.
Lees de IES-gids over voorbeelden en oefenen (gecontroleerd: 2026-10-29)
Onze concrete vertaling
We doen P1 voor, oefenen P2 met vragen van de begeleider en laten daarna een nieuw geval zelfstandig maken. Het onderwerp blijft gelijk, terwijl de steun afneemt.
16 / 60 · Aan de slag
Ontwerp hulp die je later kunt weglaten
Je wilt P2 samen oefenen zonder het antwoord meteen voor te zeggen. De deelnemer heeft W1 en P2 voor zich. Voor deze oefening krijg je P2: documentdatum 7 november 2026; projectcode kompas; documentcode notulen; versie 2; oorspronkelijke extensie .docx.
Opdracht: Schrijf drie begeleidingsvragen in volgorde. Geef daarna aan welke hulp bij de zelfstandige opdracht verdwijnt en welke blijft.
Voorbeeldantwoord
Vragen: 1. “Welke documentdatum staat in P2 en hoe schrijf je die in het patroon?” 2. “Welke codes en versie zijn gegeven?” 3. “Welke extensie moet gelijk blijven?” Later verdwijnen deze stapvragen; de deelnemer kiest de volgorde zelf. W1 blijft beschikbaar, omdat zelfstandig in deze les betekent zonder stapvragen, niet zonder hulpmiddelen.
17 / 60 · Voorbeeld
Gebruik een tweede geval met dezelfde structuur
P2 verandert de gegevens, maar niet de werkafspraak. Daardoor kan de deelnemer zich richten op de toepassing in plaats van ineens een nieuwe regel te leren.
Oefengeval P2
P2: documentdatum 7 november 2026; projectcode kompas; documentcode notulen; versie 2; oorspronkelijke extensie .docx.
Uitgewerkt resultaat
De naam wordt 2026-11-07_kompas_notulen_v02.docx. De datum, documentcode en versie verschillen van P1. Het patroon, de projectcode en het behoud van de extensie werken op dezelfde manier.
18 / 60 · Aan de slag
Maak een uitleg korter zonder stappen kwijt te raken
Je voordoenscript duurt te lang. Je hebt vijf minuten voor demonstratie inclusief een korte vraag.
Opdracht: Schrijf een versie van maximaal vijf zinnen bij P1. Laat elke noodzakelijke keuze terugkomen; verwijder alleen uitweidingen.
Voorbeeldantwoord
P1 geeft 6 november 2026, dus ik begin met 2026-11-06. Daarna neem ik de codes kompas en agenda over. Versie 1 wordt v01. Ik behoud .docx en zet underscores tussen de vier onderdelen: 2026-11-06_kompas_agenda_v01.docx. Tot slot vergelijk ik de naam met W1 en de gegevens van P1. Je kunt zo uitleg inkorten zonder de controle weg te laten.
19 / 60 · Inzicht
Maak jouw AI-opdracht specifiek genoeg
Een verzoek als “maak een leuke training” geeft AI veel ruimte om zelf inhoud te verzinnen. Je hebt inmiddels concretere bouwstenen.
Wat je meegeeft
Noem doelgroep, voorkennis, leerdoel, bronkaart, tijd en gewenst resultaat. Vraag om één onderdeel tegelijk, bijvoorbeeld eerst een voordoenscript en daarna een oefening.
Een beperkte bronclaim
OpenAI adviseert duidelijke opdrachten met voldoende context en gericht bijsturen na het eerste resultaat. Hier gebruiken we dat voor lesontwerp. AI vervangt niet jouw inhoudscontrole of een proef met deelnemers.
Lees OpenAI’s uitleg over gerichte opdrachten (gecontroleerd: 2026-10-29)
20 / 60 · Kennischeck
Wat betekent zelfstandig oefenen hier?
In je ontwerp mag W1 bij de zelfstandige opdracht op tafel blijven. De hulp verandert wel.
Welke situatie past bij zelfstandig oefenen in deze miniworkshop?
- De begeleider noemt elk volgende onderdeel voordat de deelnemer typt.
- De deelnemer kopieert P1 zonder nieuwe gegevens.
- De deelnemer lost een nieuw geval op met W1, maar zonder stapvragen.
Antwoord: C. De deelnemer kiest nu zelf de stappen en past de bron toe. Een toegestane bronkaart maakt de taak niet automatisch begeleid. Kopiëren of telkens de volgende stap horen laat minder zien van eigen toepassing.
21 / 60 · Inzicht
Maak opdrachten die iets zichtbaar maken
In module drie bouw je het oefenmateriaal. Begin niet met twintig bijna gelijke vragen; kies gevallen die verschillende onderdelen van het doel laten zien.
Drie functies van een oefening
Een normaal geval laat toepassing zien. Een fout voorbeeld vraagt om uitleg. Een onvolledig geval laat zien of iemand ontbrekende informatie herkent.
Maak het niet stiekem moeilijker
Geef alle benodigde gegevens bij complete gevallen. Voeg geen onbesproken afkortingen, onbekende extensies of extra uitzonderingen toe om de deelnemer te verrassen. Als je een nieuwe regel wilt leren, moet je die eerst uitleggen.
22 / 60 · Aan de slag
Maak een complete opdrachtkaart
Je wilt dat iemand P2 kan maken zonder naar jouw mondelinge uitleg te raden.
Opdracht: Schrijf een opdrachtkaart met doel, gegevens, toegestane hulp en wat de deelnemer moet inleveren.
Voorbeeldantwoord
Opdracht: maak volgens W1 één bestandsnaam voor P2. Gegevens: documentdatum 7 november 2026; projectcode kompas; documentcode notulen; versie 2; oorspronkelijke extensie .docx. Hulp: W1 en bij deze begeleide ronde de drie stapvragen. Lever in: de naam plus één zin over de gekozen datum. Model: 2026-11-07_kompas_notulen_v02.docx; ik gebruik 7 november omdat dit de gegeven documentdatum is.
23 / 60 · Voorbeeld
Een onvolledige opdracht heeft een ander goed antwoord
P3 mist bewust een gegeven. Dat is geen fout in het lesmateriaal: de werkafspraak zegt wat je dan moet doen.
Oefengeval P3
P3: documentdatum onbekend; projectcode kompas; documentcode planning; versie 1; oorspronkelijke extensie .pdf.
Het bedoelde antwoord
Maak nog geen definitieve bestandsnaam. Vraag: “Welke documentdatum hoort bij dit planningsdocument?” De datum van vandaag gebruiken of 0000-00-00 invullen zou een eigen regel toevoegen.
24 / 60 · Aan de slag
Ontwerp een ontbrekend-gegeven-oefening
Je wilt oefenen met gericht navragen, niet met gokken. Gebruik P3 als casus.
Opdracht: Schrijf de instructie en het modelantwoord. Zeg ook welk antwoord je niet accepteert en waarom.
Voorbeeldantwoord
Instructie: lees P3 en W1. Kun je al een definitieve naam maken? Zo niet, schrijf precies wat je moet navragen. Modelantwoord: nee; de documentdatum ontbreekt, dus ik vraag die na. Niet accepteren: een volledige naam met de datum van vandaag, omdat W1 de documentdatum vraagt. Ik beoordeel het herkennen van de ontbrekende informatie, niet de creativiteit van een vervangende datum.
25 / 60 · Inzicht
Verander gegevens, niet ongemerkt de vaardigheid
Voor zelfstandig oefenen heb je een nieuw geval nodig. Je wilt voorkomen dat iemand alleen het modelantwoord onthoudt.
Nieuw geval P4
P4: documentdatum 9 november 2026; projectcode kompas; documentcode planning; versie 3; oorspronkelijke extensie .pdf.
Wat er verandert
P4 gebruikt een andere documentdatum, documentcode, versie en extensie dan P1. Alle benodigde gegevens zijn nog steeds gegeven. W1 blijft volledig toepasbaar; je vraagt geen kennis van een nieuw systeem.
26 / 60 · Aan de slag
Schrijf een zelfstandige oefening met antwoordmodel
Je maakt het werkblad voor het blok van minuut 15 tot 22. De begeleider geeft dan geen stapvragen.
Opdracht: Laat de deelnemer P4 en P3 oplossen met W1. Schrijf de twee modelantwoorden en leg uit waarom je juist deze combinatie kiest.
Voorbeeldantwoord
P4: 2026-11-09_kompas_planning_v03.pdf. P3: nog geen definitieve naam; vraag de documentdatum na. Deze combinatie toont twee delen van het leerdoel: een compleet geval uitvoeren en bij ontbrekende informatie stoppen. De bronkaart mag worden gebruikt, maar de deelnemer moet zelf kiezen welke handeling past.
27 / 60 · Inzicht
Houd vraag en antwoord uit elkaar
Als het modelantwoord al boven de opdracht staat, kan iemand gemakkelijk overschrijven. Dat is soms nuttig bij voordoen, maar niet bij de zelfstandige ronde.
Twee versies van het materiaal
Maak een deelnemersblad met W1 en opdrachten. Bewaar het antwoordmodel op een apart begeleidersblad. Bij digitaal lesmateriaal kun je het antwoord pas na de poging laten tonen.
Geen spelletje van geheimhouden
Vertel wanneer de antwoorden beschikbaar komen en waarom: eerst zelf proberen, daarna vergelijken. Het doel is bruikbare feedback, niet iemand laten struikelen.
28 / 60 · Aan de slag
Laat AI één variant maken en controleer die
Je wilt extra oefenmateriaal voor een collega die snel klaar is. AI mag nieuwe fictieve gegevens kiezen, maar moet de regels van W1 behouden.
Maak één nieuw volledig fictief oefengeval voor W1. Gebruik projectcode kompas en documentcode agenda of planning. Geef eerst alleen de gegevens, daarna onder een afzonderlijke kop het antwoordmodel met controle per onderdeel. Verander W1 niet.
W1 — fictieve werkafspraak van team Kompas. Schrijf bestandsnamen als JJJJ-MM-DD_project_document_vNN.ext. Gebruik de datum van het document, niet de datum van vandaag. Neem de projectcode en documentcode letterlijk over uit de opdracht. Zet de gegeven versie in twee cijfers na de letter v. Behoud de oorspronkelijke bestandsextensie; hernoemen is geen bestandsconversie. Gebruik underscores tussen de vier onderdelen en koppeltekens binnen de datum. Ontbreekt een benodigd gegeven, maak dan nog geen definitieve naam en vraag het gegeven na. Voor deze oefening staan alle codes al in kleine letters. Voeg geen eigen codes of persoonsgegevens toe.
Opdracht: Vraag één compleet nieuw geval met afzonderlijk antwoordmodel. Controleer zelf elk naamonderdeel en benoem één mogelijke AI-fout waarop je let.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeldvariant: documentdatum 12 november 2026, projectcode kompas, documentcode agenda, versie 4, extensie .docx. Model: 2026-11-12_kompas_agenda_v04.docx. Controle: alle gegevens zijn aanwezig, v04 heeft twee cijfers en .docx blijft gelijk. Ik let erop dat AI niet de datum van vandaag gebruikt of een ander documenttype verzint. Deze variant is extra oefenmateriaal, niet een nieuwe bedrijfsregel.
29 / 60 · Inzicht
Plan ruimte voor verschillen tussen deelnemers
Vier collega’s kunnen in verschillend tempo werken. Je wilt extra hulp bieden zonder het gezamenlijke doel kwijt te raken.
Als iemand vastloopt
Vraag eerst welk onderdeel onduidelijk is. Verwijs naar de passende regel op W1 of gebruik één stapvraag. Noteer dat die poging met extra hulp is gemaakt; presenteer die niet als zelfstandig bewijs.
Als iemand snel klaar is
Geef een nieuw geval of laat de deelnemer uitleggen waarom een fout antwoord niet klopt. Laat die persoon niet automatisch de antwoorden van anderen invullen. Zelf doen blijft belangrijk voor iedereen.
30 / 60 · Kennischeck
Welke oefening levert bruikbaar bewijs op?
Je wilt weten of deelnemers de afgesproken taak zelf uitvoeren. Het antwoord hoeft niet altijd een complete naam te zijn.
Welk antwoord op P3 past bij W1?
- Nog geen definitieve naam maken en de documentdatum navragen.
- De datum van vandaag invullen, zodat het werk doorgaat.
- Een willekeurige datum gebruiken en later eventueel herstellen.
Antwoord: A. W1 zegt dat een ontbrekend benodigd gegeven eerst moet worden nagevraagd. Juist stoppen kan daarom het correcte gedrag zijn. Een volledige naam met een verzonnen datum is niet beter omdat hij er af uitziet.
31 / 60 · Inzicht
Maak feedback concreet en bruikbaar
In module vier ontwerp je wat je terugzegt na een poging. “Goed gedaan” kan vriendelijk zijn, maar vertelt nog niet wat iemand goed deed of wat de volgende stap is.
Drie onderdelen
Benoem wat je in het antwoord ziet, verbind dat aan de relevante regel en geef een volgende handeling. Blijf bij het gemaakte werk; een fout bestandsnaamonderdeel zegt niets over iemands algemene vermogen.
Een klein voorbeeld
“Je codes kloppen. De versie staat als v3, terwijl W1 twee cijfers vraagt. Verander dat onderdeel naar v03 en controleer daarna de extensie.” Zo weet de deelnemer precies wat te doen.
32 / 60 · Aan de slag
Geef feedback op één echte fout
Een fictieve deelnemer schrijft bij P4: 2026-11-09_kompas_planning_v3.pdf. Alle andere onderdelen zijn zoals opgegeven.
Opdracht: Schrijf feedback met waarneming, regel en volgende handeling. Voeg geen fouten toe die je niet ziet.
Voorbeeldantwoord
Waarneming: je datum, codes en extensie komen overeen met P4; de versie staat als v3. Regel: W1 vraagt twee cijfers na v. Volgende handeling: maak er v03 van en lees de volledige naam nog één keer naast P4. Ik hoef hier geen algemene uitleg over alle regels opnieuw te geven.
33 / 60 · Voorbeeld
Laat de deelnemer zelf verbeteren
Je wilt niet elke fout meteen volledig repareren. Een gerichte vraag kan de deelnemer helpen de relevante bronregel zelf terug te vinden.
Eerst een aanwijzing
“Kijk naar het versiedeel en de afspraak over twee cijfers. Wat zou je veranderen?” Daarna geef je tijd om te reageren.
Wanneer je wel voordoet
Als de aanwijzing onvoldoende helpt, laat je het ene onderdeel opnieuw zien en geef je daarna een nieuw vergelijkbaar geval. Noteer welke hulp nodig was; een begeleide correctie en een zelfstandige eerste poging zijn verschillende waarnemingen.
34 / 60 · Aan de slag
Herschrijf feedback die weinig helpt
Een fictieve begeleider zegt: “Je bent slordig, dit moet beter.” De deelnemer had bij P1 de juiste naam gemaakt maar de extensie veranderd in .pdf.
Opdracht: Vervang de persoonsgerichte opmerking door feedback op het werk en een concrete vervolgstap.
Voorbeeldantwoord
“De datum, codes en versie kloppen met P1. Je hebt .docx veranderd in .pdf. W1 zegt dat de oorspronkelijke extensie gelijk blijft; een naam veranderen zet een bestand niet om. Herstel het laatste onderdeel naar .docx en leg daarna uit waarom je dat hebt gedaan.” Dit maakt de correctie uitvoerbaar zonder een oordeel over de persoon.
35 / 60 · Inzicht
Gebruik een eenvoudige beoordelingskaart
Een rubric is een beschrijving van waarop je let. Voor deze kleine taak heb je geen ingewikkelde puntentabel nodig.
Vier controlepunten
1. Gebruikt de deelnemer de gegeven documentdatum?
2. Zijn codes, versie, scheidingstekens en extensie volgens W1 verwerkt?
3. Wordt bij ontbrekende gegevens gericht nagevraagd?
4. Kan de deelnemer één keuze uitleggen met W1?
Leg hulp apart vast
Noteer bij een poging bijvoorbeeld zelfstandig met W1, met één hint of na opnieuw voordoen. Maak geen score die het verschil tussen een juiste zelfstandige poging en een overgeschreven model verbergt.
36 / 60 · Aan de slag
Beoordeel twee fictieve pogingen
Je krijgt twee waarnemingen uit een verzonnen oefenronde. A maakt P4 correct zonder stapvragen. B maakt P4 correct nadat jij de volledige naam hebt voorgedaan.
Opdracht: Schrijf per poging een passende conclusie en één vervolgstap. Beoordeel alleen wat is waargenomen.
Voorbeeldantwoord
A: dit complete geval is zelfstandig met W1 correct uitgevoerd; laat ook een onvolledig geval oplossen om dat deel van het doel te bekijken. B: de naam is nu correct, maar deze poging toont nog geen zelfstandige toepassing; geef een nieuw vergelijkbaar geval zonder het antwoord voor te doen. Je kunt niet concluderen dat A alles blijvend beheerst of dat B niets kan.
37 / 60 · Inzicht
Gebruik een korte check om verder te leren
Een afsluitende vraag is niet alleen een eindpunt. De antwoorden kunnen aangeven welke uitleg of oefening nog nodig is.
Wat de bron ondersteunt
De IES-praktijkgids bespreekt korte vragen waarmee lerenden belangrijke inhoud opnieuw ophalen. Wij gebruiken een korte toepassing met bronkaart als lesafsluiting; dat is niet hetzelfde als een officieel examen of een bewijs van blijvend onthouden.
Lees de IES-aanbevelingen over korte kennischecks (gecontroleerd: 2026-10-29)
Kies nieuwe gegevens
Gebruik niet opnieuw precies P1. Geef E1 en E2: één compleet geval en één geval met een ontbrekend gegeven. Vraag daarna kort waarom de deelnemer een bepaalde keuze maakte.
38 / 60 · Aan de slag
Maak een exitcheck met volledige antwoorden
Je ontwerpt de laatste drie minuten van de miniworkshop. Deelnemers mogen W1 blijven gebruiken.
Ontwerp een korte exitcheck met twee taken en één waarom-vraag. Gebruik W1 en de gegeven E1/E2. Houd opdrachten en antwoordmodel gescheiden. Noem een vervolgstap bij een fout, zonder beheersing te garanderen.
W1 — fictieve werkafspraak van team Kompas. Schrijf bestandsnamen als JJJJ-MM-DD_project_document_vNN.ext. Gebruik de datum van het document, niet de datum van vandaag. Neem de projectcode en documentcode letterlijk over uit de opdracht. Zet de gegeven versie in twee cijfers na de letter v. Behoud de oorspronkelijke bestandsextensie; hernoemen is geen bestandsconversie. Gebruik underscores tussen de vier onderdelen en koppeltekens binnen de datum. Ontbreekt een benodigd gegeven, maak dan nog geen definitieve naam en vraag het gegeven na. Voor deze oefening staan alle codes al in kleine letters. Voeg geen eigen codes of persoonsgegevens toe.
E1: documentdatum 10 november 2026; projectcode kompas; documentcode planning; versie 3; oorspronkelijke extensie .pdf.
E2: documentdatum 11 november 2026; projectcode kompas; documentcode agenda; versie onbekend; oorspronkelijke extensie .docx.
Opdracht: Schrijf een exitcheck met E1 en E2 en een korte waarom-vraag. Lever het antwoordmodel en een passende vervolgactie bij een fout.
Voorbeeldantwoord
E1 wordt 2026-11-10_kompas_planning_v03.pdf. Bij E2 ontbreekt de versie: maak nog geen definitieve naam en vraag welk versienummer hoort bij het document. Waarom-vraag: “Waarom gebruik je bij E1 10 november en niet vandaag?” Antwoord: W1 vraagt de gegeven documentdatum. Bij een fout bespreek je het betrokken onderdeel en plan je een nieuw geval; drie minuten zijn geen garantie dat alle herstelhulp daarin past.
39 / 60 · Inzicht
Laat AI feedback voorstellen, niet mensen beoordelen
Je kunt een fictieve poging samen met W1 laten vergelijken. Vraag om specifieke aanwijzingen, niet om een oordeel over motivatie of intelligentie.
Wat je wel vraagt
Laat AI het antwoord naast de bron leggen, de precieze afwijking aanwijzen en een korte oefenstap voorstellen. Controleer of de genoemde afwijking werkelijk aanwezig is.
Wat je buiten de chat houdt
Gebruik in echte trainingen alleen informatie die in jouw omgeving gedeeld mag worden. Voor het ontwerpen zijn fictieve antwoorden genoeg. Plak niet automatisch namen, beoordelingen of gevoelige leervragen van collega’s in een ongeschikte tool.
40 / 60 · Kennischeck
Wat kun je uit een goed antwoord afleiden?
Een collega maakt na één hint een correcte naam. Je wilt eerlijk terugkoppelen wat dat laat zien.
Welke conclusie is passend?
- De collega beheerst de vaardigheid nu definitief.
- Deze poging is correct met hulp; een nieuw zelfstandig geval kan meer laten zien.
- De collega kan het niet, omdat er een hint nodig was.
Antwoord: B. De waarneming gaat over deze poging en de gegeven hulp. Een nieuwe zelfstandige toepassing is een passende vervolgstap. Zowel een definitieve beheersingsclaim als een algemeen negatief oordeel gaat verder dan wat je hebt gezien.
41 / 60 · Inzicht
Verdeel dertig minuten over echte activiteiten
In module vijf maak je het programma uitvoerbaar. Iedere minuut hoort bij iets dat jij of de deelnemer doet, niet alleen bij een onderwerp op een lijst.
Ons voorgestelde tijdschema
0–3 minuten: welkom, doel en voorkennis.
3–8: P1 voordoen.
8–15: P2 begeleid oefenen.
15–22: P4 en P3 zelfstandig maken.
22–27: vergelijken, feedback en verbeteren.
27–30: exitcheck E1/E2 en vervolgactie.
Dit is een ontwerp
De blokken tellen op tot 3 + 5 + 7 + 7 + 5 + 3 = 30 minuten. Dit schema is nog niet met deelnemers uitgevoerd. Een proefronde moet laten zien of instructies en beschikbare tijd passen.
42 / 60 · Aan de slag
Reken het programma na en herstel een uitbreiding
Iemand wil een extra introductie van vier minuten toevoegen zonder iets anders te veranderen. Het oorspronkelijke schema uit slide 41 duurt dertig minuten.
Opdracht: Bereken de nieuwe duur en stel een oplossing voor die het oefenen niet stilzwijgend verkort.
Voorbeeldantwoord
Nieuw totaal: 30 + 4 = 34 minuten. Voorstel: verwerk één korte relevante introductiezin in het bestaande startblok en zet de uitgebreide achtergrond op een apart leesblad. Als de extra vier minuten toch verplicht zijn, moet de beschikbare tijd of de inhoud opnieuw worden afgesproken. Ik laat niet onzichtbaar vier minuten verdwijnen uit zelfstandig oefenen.
43 / 60 · Voorbeeld
Schrijf ook op wat jij als begeleider doet
Een tijdschema wordt een draaiboek wanneer iemand kan zien welke materialen en handelingen bij elk blok horen.
Voorbeeld van één blok
8–15 minuten, begeleid oefenen. Materiaal: W1 en P2. Begeleider: stel de drie stapvragen uit slide 16, laat deelnemers eerst zelf schrijven en bespreek daarna één keuze. Deelnemer: bouw de naam en leg de documentdatum uit.
Zichtbaar resultaat
Aan het einde ligt er een naam met toelichting. Je noteert welke hulp nodig was. Dat is concreter dan “zeven minuten interactief oefenen”, omdat iemand anders het blok hiermee kan voorbereiden.
44 / 60 · Aan de slag
Maak een draaiboekregel voor zelfstandig oefenen
Je schrijft het blok van minuut 15 tot 22 uit. Dit blok gebruikt P4 en P3.
Opdracht: Beschrijf materiaal, begeleidersactie, deelnemersactie, zichtbaar resultaat en wat je doet als iemand eerder klaar is.
Voorbeeldantwoord
Materiaal: W1 plus P4/P3 zonder antwoorden. Begeleider: leg uit dat er geen stapvragen komen, observeer en geef alleen hulp als iemand vastloopt; noteer die hulp. Deelnemer: maakt P4 en schrijft bij P3 een gerichte navraag. Resultaat: één complete naam en één ontbrekend-gegeven-reactie. Eerder klaar: laat uitleggen waarom de datum van vandaag niet gebruikt wordt of geef de extra variant uit slide 28.
45 / 60 · Inzicht
Test je ontwerp met één proefdeelnemer
Voordat je vier collega’s uitnodigt, kun je het materiaal met één vrijwillige proefdeelnemer doorlopen. De proef gaat over de bruikbaarheid van je ontwerp, niet over de waarde van die persoon.
Wat je observeert
Kan de proefdeelnemer beginnen zonder extra uitleg? Welke woorden zijn onduidelijk? Hoeveel tijd kost een blok werkelijk? Welk antwoord ontstaat en welke hulp was nodig?
Wat je niet beweert
Een proef met één persoon bewijst niet dat het programma voor iedereen werkt. Het geeft wel concrete aanwijzingen om een onduidelijke opdracht of te krap tijdblok aan te passen.
46 / 60 · Aan de slag
Schrijf een klein proefplan
Er is nog geen test uitgevoerd. Jij wilt vooraf weten welke informatie je na de proef nodig hebt.
Opdracht: Schrijf een proefplan met drie observatievragen, een manier van vastleggen en een beslismoment. Verzin geen uitkomst.
Voorbeeldantwoord
Plan: laat één proefdeelnemer W1 en de opdrachten gebruiken. Observeer 1. kan die zonder extra uitleg starten? 2. waar is een hint nodig? 3. hoe lang duren de blokken? Noteer per blok tijd, concrete vraag en verleende hulp, zonder onnodige persoonsgegevens. Beslismoment: na de proef kies ik welke instructie of timing wordt aangepast en test ik de gewijzigde opdracht opnieuw. Uitkomsten: nog niet beschikbaar.
47 / 60 · Voorbeeld
Een gegeven proefwaarneming is nog geen breed bewijs
Voor de volgende oefening krijg je een volledig fictieve waarneming T1. Dit is oefendata, geen test die wij werkelijk hebben uitgevoerd.
T1: wat er is gegeven
De proefdeelnemer vraagt bij P3: “Moet ik zelf een datum bedenken?” De begeleider verwijst naar de regel over ontbrekende gegevens in W1. Daarna schrijft de proefdeelnemer een vraag naar de documentdatum. Het blok zelfstandig oefenen duurt in deze fictieve proef negen minuten.
Wat je hieruit kunt halen
De omgang met ontbrekende gegevens verdient aandacht en het blok overschrijdt de geplande zeven minuten met twee minuten. Je weet niet of iedereen dezelfde vraag zal stellen of waardoor de volledige tijdsoverschrijding is ontstaan.
48 / 60 · Aan de slag
Verbeter op basis van T1 zonder oorzaken te verzinnen
Gebruik uitsluitend de fictieve waarnemingen uit slide 47. Je wilt een gerichte wijziging aan je ontwerp voorstellen.
Opdracht: Schrijf één wijziging aan het materiaal, één vraag voor de herproef en één conclusie die je bewust niet trekt.
Voorbeeldantwoord
Wijzigingsvoorstel: zet bij de opdracht duidelijk “Als iets ontbreekt, gebruik de afspraak uit W1 en schrijf je navraag; verzin geen gegeven.” Herproefvraag: kan een nieuwe proefdeelnemer P3 nu zonder extra mondelinge hint aanpakken, en hoeveel tijd kost het blok? Niet concluderen: dat negen minuten alleen door de onduidelijke zin kwam. T1 geeft geen volledige oorzaakanalyse. De wijziging is nog niet getest.
49 / 60 · Inzicht
Bewaar een versie en een open verbeterpunt
Je programma wordt beter als je kunt terugvinden wat je veranderde en waarom. Dat hoeft geen groot beheersysteem te zijn.
Een kort log volstaat
Versie 0.1: ontwerp op basis van W1. Voorstel voor versie 0.2: verduidelijking bij ontbrekende gegevens na fictieve T1-oefening. Werkelijke proef: nog te plannen. Zet voorstel, uitgevoerd en waargenomen niet door elkaar.
Houd de bronafspraak apart
Verander W1 niet omdat een oefening lastig blijkt. Je kunt de uitleg of opdracht verbeteren. Een echte wijziging van de bedrijfsafspraak hoort bij de bevoegde eigenaar en vraagt daarna ook aanpassing van het lesmateriaal.
50 / 60 · Kennischeck
Wat doe je na een te lange proefronde?
In fictieve T1 duurt het zelfstandige blok negen minuten in plaats van zeven. Je hebt dertig minuten als uitgangspunt.
Welke volgende stap is onderbouwd?
- Zeggen dat alle toekomstige groepen ook negen minuten nodig hebben.
- De overschrijding negeren, omdat het maar één persoon was.
- Nagaan waar tijd nodig was, het ontwerp gericht aanpassen en opnieuw proberen.
Antwoord: C. Eén proef geeft een bruikbaar signaal, geen algemene voorspelling. Onderzoek de concrete handelingen en onduidelijkheden, pas een passend onderdeel aan en bekijk opnieuw of tijd en leerdoel samen haalbaar zijn.
51 / 60 · Inzicht
Maak een pakket dat een collega kan gebruiken
In de laatste module breng je de onderdelen samen. Het eindproduct is niet alleen een schema, maar ook het materiaal waarmee de oefening kan plaatsvinden.
Vijf onderdelen
1. Doel en doelgroep.
2. Bronkaart W1.
3. Deelnemersblad met opdrachten.
4. Begeleidersblad met antwoorden en feedbackpunten.
5. Draaiboek, proefplan en open verbeterlog.
Waarom deze scheiding helpt
Deelnemers hoeven niet door jouw antwoorden heen te zoeken. Een collega die begeleidt, ziet wel meteen welke hulp is toegestaan en waar de controle op gericht is. Label het hele pakket als concept zolang de proef nog niet gedaan is.
52 / 60 · Aan de slag
Bouw jouw complete dertigminutenpakket
Je hebt alle bouwstenen ontworpen. Gebruik W1, P1–P4 en E1/E2 uit deze cursus; T1 is alleen fictieve oefendata en geen echte vrijgave.
Opdracht: Schrijf een compleet conceptpakket met leerdoel, materialen, tijdblokken, opdrachten, antwoordmodel, feedback en proefplan. Controleer de som van de tijdblokken en vergelijk daarna met slide 53.
Voorbeeldantwoord
Je pakket moet toepassing met W1 en navraag bij ontbrekende informatie oefenen. Het bevat zes blokken van 3, 5, 7, 7, 5 en 3 minuten. P1 wordt voorgedaan; P2 is begeleid; P4/P3 zijn zelfstandig; E1/E2 vormen de exitcheck. Antwoorden blijven apart van het deelnemersblad. Een goede versie noemt ook dat de proef nog niet is uitgevoerd en legt hulp bij pogingen vast. Slide 53 geeft de volledige modelopzet; controleer jouw materiaal daarnaast met het antwoordblad op slide 55.
53 / 60 · Voorbeeld
Dit is het volledige conceptdraaiboek
Hier staat een uitgewerkte modelopzet voor de fictieve Kompas-miniworkshop. Gebruik dit als vergelijkmateriaal, niet als bewijs dat de les al getest is.
Doel, doelgroep en middelen
Concept v0.1. Vier nieuwe collega’s met eenvoudige typevaardigheid, zonder kennis van W1. Doel: met W1 een nieuw compleet geval correct benoemen en bij een onvolledig geval gericht navragen. Middelen: W1, deelnemersblad P2/P4/P3/E1/E2, apart antwoordblad, papier of leeg tekstvak en een timer. Er worden geen echte bestanden gewijzigd.
0–8 minuten: starten en voordoen
0–3 (3 min): vertel doel en laat onderdelen herkennen in de P1-naam; leg onbekende termen kort uit. 3–8 (5 min): bouw P1 hardop op, benoem documentdatum, codes, versie en extensie, controleer tegen W1. Deelnemers kijken mee en beantwoorden één vraag over de datum.
8–22 minuten: hulp afbouwen
8–15 (7 min): deelnemers maken P2 met W1 en de drie stapvragen; begeleider bespreekt hun keuzes. 15–22 (7 min): deelnemers maken P4 en P3 met W1 zonder stapvragen. Begeleider observeert; eventuele extra hulp wordt genoteerd. Snelle deelnemers krijgen een vergelijkbaar extra geval of een waarom-vraag.
22–30 minuten: feedback en exitcheck
22–27 (5 min): laat eigen antwoorden vergelijken met het antwoordblad; bespreek precieze afwijking, bronregel en herstelstap. 27–30 (3 min): deelnemers maken E1/E2 met W1 en leggen de documentdatum uit. Noteer welke vervolgoefening nodig is; uitgebreid herstel kan een vervolgafspraak vragen.
Controle en status
Tijd: 3 + 5 + 7 + 7 + 5 + 3 = 30 minuten. Gebruik de vier controlepunten uit slide 35 en noteer hulp apart. Een werkelijke proef met één vrijwillige deelnemer moet nog worden gepland. Er zijn geen echte resultaten of gegarandeerde leeropbrengsten. Pas tijd of scope pas aan na bekijken van concrete waarnemingen.
54 / 60 · Aan de slag
Controleer het deelnemersblad op volledigheid
Een collega wil jouw concept overnemen. Je controleert of die alle gegevens kan geven zonder ter plekke iets te verzinnen.
Opdracht: Maak een checklist met minimaal vijf punten voor het deelnemersblad en controleer één compleet en één onvolledig geval.
Voorbeeldantwoord
Checklist: W1 aanwezig; elke opdracht heeft een duidelijke handeling; toegestane hulp is benoemd; complete gevallen bevatten datum/codes/versie/extensie; bewust onvolledige gevallen zijn als opdracht begrijpelijk; antwoorden staan apart. Controle P4: alle vijf gegevens zijn aanwezig en leveren 2026-11-09_kompas_planning_v03.pdf. Controle P3: datum ontbreekt bewust; de deelnemer moet navragen. Het ontbreken is dus geen materiaaldefect, zolang W1 en de opdracht helder zijn.
55 / 60 · Voorbeeld
Het antwoordblad bij het complete pakket
Dit blad hoort bij de begeleider en wordt pas op het afgesproken vergelijkmoment gedeeld. Het bewaart ook waarom een antwoord past.
Voorbeeld en begeleide opdracht
P1: 2026-11-06_kompas_agenda_v01.docx. P2: 2026-11-07_kompas_notulen_v02.docx. In beide gevallen komt de datum uit de opdracht, staan de gegeven codes letterlijk in de naam, heeft de versie twee cijfers en blijft de extensie gelijk.
Zelfstandige ronde
P4: 2026-11-09_kompas_planning_v03.pdf. P3: nog geen definitieve naam; vraag welke documentdatum bij het planningsdocument hoort. Geen datum van vandaag of zelfbedachte plaatsvervanger invullen.
Exitcheck
E1: 2026-11-10_kompas_planning_v03.pdf. E2: nog geen definitieve naam; vraag welk versienummer bij het agendadocument hoort. Waarom-vraag: de documentdatum wordt gebruikt omdat W1 dat voorschrijft, niet omdat het de dag van oefenen is.
Feedback bij afwijkingen
Benoem het zichtbare onderdeel, wijs de passende regel op W1 aan en vraag om herstel of een nieuw geval. Noteer of de poging zelfstandig met W1, met een hint of na voordoen tot stand kwam. Trek geen algemene conclusie over de persoon.
56 / 60 · Aan de slag
Laat AI jouw pakket kritisch nalopen
Je hebt een concept, maar wilt nog één gecontroleerde review. AI krijgt geen opdracht om ongevraagd nieuwe leerdoelen toe te voegen.
Opdracht: Schrijf een reviewprompt voor doel, opdrachten, antwoorden en timing. Noem wat je zelf na de AI-review controleert.
Voorbeeldantwoord
Prompt: “Vergelijk dit conceptpakket met W1. Controleer of elke opdracht het leerdoel oefent, alle benodigde gegevens bevat of bewust een navraag vraagt, en een correct antwoordmodel heeft. Reken de tijdblokken na. Noem per probleem de concrete passage en een voorstel; wijzig niets stilzwijgend.” Voeg daarna W1 en jouw volledige pakket toe. Zelf controleer ik elke bestandsnaam, de 30-minutensom en de status van proef/waarneming. Een AI-akkoord is geen uitgevoerde gebruikstest.
57 / 60 · Voorbeeld
Een eerlijke overdracht aan de begeleider
Je geeft het pakket aan een collega die de miniworkshop mogelijk gaat uitvoeren. Je wilt dat die ziet wat bruikbaar is en wat nog moet gebeuren.
Voorbeeldbericht
“Hierbij concept v0.1 voor een dertigminutenworkshop met vier nieuwe collega’s. W1 is de fictieve oefenafspraak. Het pakket bevat opdrachten, antwoorden en een draaiboek. De tijdsindeling en instructies zijn nog niet in een echte proef bevestigd. Wil je eerst één proefdeelnemer laten werken en concrete vragen, benodigde hulp en tijd per blok noteren?”
Bijlagen en volgende stap
Voeg de vijf onderdelen uit slide 51 toe. Spreek af wie de proef begeleidt en wanneer de resultaten worden besproken; namen en datum zijn in deze casus nog niet gegeven. Bewaar T1 alleen als fictief oefenvoorbeeld, niet als bewijs dat jouw pakket getest is.
58 / 60 · Aan de slag
Vertaal de aanpak naar jouw eigen vakkennis
Je hebt nu een volledige ontwerproute doorlopen. Kies een kleine, niet-gevoelige vaardigheid die jij een collega kunt leren.
Opdracht: Schrijf een leerdoel, één uitgewerkt voorbeeld, één zelfstandig oefengeval en een feedbackcriterium. Noem welke bron je eerst nodig hebt voordat AI kan helpen.
Voorbeeldantwoord
Voorbeeld: een interne aanvraagmail schrijven met drie verplichte gegevens. Leerdoel: met de actuele afspraak een complete conceptaanvraag maken. Voorbeeld: één fictieve mail waarin ik elk gegeven uitleg. Zelfstandig geval: een andere fictieve aanvraag met alle benodigde informatie. Criterium: de drie gegevens zijn correct aanwezig en niets onbevestigds is toegevoegd. Nodige bron: de echte, toegestane aanvraagafspraak. Ik laat AI die afspraak niet zelf verzinnen en stuur geen echte mail tijdens het oefenen.
59 / 60 · Reflectie
Begin met één les die je echt kunt proberen
Je hoeft niet meteen een hele academie te bouwen. Eén duidelijke vaardigheid met goed oefenmateriaal geeft een concrete eerste stap.
Jouw eerstvolgende handeling
Kies de vaardigheid, verzamel een betrouwbare bron en maak eerst één voorbeeld plus één oefening. Laat iemand ermee werken voordat je veel meer materiaal maakt.
Wat AI toevoegt
AI kan varianten voorstellen, uitleg vereenvoudigen en een concept nalopen. Jij kiest het doel, controleert de vakinhoud en kijkt naar wat deelnemers werkelijk doen. Dat maakt het verschil tussen veel tekst en een bruikbare oefenles.
60 / 60 · Kennischeck
Wanneer is het pakket verantwoord over te dragen?
Je rondt je ontwerp af. Je wilt eerlijk aangeven wat al is gecontroleerd en wat nog openstaat.
Welke beschrijving past bij jouw conceptpakket?
- Inhoud en antwoorden gecontroleerd; proef nog te plannen; hulp en resultaten later vastleggen.
- AI heeft het goedgekeurd, dus alle deelnemers zullen het beheersen.
- De fictieve T1-waarneming bewijst dat onze echte workshop getest is.
Antwoord: A. Een gecontroleerd concept mag als concept worden overgedragen, met een duidelijke proef- en verbeterstap. AI-review en fictieve oefendata zijn geen echte deelnemersresultaten. Benoem de status zodat de volgende begeleider weet wat nog moet gebeuren.
Bronnen
Bijgewerkt: 2026-10-29. Erik van der Veen · erikvanderveen.nl